Onlangs las ik op een toilet bij iemand een prachtig verhaal over een vlinder. Een vlinder moet zich ontwikkelen in de cocon en zichzelf door een nauw gaatje naar buiten persen. Je kunt natuurlijk de vlinder een handje helpen en die cocon een stukje open peuteren. Het effect daarvan is echter dat de vlinder onvoldoende ontwikkeld is om dan een werkelijk leven te kunnen leiden. En dat geldt natuurlijk ook voor mensen. Je moet je eigen kracht ontwikkelen om uit te groeien tot een volwaardig persoon. En die kracht krijg je niet met alleen maar voorspoed. Het verhaal is natuurlijk veel mooier dan ik hier vertel, ondersteund met geweldige foto's.
Waarom ik dit hier neerschrijf? Omdat ik een pijnlijke overeenkomst zie met het onderwijs. Krijgen kinderen nog wel de tijd om zich stap voor stap te ontwikkelen? Of worden zij gedwongen eerder uit hun pop te komen? Worden daarmee niet, onbedoeld, dingen stuk gemaakt? Ik hoorde onlangs een IB-er zeggen op de vraag wanneer kinderen leren cijferend te delen 'als ze er aan toe zijn'. Oh? Dus kinderen leren iets als ze er aan toe zijn. Toch fijn dat alle kinderen in Noord-Nederland op 3 september a.s. toe zijn aan leren lezen. En dat alle kinderen in groep 4 toe zijn aan de tafels. En dat alle kinderen na groep 8 toe zijn aan het voortgezet onderwijs. Toch wel heel praktisch.
Zo werkt het dus niet. En toch moet er wel zo gewerkt worden. Kinderen die een andere ontwikkeling doormaken vallen buiten de boot. Dat is niet nieuw. Wat wel nieuw is, is dat het steeds meer dwingend wordt om met de grote stroom mee te gaan. En de grote stroom stelt steeds meer eisen. Kunnen kinderen zich op deze manier nog wel ontpoppen tot wie ze werkelijk zijn? Of produceren we zo met elkaar vleugellame kinderen? Bewust zeg ik 'produceren'. Het lijkt wel alsof het onderwijs producten moet afleveren, op een lopende band in elkaar gezet. Overdreven? Nee, zeker niet. Beangstigend? Ja nogal!
Onderwijsblog van Ingrid Overeem, auteur van 'leerkracht zijn, droom of nachtmerrie?'
Welkom op dit onderwijsblog. Leuk dat je komt kijken. Dit blog is bedoeld voor verhalen die getuigen van werkplezier (in het onderwijs), maar die ook de wrange realiteit tonen van het huidige prestatiegerichte onderwijs in dit neoliberale tijdperk.
Ingrid
Ingrid
Posts tonen met het label 'zwakke scholen'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 'zwakke scholen'. Alle posts tonen
zondag 15 juli 2012
ontpoppen
Labels:
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
faalangst,
kritiek,
resultaten,
sociale ontwikkeling
vrijdag 22 juni 2012
Scoren?
Het einde van het schooljaar nadert. Nog vier weken te gaan, voor ons dan. Deze periode is meestal nogal hectisch. Schoolreisjes, schoolkamp, rapporten, musical, laatste groepsbesprekingen en verwijzingen naar andere scholen en dergelijke en niet te vergeten de cito toetsen. De ene toets na de andere krijgen de kinderen om hun oren geslagen. En dan de gespannen gezichten van zowel leerkrachten als kinderen. Wat zijn de resultaten? Ik loop daar, momenteel zonder vaste klas, tussendoor. Luister hier wat, hoor daar wat en kijk vooral wat er gebeurt. Natuurlijk ben ik blij als er goede scores zijn. Natuurlijk ben ik blij als een kind vooruit gaat en helemaal als een klas in z'n geheel laat zien dat er hard is gewerkt met een mooi resultaat. Mijn vraag blijft echter: Zijn de kinderen ook slimmer geworden? Kunnen ze wat ze nu met de cito bijvoorbeeld beter doen, ook beter toepassen in de praktijk? Kan de theorie in de praktijk worden omgezet? Ik hoop het. Met heel mijn hart. Want waar doen we het nou voor? Toch niet alleen om te scoren?
Labels:
'beter onderwijs',
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
Cito,
goed onderwijs,
kritiek,
kwaliteit,
Overeem
maandag 12 december 2011
Mag het nog leuk zijn?
De laatste tijd bespringt mij vaak de angstaanjagende gedachte dat ik het onderwijs niet meer zo leuk vind. Een gedachte die ik niet prettig vind. Zijn kinderen niet meer leuk? Zeker wel. Is onderwijzen niet leuk? Ook dat moet ik betwisten. Waar ik echter veel moeite mee heb, is de huidige druk die op het onderwijs ligt. Dat zal op de school waar ik werk ongetwijfeld ook te maken hebben met het stempel 'zeer zwak'. Er wordt geknokt om een groene sticker te krijgen. De druk om ons lesgeven te verbeteren is enorm. Ik voel die dagelijks op mij liggen. En ik weet van collega's hetzelfde. Het is niet erg om hard te werken. Het is niet erg om op een andere manier te werken. Het is wel erg om geen tijd voor kinderen te hebben. Vreemd he, deze opmerking. En toch is dit wel heel waar, voor mij. Er moet zoveel gedaan worden. De ene instructie volgt de andere op. Het ene plan na het andere moet geschreven worden. Tijd om even met een kind te praten, heb ik niet of nauwelijks. Dat was voor de rode stempel ook al moeilijk. Eerlijk is eerlijk. Maar het is er zeker niet beter op geworden. De hete adem van de inspectie voel ik in mijn nek. Niet dat ik de hele dag aan de inspectie denk hoor. Gelukkig niet. Maar er wordt zoveel verwacht! Mijn tijd is gevuld van half acht tot zes uur. En thuis worden ook nog de nodige uren aan werken besteed. Pauze? Hmm, een hapje eten en ondertussen praten over werk, werk, werk. Leuk? Nee. Helemaal niet. De kinderen zijn leuk. Het gebrek aan tijd voor werkelijke aandacht voor kinderen vind ik toch wel heel triest. En dat is volgens mij echt niet alleen door ons rode stempel. Het is iets van de hele samenleving. We moeten presteren. We moeten meedoen. We moeten beter en meer. Het gaat niet meer om iets waardevols, de ontwikkeling van de kinderen. Het lijkt wel alsof het om een product gaat dat afgeleverd moet worden. Ik krijg de neiging om te roepen: Het zijn geen robots hoor, in mijn klas!
Onlangs hoorde ik dat het op de Pabo niet meer draait om het werken met kinderen. Dat moet volgens een docent uit Utrecht niet meer de motivatie zijn om voor de Pabo te kiezen. Het gaat om het vak. Eerlijk gezegd begrijp ik dit niet helemaal. Is een school niet meer bedoeld voor de ontwikkeling van kinderen?
Zo'n opmerking zet mij opnieuw aan het denken. Mag het dan niet meer leuk zijn, dat lesgeven? Zijn we dan met z'n allen gek aan het worden of zo? Wat ik zeker weet is dat ik dit niet leuk vind. Hoe keren we echter het tij?
Onlangs hoorde ik dat het op de Pabo niet meer draait om het werken met kinderen. Dat moet volgens een docent uit Utrecht niet meer de motivatie zijn om voor de Pabo te kiezen. Het gaat om het vak. Eerlijk gezegd begrijp ik dit niet helemaal. Is een school niet meer bedoeld voor de ontwikkeling van kinderen?
Zo'n opmerking zet mij opnieuw aan het denken. Mag het dan niet meer leuk zijn, dat lesgeven? Zijn we dan met z'n allen gek aan het worden of zo? Wat ik zeker weet is dat ik dit niet leuk vind. Hoe keren we echter het tij?
Labels:
'beter onderwijs',
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
inspectie,
kritiek,
kwaliteit,
werdruk
dinsdag 1 november 2011
het knaagt
Nee, dit is geen spreekbeurt over de hamster. En ook niet over het konijn. Het is iets dat in mij opkomt na het inspectiebezoek. Wat er dan knaagt? De gedachte dat wat de inspectie verwacht onmogelijk. Het afgelopen jaar is er keihard gewerkt. En de afgelopen maanden hebben we ons als team helemaal te pletter gewerkt. Het ene groepsplan na het andere, de ene analyse na de andere. Document zus, document zo. Uren heb ik achter die stomme computer geplakt gezeten. Gisteravond nog. Vanochtend nog. Afgelopen weekend in de auto. Vriend achter het stuur, ikke werken. Bezoekje gebracht. 'Mag ik even een mailtje versturen?' Weer in de auto. Weer werken. Volgend bezoekje. 'Mag ik even naar mijn email kijken?' En zo weer naar huis. De weken daarvoor nauwelijks 's avonds vrij geweest. Geen schrift nagekeken. Geen observatie kunnen doen. Is dit dan wat de inspectie wil? Nee, de inspectie wil alles. En observaties, en nagekeken werk en rust in de groep en controle en instructie, instructie, instructie en al die verdraaide plannen. Dat moet ten koste van iets gaan, dat en en. In mijn geval gaat dat ten koste van mij. Ik ben kapot. En mijn collega's? Ik kan niet voor hen spreken, maar zie de moeheid. Is dit de bedoeling? Die vraag blijft toch echt aan mij knagen.
Labels:
'effectief onderwijs',
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
inspectie,
kritiek,
werdruk
zondag 10 juli 2011
Meten is weten?
Sinds de school waar ik werk een zeer zwakke school is geworden, worden we met elkaar bedolven onder administratieve zaken. De directie en IB-er werken zich een slag in de rondte en hebben volgens mij sinds een jaar een zevendaagse werkweek van toch wel zo'n uurtje of 12 per dag. Hoe lang ze dat kunnen volhouden? Het nieuwe schoolplan moest ook nog eens klaar en daarnaast alle formulieren, plannen, analyses en ga zo maar door voor de inspectie. Als leerkracht heb ik gelukkig alleen te maken met mijn eigen groep. Werk genoeg. In de laatste weken heb ik alle handelingsplannen moeten evalueren, een nieuw handelingsplan gemaakt voor een bepaalde leerling, de groepsplannen geevalueerd, cito resultaten ingevoerd en analyses daarvan gemaakt. En voor het geval dat niet duidelijk was, ook nog gewoon lesgegeven! Analyses gemaakt van mijn manier van werken en de positieve of negatieve gevolgen daarvan en dan ook nog de gewone rapporten, groepsbespreking en deze week 26 oudergesprekken n.a.v. de resultaten van de cito entree toets. Dat is niet mis.
Over al die administratieve rompslomp wil ik twee opmerkingen maken. De eerste is dat het gigantisch veel tijd kost en de tweede is dat het in sommige gevallen wel zinvol is om te doen. Aan mij wordt echter niet gevraagd een analyse te maken van het maken van analyses en het nut er van. Toch interessant om wel te doen.
Als ik de voors en tegens op een rij zet, dan weet ik zo net nog niet of het maken van al die analyses en handelingsplannen wel zo effectief is.
Tegens:
1. Het kost veel tijd.
2. Op papier staat het mooi, maar de praktijk is toch anders.
3. Kinderen zijn geen producten die je kunt kneden in een vorm en met wat extra inzet dus kunt kneden tot een goed product.
4. Als ik mijn tijd kan besteden aan een goede voorbereiding, werkelijk nakijken en goed lesgeven, weet ik waarschijnlijk meer van het niveau en de ondersteuningsbehoefte van de kinderen dan door al die administratieve rompslomp die er nu is.
5. Kinderen die 'minder sterk' zijn op een bepaald gebied of in sommige gevallen op veel gebieden, worden niet gelukkiger van al die extra instructiegroepen en niveaugroepen. Hun gevoel van zekerheid wordt daardoor ondermijnd.
6. Is er onderzoek gedaan naar het nut van het maken van al deze analyses in vergelijking met Cooperatief Leren?
Voors:
1. Op papier is duidelijk waar aan is gewerkt en gaat worden gewerkt.
2. Op papier is duidelijk waarom iets wel/ niet heeft gewerkt.
Meten is weten, zegt men. En men is dan iedereen die vindt wat in de melk te brokkelen te hebben. Ik vraag me echter af wat je weet door te meten?
In mijn groep doet het volgende zich voor:
In mei is de cito entreetoets gedaan. Eind juni zijn er nog twee 'gewone' cito spellingtoetsen gedaan. De resultaten van deze toetsen komen in een aantal gevallen helemaal niet met elkaar overeen. In een enkel geval scheelt het zelfs twee niveaus. In de meeste gevallen een aantal punten op de vaardigheidsscore, waarbij opgemerkt moet worden dat de toetsen in juni beter zijn gemaakt dan de entreetoets. Welke score geeft nou het juiste beeld? Welke toets meet nu wat? Wat weet ik nu? Wat kan ik nu werkelijk met deze gegevens? Duurt de entreetoets te lang, waardoor kinderen er niet meer volledig voor gaan? Is de manier van vragen van de entreetoets moeilijker? Zijn er te weinig categorieen aan bod geweest? Waren de voorwaarden toen minder gunstig (Lijkt me sterk, want eind juni tijdens de toetsen was het 30 graden!)?
Ik weet niet wat ik met deze gegevens moet.
Dan nog een andere 'meten is weten'. Voor lezen worden de kinderen op drie manieren getoetst. Allereerst via het wel bekende AVI systeem. Daarbij moeten kinderen een tekst in een bepaalde tijd lezen, met zo min mogelijk fouten. Dit lijkt mij een heel mooi, reeel beeld opleveren van de leeskwaliteit en het leestempo van de kinderen.
Dan is er een DMT toets. Deze toets bestaat uit het zo snel mogelijk lezen van rijtjes woorden, in drie minuten. Wanneer in ons 'normale' leven moeten wij woordrijtjes lezen? Wat meet deze toets en wat heeft deze meting te maken met de praktijk van alle dag?
En als laatste hebben we de leestempotoets. Een toets waarbij kinderen een verhaal moeten lezen. In dat verhaal staan telkens drie woorden met een schuine streep ertussen. Twee van die woorden zijn fout. De goede moet aangestreept worden. Wat meet deze toets? De vaardigheid in goed puzzelen? Scherp woordbeeld? Ik heb geen idee. Het enige voordeel van deze toets ligt op organisatorisch vlak. Met de hele klas kan dit tegelijk gemaakt worden. Dat de leerkracht dan vervolgens een dik uur bezig is met nakijken ...
Op deze drie toetsen wordt heel gevarieerd gescoord. Een kind die door alle AVI niveaus heen is, kan toch een D (onvoldoende) scoren voor de DMT toets. De leestempo toets wordt over het geheel genomen slechter gemaakt dan de DMT toets. Maar, dat moet ik er bij zeggen, op het lezen van woordjes is geoefend. De vraag die bij mij opkomt is of kinderen die die woordrijtjes hebben geoefend, werkelijk beter kunnen lezen. Ik durf dat toch ernstig te betwijfelen.
Waar zijn we met elkaar mee bezig? Ik begrijp dat onze school bezig is om uit de rode cijfers te komen, voor wat betreft het inspectieoordeel. Alle begrip! Met blijvende rode cijfers kunnen we de school uiteindelijk sluiten. Dat lijkt me niet iets wat we willen. Maar toch vraag ik mij af waar onderwijzend Nederland mee bezig is. Is er wel eens een analyse gemaakt, een werkelijke analyse, waarom het onderwijs volgens de overheid niet goed genoeg scoort? Is er wel eens gekeken naar alle achterliggende veranderingen die het onderwijs heeft doorgemaakt? De bezuinigingen als WSNS en Passend Onderwijs? De enorme werkvermeerdering voor leerkrachten en directies, zonder dat aan de voorwaarden om die uit te kunnen voeren wordt voldaan? Vraagt niemand zich af of ik al die extra dingen wel rond kan krijgen in de tijd die er voor staat? Of de dingen die een directeur allemaal uit moet voeren? 'Men' in ieder geval niet.
Het gaat bij 'men' alleen maar om het passend maken van het financiele plaatje en de controle of er goed wordt gescoord. Hoe een school dat met het beperkte budget en de beperkte middelen moet doen, is geen onderwerp van zorg en aandacht.
Volgens mij gaat het onderwijs op deze manier alleen nog maar meer achteruit. Leerkrachten werken zich kapot. En wat krijgen ze er voor terug? Nauwelijks voldoening uit het werken in de klas, want er is geen werkelijke tijd om aandacht aan kinderen te besteden. En juist die aandacht maakt het vak boeiend, inspirerend en energiegevend. De hele dag zit volgepropt met instructies en nog eens instructies. Als ik een gesprek met een kind wil voeren, moet dat na schooltijd. En wanneer heb ik na schooltijd eigenlijk tijd daarvoor? Drie van de vier dagen niet eerlijk gezegd. Vergadering zus, bespreking zo, analyse dit en activiteit dat. Sorry kind, maar volgende week gaat het misschien wel lukken. Of misschien ook niet... Is dit wat wij willen? Ik niet in ieder geval!
Wat dan wel een oplossing is? Weg al die plannen. Terug naar werkelijke aandacht voor het kind. Niet doen alsof we individueel onderwijs kunnen geven. Gewoon, klassikale instructie met hier en daar een uitvlieger naar boven. Maar bovenal veel samenwerkend leren. Heel veel. Dat is bewezen effectief voor het niveau van presteren. Zorgt voor een verbetering in het groepsklimaat, activeert kinderen, motiveert kinderen en zorgt voor meer zelfvertrouwen.
Volgens mij moet de spreuk niet zijn 'meten is weten', maar 'samenwerken is leren'.
Over al die administratieve rompslomp wil ik twee opmerkingen maken. De eerste is dat het gigantisch veel tijd kost en de tweede is dat het in sommige gevallen wel zinvol is om te doen. Aan mij wordt echter niet gevraagd een analyse te maken van het maken van analyses en het nut er van. Toch interessant om wel te doen.
Als ik de voors en tegens op een rij zet, dan weet ik zo net nog niet of het maken van al die analyses en handelingsplannen wel zo effectief is.
Tegens:
1. Het kost veel tijd.
2. Op papier staat het mooi, maar de praktijk is toch anders.
3. Kinderen zijn geen producten die je kunt kneden in een vorm en met wat extra inzet dus kunt kneden tot een goed product.
4. Als ik mijn tijd kan besteden aan een goede voorbereiding, werkelijk nakijken en goed lesgeven, weet ik waarschijnlijk meer van het niveau en de ondersteuningsbehoefte van de kinderen dan door al die administratieve rompslomp die er nu is.
5. Kinderen die 'minder sterk' zijn op een bepaald gebied of in sommige gevallen op veel gebieden, worden niet gelukkiger van al die extra instructiegroepen en niveaugroepen. Hun gevoel van zekerheid wordt daardoor ondermijnd.
6. Is er onderzoek gedaan naar het nut van het maken van al deze analyses in vergelijking met Cooperatief Leren?
Voors:
1. Op papier is duidelijk waar aan is gewerkt en gaat worden gewerkt.
2. Op papier is duidelijk waarom iets wel/ niet heeft gewerkt.
Meten is weten, zegt men. En men is dan iedereen die vindt wat in de melk te brokkelen te hebben. Ik vraag me echter af wat je weet door te meten?
In mijn groep doet het volgende zich voor:
In mei is de cito entreetoets gedaan. Eind juni zijn er nog twee 'gewone' cito spellingtoetsen gedaan. De resultaten van deze toetsen komen in een aantal gevallen helemaal niet met elkaar overeen. In een enkel geval scheelt het zelfs twee niveaus. In de meeste gevallen een aantal punten op de vaardigheidsscore, waarbij opgemerkt moet worden dat de toetsen in juni beter zijn gemaakt dan de entreetoets. Welke score geeft nou het juiste beeld? Welke toets meet nu wat? Wat weet ik nu? Wat kan ik nu werkelijk met deze gegevens? Duurt de entreetoets te lang, waardoor kinderen er niet meer volledig voor gaan? Is de manier van vragen van de entreetoets moeilijker? Zijn er te weinig categorieen aan bod geweest? Waren de voorwaarden toen minder gunstig (Lijkt me sterk, want eind juni tijdens de toetsen was het 30 graden!)?
Ik weet niet wat ik met deze gegevens moet.
Dan nog een andere 'meten is weten'. Voor lezen worden de kinderen op drie manieren getoetst. Allereerst via het wel bekende AVI systeem. Daarbij moeten kinderen een tekst in een bepaalde tijd lezen, met zo min mogelijk fouten. Dit lijkt mij een heel mooi, reeel beeld opleveren van de leeskwaliteit en het leestempo van de kinderen.
Dan is er een DMT toets. Deze toets bestaat uit het zo snel mogelijk lezen van rijtjes woorden, in drie minuten. Wanneer in ons 'normale' leven moeten wij woordrijtjes lezen? Wat meet deze toets en wat heeft deze meting te maken met de praktijk van alle dag?
En als laatste hebben we de leestempotoets. Een toets waarbij kinderen een verhaal moeten lezen. In dat verhaal staan telkens drie woorden met een schuine streep ertussen. Twee van die woorden zijn fout. De goede moet aangestreept worden. Wat meet deze toets? De vaardigheid in goed puzzelen? Scherp woordbeeld? Ik heb geen idee. Het enige voordeel van deze toets ligt op organisatorisch vlak. Met de hele klas kan dit tegelijk gemaakt worden. Dat de leerkracht dan vervolgens een dik uur bezig is met nakijken ...
Op deze drie toetsen wordt heel gevarieerd gescoord. Een kind die door alle AVI niveaus heen is, kan toch een D (onvoldoende) scoren voor de DMT toets. De leestempo toets wordt over het geheel genomen slechter gemaakt dan de DMT toets. Maar, dat moet ik er bij zeggen, op het lezen van woordjes is geoefend. De vraag die bij mij opkomt is of kinderen die die woordrijtjes hebben geoefend, werkelijk beter kunnen lezen. Ik durf dat toch ernstig te betwijfelen.
Waar zijn we met elkaar mee bezig? Ik begrijp dat onze school bezig is om uit de rode cijfers te komen, voor wat betreft het inspectieoordeel. Alle begrip! Met blijvende rode cijfers kunnen we de school uiteindelijk sluiten. Dat lijkt me niet iets wat we willen. Maar toch vraag ik mij af waar onderwijzend Nederland mee bezig is. Is er wel eens een analyse gemaakt, een werkelijke analyse, waarom het onderwijs volgens de overheid niet goed genoeg scoort? Is er wel eens gekeken naar alle achterliggende veranderingen die het onderwijs heeft doorgemaakt? De bezuinigingen als WSNS en Passend Onderwijs? De enorme werkvermeerdering voor leerkrachten en directies, zonder dat aan de voorwaarden om die uit te kunnen voeren wordt voldaan? Vraagt niemand zich af of ik al die extra dingen wel rond kan krijgen in de tijd die er voor staat? Of de dingen die een directeur allemaal uit moet voeren? 'Men' in ieder geval niet.
Het gaat bij 'men' alleen maar om het passend maken van het financiele plaatje en de controle of er goed wordt gescoord. Hoe een school dat met het beperkte budget en de beperkte middelen moet doen, is geen onderwerp van zorg en aandacht.
Volgens mij gaat het onderwijs op deze manier alleen nog maar meer achteruit. Leerkrachten werken zich kapot. En wat krijgen ze er voor terug? Nauwelijks voldoening uit het werken in de klas, want er is geen werkelijke tijd om aandacht aan kinderen te besteden. En juist die aandacht maakt het vak boeiend, inspirerend en energiegevend. De hele dag zit volgepropt met instructies en nog eens instructies. Als ik een gesprek met een kind wil voeren, moet dat na schooltijd. En wanneer heb ik na schooltijd eigenlijk tijd daarvoor? Drie van de vier dagen niet eerlijk gezegd. Vergadering zus, bespreking zo, analyse dit en activiteit dat. Sorry kind, maar volgende week gaat het misschien wel lukken. Of misschien ook niet... Is dit wat wij willen? Ik niet in ieder geval!
Wat dan wel een oplossing is? Weg al die plannen. Terug naar werkelijke aandacht voor het kind. Niet doen alsof we individueel onderwijs kunnen geven. Gewoon, klassikale instructie met hier en daar een uitvlieger naar boven. Maar bovenal veel samenwerkend leren. Heel veel. Dat is bewezen effectief voor het niveau van presteren. Zorgt voor een verbetering in het groepsklimaat, activeert kinderen, motiveert kinderen en zorgt voor meer zelfvertrouwen.
Volgens mij moet de spreuk niet zijn 'meten is weten', maar 'samenwerken is leren'.
Labels:
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
'structureel cooperatief leren',
'zwakke scholen',
Cito,
faalangst,
groepsplannen,
handelingsplannen,
inspectie,
kritiek
vrijdag 25 maart 2011
wat is de waarheid?
Al een week lang loop ik rond met vragen. Nou ja, een week... Veel langer eigenlijk al, maar deze week werd ik opnieuw bij deze vragen bepaald. Als leerkracht van een school die onder inspectietoezicht staat, word ik gedwongen bepaalde dingen te doen. Niet doen, is afgestraft worden. Het doen betreft vooral het zichtbaar maken op papier van acties die je doet. Op zich niks mis mee. Papier zorgt voor duidelijkheid, toch? Maar volgens mij zit in dat papier ook de valkuil. Papier is geduldig, maar kost ook tijd. Het schrijven van plannen van aanpak, beschrijven van analyses, beschrijven wat je plan is voor de komende zes weken... Een tijdrovende bezigheid. Het doel hiervan? Voor de inspectie waarschijnlijk dat we controleerbaar zijn. Mijn doel, als ik het werkelijk zou willen, is het verbeteren van mijn onderwijsaanbod. En dat laatste lijkt mij toch het belangrijkste doel van de inspectie. Het vreemde is echter dat door het toenemen van de papierwinkel de werkelijke tijd voor het verzorgen van goed onderwijs afneemt. Vandaag ben ik 3 uur bezig geweest met het opnieuw inrichten van de groepsmap en zorgmap. Dit volgens het nieuwe systeem waarbij de eisen van de inspectie zijn meegenomen. Wat was er mis met het oude systeem? Keurige groepsoverzichten, resultaten, automatisch gegenereerde ananlyses, een mooi weekrooster met daarin vermeld alle extra te geven instructie enz. Waarom een overzicht van de uit te voeren lessen en de lesdoelen van het hele jaar? Die staan toch gewoon in de methode? Waarom analyses van elke taaltoets? Je bespreekt die toetsen toch altijd na en je geeft toch extra uitleg als je ziet dat een kind iets niet goed heeft begrepen? Waarom al die handelingen vastleggen?
En niet alleen ik ben er vandaag 3 uur mee zoet geweest. En niet alleen vandaag. En dan heb ik het nog niet over al het werk dat de IB-er en de directie hebben aan het komende bezoek van de inspectie. Het lijkt mij dat de inspectie wil dat we meer kwaliteit leveren. Staat kwaliteit gelijk aan een goede administratie? Of beter gezegd: betekent een goede administratie dat je goed presteert?
Volgens mij zorgt de inspectie voor minder kwaliteit. Door het vele werk van vandaag bijvoorbeeld, liggen de taaltoetsen nog onnagekeken in de kast. De planning is dat ik deze maandag met de kinderen nabespreek. Jammer van de planning, maar dat is niet haalbaar.
Of ik de analyses van alle toetsen van het afgelopen half jaar nog maar even wil maken. Hoezo? Met welk doel? We gaan toch voor kwaliteit? Ik heb n.a.v. de toetsen extra hulp geboden. Waarom dat achteraf nog op papier zetten? Om een wit voetje te halen bij meneer de inspecteur? Alle tijd die me dat kost, kan ik niet besteden aan het voorbereiden van de lessen.
Er moet een nieuwe methode voor rekenen, technisch lezen en schrijven worden uitgezocht. Wanneer heb ik tijd om mij daarin te verdiepen? Al het papierwerk verdringt mijn tijd voor waar het werkelijk om draait.
De enorme werkdruk zorgt voor spanning. Het gevoel van 'moeten' is permanent aanwezig. Moeten voor de inspectie. Niet het moeten om kwaliteit te leveren. Dat moeten is niet erg. Dat wil ik wel.
Vanochtend om half acht was ik op school, om kwart voor zes trok ik de deur achter me dicht. En dat niet alleen vandaag. En niet alleen ik. Krijg je hier uitgeruste leerkrachten van? Krijg je hier goed toegeruste leerkrachten van? Wordt het onderwijs hier beter van? Ik geloof er werkelijk helemaal niets van!
En niet alleen ik ben er vandaag 3 uur mee zoet geweest. En niet alleen vandaag. En dan heb ik het nog niet over al het werk dat de IB-er en de directie hebben aan het komende bezoek van de inspectie. Het lijkt mij dat de inspectie wil dat we meer kwaliteit leveren. Staat kwaliteit gelijk aan een goede administratie? Of beter gezegd: betekent een goede administratie dat je goed presteert?
Volgens mij zorgt de inspectie voor minder kwaliteit. Door het vele werk van vandaag bijvoorbeeld, liggen de taaltoetsen nog onnagekeken in de kast. De planning is dat ik deze maandag met de kinderen nabespreek. Jammer van de planning, maar dat is niet haalbaar.
Of ik de analyses van alle toetsen van het afgelopen half jaar nog maar even wil maken. Hoezo? Met welk doel? We gaan toch voor kwaliteit? Ik heb n.a.v. de toetsen extra hulp geboden. Waarom dat achteraf nog op papier zetten? Om een wit voetje te halen bij meneer de inspecteur? Alle tijd die me dat kost, kan ik niet besteden aan het voorbereiden van de lessen.
Er moet een nieuwe methode voor rekenen, technisch lezen en schrijven worden uitgezocht. Wanneer heb ik tijd om mij daarin te verdiepen? Al het papierwerk verdringt mijn tijd voor waar het werkelijk om draait.
De enorme werkdruk zorgt voor spanning. Het gevoel van 'moeten' is permanent aanwezig. Moeten voor de inspectie. Niet het moeten om kwaliteit te leveren. Dat moeten is niet erg. Dat wil ik wel.
Vanochtend om half acht was ik op school, om kwart voor zes trok ik de deur achter me dicht. En dat niet alleen vandaag. En niet alleen ik. Krijg je hier uitgeruste leerkrachten van? Krijg je hier goed toegeruste leerkrachten van? Wordt het onderwijs hier beter van? Ik geloof er werkelijk helemaal niets van!
Labels:
'beter onderwijs',
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
basisonderwijs,
bureaucratie,
inspectie,
kritiek,
kwaliteit
donderdag 17 maart 2011
Onnavolgbaar
Tot vanmiddag een uur of vier had ik een bijzonder aangename dag. Nog steeds mag ik genieten van groep 8. Helaas voor mijn collega is zij namelijk nog ziek. Voor mij betekent dat een hele week lesgeven aan haar groep. En dat is echt heerlijk. Zij heeft de boel goed georganiseerd. Makkelijk over te pakken. En ik ken de groep op mijn duimpje. Zowaar had ik zelfs 10 minuten tijd om te observeren. Een ongekend luxe!
Om kwart voor vier echter, begon de bouwvergadering. Aangezien ik deze zelf voorzit en ook de agenda maak, wist ik al een paar dagen de ins en outs. Ten minste, dat dacht ik. Om even voor twaalf echter kreeg ik van een collega bouwcoordinator te horen dat we voor de inspectie onze implementatie voor de begrijpend lezen methode op papier moesten hebben. Of we dat punt ook maar even mee wilden nemen. En om half vier kwam de IB-er met het verzoek de inhoud van de groeps-, zorg- en hangmap nog eens na te lopen. 'Vandaag graag, want morgen moet het naar de inspectie.' Ja, die inspectie. Nu ons verbeterplan is goedgekeurd, eindelijk, krijgen we de heren inspecteur weer op bezoek. En of we dan maar even alles in orde willen hebben.
Het agendapunt begrijpend lezen vormde niet echt een probleem. Al vlot waren we daar uit. Het punt groespmappen echter, zorgde, positief gezegd, voor verwondering. Of we namelijk maar wilden zorgen voor een roosterplanning van 6 weken vooruit. 'Zes weken?' De een vroeg of de potjes tip-ex al waren besteld en de ander vroeg zich af welke papieren tijger we nou weer op ons bord kregen. 'Ja, maar de inspectie wil weten of we planmatig handelen en dus of we vooraf nadenken over de leerstof die we die periode aan gaan bieden. En welke kinderen daarop wellicht gaan uitvallen of meer instructie nodig hebben.' Verbazing alom. 'Waar hebben we methodes en handleidingen voor?' 'Zijn kinderen producten geworden?' 'Wat een tijdverspilling. Je plant toch wekelijks en dagelijks wat je gaat doen, welke instructie (handelingsplannen, groepsplannen enz.) en bekijkt dagelijks en wekelijks hoe dingen zijn gegaan en wat je eventueel nog moet uitleggen, herhalen of wat ook!' De verwondering sloeg over in boosheid. Boosheid over de zoveelste dwingende, onzinnige, tijdrovende eis van de inspectie. En of we ook gelijk maar analyses op papier wilden zetten voor alle methodegebonden toetsen. 'Altijd maar weer dat papier. We maken analyses. We voeren acties uit. Waarom nog dat papier? De tijd die het kost om alles op papier te zetten, besteed ik liever aan iets anders!' De irritatie verdween de hele vergadering niet meer.
Nu ik het toch over de inspectie heb, nog even wat anders. Een van de redenen voor ons stempel 'zeer zwakke school' was het feit dat we voor kinderen met bijvoorbeeld dyslexie niet op papier hadden staan dat zij voor bijvoorbeeld spelling de eindtermen van groep 8 niet zouden halen. 'Fout', volgens de inspectie. Voor alle kinderen die de stof van groep 8 niet gaan halen door bijvoorbeeld dyslexie, moet een ontwikkelingsperspectief worden opgesteld. Daarin staat wat de verwachting is. Wat is haalbaar? Welke begeleiding krijgt het kind? Enz. Volgens mij een hele dikke papieren tijger, welke elke keer bijgesteld mag worden. Wat zegt zoiets nou werkelijk? Wordt het kind er beter van? Wordt de school er beter van? Kan de leerkracht het kind hierdoor beter begeleiden? Wat weten we door dit papier? Niets meer dan toen we deze papieren nog niet hadden. Heel bijzonder!
Het bijzondere is echter ook dat kinderen die zo'n OPP hebben, voor bepaalde vakken niet meegeteld hoeven te worden bij de citoscores. De gemiddelde groepsscore verbetert aanzienlijk als je deze kinderen niet meetelt. Dus als je OPP's maakt, presteer je beter. Of toch niet? Ik hoop dat iemand dit nog snapt, want als ik een broek aan zou hebben, zou die nu wel op m'n enkels hangen.
Om kwart voor vier echter, begon de bouwvergadering. Aangezien ik deze zelf voorzit en ook de agenda maak, wist ik al een paar dagen de ins en outs. Ten minste, dat dacht ik. Om even voor twaalf echter kreeg ik van een collega bouwcoordinator te horen dat we voor de inspectie onze implementatie voor de begrijpend lezen methode op papier moesten hebben. Of we dat punt ook maar even mee wilden nemen. En om half vier kwam de IB-er met het verzoek de inhoud van de groeps-, zorg- en hangmap nog eens na te lopen. 'Vandaag graag, want morgen moet het naar de inspectie.' Ja, die inspectie. Nu ons verbeterplan is goedgekeurd, eindelijk, krijgen we de heren inspecteur weer op bezoek. En of we dan maar even alles in orde willen hebben.
Het agendapunt begrijpend lezen vormde niet echt een probleem. Al vlot waren we daar uit. Het punt groespmappen echter, zorgde, positief gezegd, voor verwondering. Of we namelijk maar wilden zorgen voor een roosterplanning van 6 weken vooruit. 'Zes weken?' De een vroeg of de potjes tip-ex al waren besteld en de ander vroeg zich af welke papieren tijger we nou weer op ons bord kregen. 'Ja, maar de inspectie wil weten of we planmatig handelen en dus of we vooraf nadenken over de leerstof die we die periode aan gaan bieden. En welke kinderen daarop wellicht gaan uitvallen of meer instructie nodig hebben.' Verbazing alom. 'Waar hebben we methodes en handleidingen voor?' 'Zijn kinderen producten geworden?' 'Wat een tijdverspilling. Je plant toch wekelijks en dagelijks wat je gaat doen, welke instructie (handelingsplannen, groepsplannen enz.) en bekijkt dagelijks en wekelijks hoe dingen zijn gegaan en wat je eventueel nog moet uitleggen, herhalen of wat ook!' De verwondering sloeg over in boosheid. Boosheid over de zoveelste dwingende, onzinnige, tijdrovende eis van de inspectie. En of we ook gelijk maar analyses op papier wilden zetten voor alle methodegebonden toetsen. 'Altijd maar weer dat papier. We maken analyses. We voeren acties uit. Waarom nog dat papier? De tijd die het kost om alles op papier te zetten, besteed ik liever aan iets anders!' De irritatie verdween de hele vergadering niet meer.
Nu ik het toch over de inspectie heb, nog even wat anders. Een van de redenen voor ons stempel 'zeer zwakke school' was het feit dat we voor kinderen met bijvoorbeeld dyslexie niet op papier hadden staan dat zij voor bijvoorbeeld spelling de eindtermen van groep 8 niet zouden halen. 'Fout', volgens de inspectie. Voor alle kinderen die de stof van groep 8 niet gaan halen door bijvoorbeeld dyslexie, moet een ontwikkelingsperspectief worden opgesteld. Daarin staat wat de verwachting is. Wat is haalbaar? Welke begeleiding krijgt het kind? Enz. Volgens mij een hele dikke papieren tijger, welke elke keer bijgesteld mag worden. Wat zegt zoiets nou werkelijk? Wordt het kind er beter van? Wordt de school er beter van? Kan de leerkracht het kind hierdoor beter begeleiden? Wat weten we door dit papier? Niets meer dan toen we deze papieren nog niet hadden. Heel bijzonder!
Het bijzondere is echter ook dat kinderen die zo'n OPP hebben, voor bepaalde vakken niet meegeteld hoeven te worden bij de citoscores. De gemiddelde groepsscore verbetert aanzienlijk als je deze kinderen niet meetelt. Dus als je OPP's maakt, presteer je beter. Of toch niet? Ik hoop dat iemand dit nog snapt, want als ik een broek aan zou hebben, zou die nu wel op m'n enkels hangen.
Labels:
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
inspectie,
kritiek,
kwaliteit,
werdruk
dinsdag 15 februari 2011
opbrengstgericht werken
Vies woord? Of realiteit? Wat is er mis met opbrengstgericht werken? Een half jaar geleden had ik dat nog zo uit mijn mouw geschud. Nu weet ik het niet meer. Als zeer zwakke school zullen we ons wel op de opbrengsten moeten richten. Daarop worden we, helaas, afgerekend. Of ik daar blij mee ben, is een tweede. En of de werkelijke prestaties van de kinderen daardoor verbeteren, blijf ik toch echt betwijfelen. Natuurlijk kunnen dingen beter. Instructies kunnen beter. Klassenmanagement kan effectiever. De werkvormen kunnen interactiever waardoor de betrokkenheid van kinderen hoger wordt en het leerrendement verbetert. Dat zal ongetwijfeld voor betere prestaties zorgen. En in een aantal gevallen ook voor meer kennis en kundigheid van de leerlingen. Ik zou echter wel eens in onderzoek bewezen willen zien dat hoge cito's gelijk staan aan een hoger niveau. Of beter gezegd: Dat lagere cito's betekenen dat kinderen op een lager niveau uitstromen. De adviezen en uitstroomgegevens van onze school, betreffende het niveau voor VO, komen voor het grootste deel overeen met het diploma dat deze leerlingen behalen. En die adviezen zijn tot op heden zonder kennis van de Cito eindtoets gegeven.
En toch en toch. Opbrengsten zijn natuurlijk belangrijk. En nogmaals, er is zeker genoeg te verbeteren. Maar... Ik blijf bij dat maar hangen. Dit ook omdat ik het gevoel krijg in een situatie te worden gedwongen die niet bij mij past. Over dat gevoel ga ik nog eens rustig verder denken. Dat zal vast iets opbrengen.
En toch en toch. Opbrengsten zijn natuurlijk belangrijk. En nogmaals, er is zeker genoeg te verbeteren. Maar... Ik blijf bij dat maar hangen. Dit ook omdat ik het gevoel krijg in een situatie te worden gedwongen die niet bij mij past. Over dat gevoel ga ik nog eens rustig verder denken. Dat zal vast iets opbrengen.
Labels:
'beter onderwijs',
'effectief onderwijs',
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
basisonderwijs,
goed onderwijs,
inspectie,
klassenmanagement,
kwaliteit
zaterdag 12 februari 2011
partnerschap
Gister opnieuw partnerschap met ouders ervaren. 's Ochtends, voor schooltijd, kwam er een ouder bij me. De dag ervoor was tijdens het naar huis fietsen een vechtpartij ontstaan. En deze vechtpartij stond niet op zichzelf. Pestgedrag van anderen zorgde, zo zei ze, regelmatig voor van de fiets geduwd worden of vallen. Ik voelde de woede direct in mij op borrelen. De pesterijen van een groepje tegen een eenling! Hoe durfden ze. Hoe gemeen. Snel besloot ik dit direct aan te pakken. Toen alle kinderen binnen waren, deelde ik mee dat er iets was voorgevallen en dat ik dat eerst met alle betrokkenen wilde bespreken. Kort legde ik uit wat iedereen in de klas ging doen: zichzelf complimenten geven, dit in een groepje bespreken en daarna anderen complimenteren. De opdracht landde naar mijn idee vrij vlot en ik vertrok naar de gang. Met alle betrokkenen van de vechtpartij voerde ik een gesprek. Langzaam zakte mijn woede weg. Mij werd een beeld geschetst van plagerijen die ontaardden in pesterijen en uiteindelijk in een vechtpartij. Alle betrokkenen beseften en erkenden hun aandeel. Met alle betrokkenen besprak ik de ernst van dergelijk gedrag. Ik deelde hen mee dat ik hun ouders zou bellen. Terug in de klas, het was toen al 5 voor 9, was de sfeer merkbaar anders. Uiteraard had de overgebleven rest flink gebruik gemaakt van mijn afwezigheid. Het gekakel was al die tijd luid en duidelijk op de gang hoorbaar geweest. Maar blijkbaar was er toch ook serieus aan de complimenten gewerkt. Bij de terugkoppeling gingen veel meisjesvingers omhoog. En na de eerste jongen, die zichzelf een compliment durfde te geven, volgenden er meer. Ook complimenten aan anderen vlogen door de lucht. Duidelijk geen verloren tijd, de tijd die ik in gesprek was geweest.
Na schooltijd belde ik alle ouders. En bij alle ouders kreeg ik positief gehoor. Ik gaf aan dat de gebeurtenissen buiten school hadden plaatsgevonden, maar dat ik toch mijn zorg over deze zaak met hen wilde delen. Alle ouders gaven aan dit te waarderen en dit met hun kind te zullen bespreken. De ouder die het die ochtend bij mij had gemeld, was ook blij.
Om half zes ging ik met een tevreden gevoel naar huis. Deze manier van oudercontact levert volgens mij een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen.
Na schooltijd belde ik alle ouders. En bij alle ouders kreeg ik positief gehoor. Ik gaf aan dat de gebeurtenissen buiten school hadden plaatsgevonden, maar dat ik toch mijn zorg over deze zaak met hen wilde delen. Alle ouders gaven aan dit te waarderen en dit met hun kind te zullen bespreken. De ouder die het die ochtend bij mij had gemeld, was ook blij.
Om half zes ging ik met een tevreden gevoel naar huis. Deze manier van oudercontact levert volgens mij een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen.
Labels:
'beter onderwijs',
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
'ouders als partners',
'zwakke scholen',
basisonderwijs,
oudergesprekken,
zorg
vrijdag 11 februari 2011
een schuldige tafel
16.00 uur; een vol lokaal; leerkrachten zittend in een u-vorm; geklets en gerommel; vergadertijd?
Barbara zit naast mij. Toevallig valt ons beider blik op Inge die een beker thee wil. Ze slaakt een kreet als een groot deel van de thee langs de kan op de tafel druipt. Arie kijkt ook op en ziet het probleem. 'Daar moet een handelingsplan op', zegt Barbara. 'En wel eerst analyseren', zegt hij. Barbara schiet in de lach: 'Ja, die analyse is belangrijk, anders weet je niet wie er schuldig is.' Arie moet ook lachen. 'Ik durf te wedden dat de tafel de schuld krijgt.' Ik grinnik mee.
De vele, vele handelingsplannen, daaraan voorafgaande ad hoc analyses en stress rondom dit alles, staan op mijn netvlies. Hierbij kan ik me niet aan het idee onttrekken dat de 'schuldvraag' regelmatig niet op de juiste plek wordt gelegd. Daarnaast heb ik het idee, dat we sterk overtrokken reageren. Als een kind ineens een lage C score heeft, maar daarvoor alle jaren een A, moet er toch een handelingsplan worden gemaakt. Dat lijkt mij overdreven. Alert blijven, is dan wel van belang. Eerst eens investeren in kinderen die al langer beneden hun niveau presteren, is naar mijn idee een verstandiger inzet. En daar hebben we echt meer dan genoeg werk aan. Zonder al die handelingsplannen werk je je tenslotte als leerkracht al een slag in de rondte.
Barbara zit naast mij. Toevallig valt ons beider blik op Inge die een beker thee wil. Ze slaakt een kreet als een groot deel van de thee langs de kan op de tafel druipt. Arie kijkt ook op en ziet het probleem. 'Daar moet een handelingsplan op', zegt Barbara. 'En wel eerst analyseren', zegt hij. Barbara schiet in de lach: 'Ja, die analyse is belangrijk, anders weet je niet wie er schuldig is.' Arie moet ook lachen. 'Ik durf te wedden dat de tafel de schuld krijgt.' Ik grinnik mee.
De vele, vele handelingsplannen, daaraan voorafgaande ad hoc analyses en stress rondom dit alles, staan op mijn netvlies. Hierbij kan ik me niet aan het idee onttrekken dat de 'schuldvraag' regelmatig niet op de juiste plek wordt gelegd. Daarnaast heb ik het idee, dat we sterk overtrokken reageren. Als een kind ineens een lage C score heeft, maar daarvoor alle jaren een A, moet er toch een handelingsplan worden gemaakt. Dat lijkt mij overdreven. Alert blijven, is dan wel van belang. Eerst eens investeren in kinderen die al langer beneden hun niveau presteren, is naar mijn idee een verstandiger inzet. En daar hebben we echt meer dan genoeg werk aan. Zonder al die handelingsplannen werk je je tenslotte als leerkracht al een slag in de rondte.
Labels:
'effectief onderwijs',
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
Cito,
handelingsplannen,
stress
zaterdag 22 januari 2011
cito toetsen
De halfjaarlijkse cito toetsen zijn deze week weer door de school gevlogen. De kinderen kregen de ene na de andere toets om hun oren en slaakten een zucht van verlichting na de laatste, gezamenlijke toets. Natuurlijk, als nieuwsgierige leerkracht, maar ook als opgejaagde leerkracht op een zeer zwakke school, heb ik direct alles nagekeken wat af was. De resultaten zijn tot nu toe goed, tenminste, voor lezen en spelling. Rekenen lijkt wat minder, maar ja, nog maar 6 kinderen zijn helemaal klaar, en begrijpend lezen lijkt oke, maar is ook nog lang niet door iedereen gemaakt. De spelling en leesresultaten maakten mij wel blij. We hebben hieraan keihard gewerkt. Het voelde soms 'alsof de zweep erover lag'. De werkvormen echter die we gebruikt hebben, vonden de kinderen meestal leuk. De extra tijdsinvestering lijkt zich nu terugverdiend te hebben. Wat ik mij echter constant afvraag is of de kinderen nu meer weten of dat ze gewoon de toetsen beter kunnen maken. Daar kom ik maar niet uit. Al bekruipt mij nog steeds het dubbele gevoel, dat ik bij aanvang van dit schooljaar al had. Oefenen op de manier die Cito aanbiedt, zorgt uiteraard voor hogere scores. Want een manier van werken die bekend is, maakt dat je beter kunt neerzetten wat je kunt. Maar kunnen ze nu ook meer? Hebben ze meer kennis? Of zijn ze alleen maar handiger in het maken van de opdrachten geworden? Ik hoop het eerste, maar ben toch een beetje bang voor het laatste. Maar dit is toch eigenlijk ook het enige dat de inspectie belangrijk vindt? Maar niet wat ik belangrijk vind. Kinderen moeten uitgedaagd worden om hun kennis te vermeerderen. Kinderen moeten leren leuk vinden en daardoor laten zien wat ze kunnen. In deze heksenjacht naar zwakke scholen, komen we daar echter niet aan toe. Of de kwaliteitsverbetering die de inspectie beoogt ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt, durf ik toch te betwijfelen.
Labels:
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
basisonderwijs,
Cito,
inspectie,
kritiek,
kwaliteit
Abonneren op:
Posts (Atom)