Onderwijsblog van Ingrid Overeem, auteur van 'leerkracht zijn, droom of nachtmerrie?'
Ingrid
vrijdag 22 juni 2012
Scoren?
zondag 15 mei 2011
analyses
De inspecteur is geweest. Gelukkig. We kunnen weer even ademhalen. Dat wel, maar toch...
dinsdag 15 februari 2011
opbrengstgericht werken
En toch en toch. Opbrengsten zijn natuurlijk belangrijk. En nogmaals, er is zeker genoeg te verbeteren. Maar... Ik blijf bij dat maar hangen. Dit ook omdat ik het gevoel krijg in een situatie te worden gedwongen die niet bij mij past. Over dat gevoel ga ik nog eens rustig verder denken. Dat zal vast iets opbrengen.
maandag 3 januari 2011
Chinese muur
Veel verhalen van kinderen. Veel gesprekjes en momenten van contact zoeken. Veel afstemmen op de kinderen van mijn kant. Het was als een warm bad. Kinderen zijn toch werkelijk fantastisch! Zo vol vertrouwen, veiligheid zoekend, contact zoekend, eerlijk en gericht op fijne momenten. Ondanks de onrust en de zichtbare moeheid van veel kinderen, was het een dag met veel complimenten en serieus en aandachtig werken. Wat ik me ovreigens wel afvraag is hoe het kan dat kinderen op maandagochtend na de vakantie op hun stoel hangen en de tafel als ondersteuning nodig hebben. Net vakantie gehad toch? Of zie ik dat verkeerd?
Maar goed...
Om de onrust tegen te gaan tussendoor een aantal beweegspelletjes gedaan. En lekker gezongen. Het lesrooster even het lesrooster gelaten. Dat alles hielp zeker! In vergelijking met andere maandagen, waren de kinderen 's middags nog redelijk rustig. Het laatste 'uur' hebben we altijd gym op maandag. Een goed moment om uit te razen. Zo ook deze keer. Vandaag zorgde het spel Chinese muur voor een zeer levendig tafereel. Rennen, vliegen, duwen, lachen, gillen en glijden. De energie vloog door de ruimte heen. De kinderen genoten. En dan geniet juf ook.
De kop is er weer af. Morgen weer een nieuwe, frisse dag die we met plezier tegemoet zien.
woensdag 8 december 2010
Ik zou zoveel willen doen...
Vandaag word ik er weer even moe van. Moe van het altijd opboksen tegen de tijd. Altijd maar prioriteiten stellen. Nooit tevreden over wat wel lukt omdat er zoveel blijft liggen wat ook nodig is. Hard nodig om effectiever te kunnen zijn.
zondag 17 oktober 2010
Nog even doorbijten
Nog even doorbijten en dan tijd om een week lang zo min mogelijk met werk bezig te zijn.
Ik krijg het nu bijna niet uit mijn hoofd. Zeker niet met alle oudergesprekken die nu plaats vinden of al hebben gevonden en de evaluaties van de handelingsplannen. Het werk gaat maar door en gaat maar door. En stapelt zich alsmaar op. Hoe krijg ik alles voor elkaar? Hoe zorg ik dat ik afstand kan nemen? M'n hoofd tolt van alles wat ik nog moet doen en vooral wil doen, om kwaliteit te leveren. Maar de tijd is zo beperkt. En dan gaan we ook nog bezuinigen. Ja, daar krijgen we ook wat voor terug, wordt gezegd. Nou, dat laatste moet ik nog zien. En dat eerste ervaar ik al jaren. Bezuiniging op bezuiniging, zonder serieuze investering in menskracht! Wel kwaliteit eisen, maar niet zorgen voor de randvoorwaarden. Ik word daar zo moe van. Ook hier nog even doorbijten of is uiteindelijk mijn lange adem niet lang genoeg? Ik ben bang voor het laatste. Want wie hoort de roepende in de woestijn?
zaterdag 2 oktober 2010
groepsvorming
In de pauze kwam een Patricia naar me toe. 'Juf ik kan niet zo goed met Irene overweg. We hebben een beetje ruzie.' Ik bevestigde dat het goed was dat ze bij me kwam en stuurde haar naar Irene om dit te bespreken, want misschien viel het wel mee. Ze kwam terug met de meededeling dat Irene er net zo over dacht. Werk aan de winkel dus.
Terug in de klas gaf ik aan dat er behoefte was aan een wissel. Natuurlijk kwamen er meer reacties. Mijn zesweken slecht slapen opmerking herhaalde ik een paar keer. En na wat gepuzzel en heen en weer gepraat, waren we er uit. Iedereen redelijk tevreden en nog steeds mooi evenwichtige groepjes.
Om even voor drie uur begon de grote volksverhuizing en om tien over drie kwam het eerste groepje mij melden dat ze al een naam hadden. Ik was helemaal verbaasd. 'Wauw, wat snel.' Glimmend van trots en met een dik compliment erbij, schreef ik hun groepsnaam op het bord. Een tweede en derde groepje volgenden snel. De bedankkaartjes werden uitgereikt. Nieuwsgierig las een ieder de ontvangen kaartjes met complimenten. Een korte inventarisatie van mijn kant maakte duidelijk dat de meeste kinderen blij waren met de gekregen complimenten. Een prettige swung was voelbaar. Een positieve beweging was duidelijk merkbaar.
Een uurtje later keek ik tevreden om mij heen in het lege lokaal. Een fijne dag. Een goede afsluiting. En een mooie basis voor verdere groepsvorming, teambouw en klasbouw!
woensdag 22 september 2010
STRESS!!!
En dan als de kinderen weg zijn aan de slag met andere zaken. Spullen in orde maken voor een kind dat al twee weken ziek is. Hoe maken we die inhaalslag? Hoe krijgt het de juiste instructie? En wanneer doe ik dat dan? Groepsmap in orde maken. Gegevens nalopen. Planning vastleggen. Overleg met een collega over een ander kind. Briefje maken voor een excursie naar de Waterzuivering. En toen was het al weer drie uur. En nog niet alles klaar wat ik had willen doen. Had om twee uur thuis willen zijn. Tijd voor studie. Mooi niet dus.
Nu, om negen uur 's avonds, vliegt het me allemaal even aan. Net stoom afgeblazen bij wederhelft. Dat hielp. Besloten voor vanavond te stoppen met leren en werken. Even ontspannen. En dan vroeg het bed in. Hopelijk heeft de nieuwe dag weer wat rust in petto. Of de wens de vader der gedachte is...
zondag 19 september 2010
de lerende organisatie
De dag begon voor mij vandaag lekker vroeg. Het gehoest en geproest van mijn wederhelft zorgde voor een 'doordeweekse' tijd van opstaan: 7.00 uur. En zo zat ik dan om 8.00 uur in het boek te lezen van Peter Senge 'de vijfde discipline'. Ik moet eerlijk zeggen: 'Saai, die titel.' Alleen op de titel afgaand, zou ik dit boek nooit lezen. Maar opleidingen stellen literatuur verplicht, en zo las ik dan door de titel heen, al snel verdiept in de inhoud van het boek. Kort gezegd zet Senge in zijn boek een theorie uiteen over 'de lerende organisatie'. Elke organisatie die succesvol wil zijn, moet lerend zijn. En om lerend te zijn, moet je een vijftal disciplines hanteren, waarvan de vijfde discipline het meest wezenlijk is, systeemdenken. Vandaar die, nog steeds, saaie titel.
Wat dit met het onderwijs te maken heeft, zul jij je afvragen? Nou, genoeg. Een school is tenslotte een organisatie. En een school zou toch juist lerend moeten zijn. Maar of dat ook zo is, durf ik te betwijfelen, want al lezend zag ik allerlei schoolorganisaties aan mijn geestesoog voorbij trekken. En geen van deze organisaties durfde ik zonder aarzelen te etiketteren als 'lerend'. Niet dat er niet hard gewerkt wordt, serieus gewerkt wordt. Zeker wel. Niet dat er geen goede leraren zijn en waardeloos onderwijs. Er zijn juist fantastische leraren en ook wordt er op veel plaatsen goed onderwijs gegeven. Maar er wordt niet of nauwelijks systematisch gedacht; lange termijn beslissingen zie ik weinig terug; werken vanuit een lerend team herken ik nauwelijks; denken en werken vanuit een visie wordt wel gezegd, maar nageleefd?; en het persoonlijke meesterschap zie ik ook niet alom vertegenwoordigd. Natuurlijk hebben alle scholen, sinds een jaar of wat, een visie en een missie. Zo'n hype van even terug. Maar of die visie werkelijk doorleefd is en of alle betrokkenen werkelijk die visie gestalte willen geven, durf ik toch te betwijfelen. Is die visie niet stiekem de visie van de directie, opgelegd aan een team? En die teamgeest, is die er wel? Of worden teams alleen zo genoemd omdat het beestje een naam moet hebben? Zijn schoolteams werkelijk groepen mensen die gezamenlijk het hoogst bereikbare nastreven en daartoe worden gemotiveerd, gestimuleerd en gesteund door directies en besturen? Ik durf dat te betwijfelen. En lange termijn acties worden maar al te vaak afgestraft. Ik weet van een school die geld ging reserveren om digiborden aan te schaffen en een laptop computereiland. Na een paar jaar sparen stond er een mooi bedrag apart en kon tot actie worden overgegaan. Echter, drie jaar daarna pas, mocht de school digitale borden aanschaffen. Goedkope versie. Drie stuks. Waarom? Het bestuur gooide alle gereserveerde gelden op een hoop en bepaalde dat de betreffende school ineens nog maar een vijfde van het gereserveerde geld te besteden had. Drie digiborden op 400 leerlingen vind ik wel een hele povere vertoning in deze digitale tijd. En dan niet te vergeten dat persoonlijk meesterschap. Terug naar de tijd van de gilden toen iedereen die zich meester wilde laten noemen, een meesterstuk moest maken. Een prachtig idee om in deze tijd weer toe te passen. Volgens de wet BIO (wet op beroepen in het onderwijs) moeten alle leraren zich blijvend scholend. Lerend zijn dus. Een goede zaak! Maar de praktijk staat in schril contrast met deze prachtige meesterschapgedachte. Wie krijgt er geld voor scholing van het bestuur of de stichting? Slechts een handjevol mensen. Hoe kunnen leraren zich dan laten scholen? De overheid heeft gelukkig wel een mooi initiatief hiervoor, de zogenaamde lerarenbeurs. En kijk wat er gebeurt? Leraren vragen deze beurs bij bosjes aan. Willen door scholing letterlijk meesterschap veroveren. Maar kunnen die leraren met hun meesterschap aan de slag, ter versterking van het lerende team? Worden mensen wel ingezet naar hun kwaliteiten en meesterschap? Of worden mensen die zich meester mogen noemen van een hoop kennis, ervaring en kundigheid aan de kant geschoven? Omdat ze lastig zijn? Of omdat er gewoon geen beleid gemaakt is om kwaliteit gericht in te zetten?
Ik ken slechts een handjevol goede voorbeelden tegenover een container vol slechte. Leraren worden niet gezien als wezenlijk onderdeel van een lerende organisatie. Besturen en directies maken plannen, welke leraren dan moeten uitvoeren. De voorgekookte visie en bedachte teamactiviteiten komen naar mijn idee, en als ik het goed begrijp ook naar het idee van Senge, niet uit de juiste koker en zullen derhalve ook niet voor het gewenste resultaat zorgen. Welke leraar voelt zich deel van een geheel als dingen worden opgelegd? Welke leraar voelt zich serieus genomen als zijn/ haar kwaliteiten niet worden erkend en benut? Welke leraar zal blijvend streven naar het hoogst bereikbare als dat hoogst bereikbare wordt vastgesteld zonder inbreng van de leraar?
Het kijken naar verbanden, gehelen, de lange termijn en de kracht van lerende teams, zie ik heel weinig terug in het onderwijs. Het zijn meestal bestuur en directie die bepalen. Geen wonder dat klassen eilandjes blijven en de teamgeest ver te zoeken is. Als besturen en directies eens de uitspraken 'samen sterk' en 'een voor allen en allen voor een' gaan naleven, zou er een hoop kunnen veranderen in onderwijsland. Wellicht dat dan de lerende organisatie werkelijk gestalte krijgt en scholen organisaties worden waarin alle betrokkenen een leven lang willen en mogen blijven leren.
dinsdag 17 augustus 2010
Onderwijscultuur
Het leek wel een gewone maandag. Bekende auto’s op de parkeerplaats. Fiets in de rekken. Een net openstaande voordeur. Alleen de tijd was anders dan anders: Negen uur. Vakantietijd. En toch, een bevolkte school. Binnenkomend ontdekte ik twee collega’s in een schilderoutfit. Gewapend met rollers, een trap en verf, waren ze op weg naar een van hun lokalen. ‘Even een fris verfje is wel nodig.’ Dit kon ik bevestigen. En helemaal voor dat lokaal, want tegen die vieze wanden had ik het hele vorige jaar al aangekeken. Echter, zonder ze te schilderen. Voor het eerst in mijn onderwijscarriĆØre had ik geen fris verfje op de muren gesmeerd. Ondanks de hoge noodzaak. De nieuwe directeur had ik wel het idee aan de hand gedaan om de conciĆ«rge elk jaar vier lokalen te laten schilderen. Want lokalen schilderen is toch niet de taak van een leerkracht. En elke vier jaar een nieuw verfje, leek me heel mooi. Mijn idee had echter geen voedingsbodem gevonden., had ik al eerder geconstateerd. Kijkend naar mijn drukke collega’s kon ik, vanuit mijn irritatie over de vreemde cultuur in het basisonderwijs, waarbij het onder andere normaal wordt geacht je eigen werkplek te schilderen en schoon te houden, niet nalaten een opmerking te maken. ‘Ik doe dat niet meer. Twee jaar geleden was de laatste keer. Ik ben er klaar mee.’ Weinig respons. Natuurlijk, want wat moesten ze zeggen op mijn protestopmerking? Terwijl ik door de school verder liep, kwam ik nog meer collega’s tegen, druk bezig met de inrichting van hun groepen. Daar kwam ik ook voor.
Zes uur later, met zeer vermoeide benen van al het geloop, gesleep van meubels, dozen en andere materialen, nam ik eindelijk even tijd om na te denken. Achterover leunend in mijn bureaustoel, kwam de gedachte aan het schilderwerk onmiddellijk weer mijn brein binnen. En met een grimas om mijzelf, kon ik niet anders dan constateren dat ik hetzelfde deed als iedereen die hier vandaag was. Want wat deed ik hier op mijn vrije, laatste maandag in de vakantie? Toch niets anders dan werken! Wat maakte het uit of ik een wand stond te schilderen of bezig was met het helemaal opnieuw inrichten van dit voor mij nieuwe lokaal? Alleen de invulling was anders, niet de actie op zich. Ik mopperde mijzelf uit om mijn arrogante houding. Alsof ik betere keuzes maakte dan een ander, omdat ik nou net mijn lokaal niet verfde?! Het besef dat ik de onderwijscultuur, waar ik mij zo aan stoorde, net zo hard in stand hield als iedere andere collega, kwam langzaam, maar keihard binnen. Wat stil door dit nieuwe besef, dacht ik aan mijn komende avondinvulling: computeren voor school. Om mij heen kijkend naar de enorme chaos in mijn lokaal, kon ik niet anders dan constateren dat ik nog heel wat uurtjes hier door zou moeten brengen, voordat de kinderen maandag de klas in zouden stromen. En of ik mij nou ergerde of niet, het zou toch moeten gebeuren. Blijkbaar was er meer nodig dan wat licht protest tegen schilderwerk om een cultuurverandering tot stand te brengen. ‘Verander de wereld en begin bij jezelf, Ingrid.’ En met deze constatering was de cirkel weer rond.