Welkom op dit onderwijsblog. Leuk dat je komt kijken. Dit blog is bedoeld voor verhalen die getuigen van werkplezier (in het onderwijs), maar die ook de wrange realiteit tonen van het huidige prestatiegerichte onderwijs in dit neoliberale tijdperk.

Ingrid

Posts tonen met het label kwaliteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kwaliteit. Alle posts tonen

zondag 8 juli 2012

juweeltje

Vorige week had ik een bijzondere ervaring. In het prachtige Limburgse land, alwaar mijn zus woont, was een feestje gaande. Het was geweldig mooi weer, wat de feestvreugde verdubbelde. Mijn wederhelft had voor alle gasten een Indische maaltijd bereid en deze moest opgewarmd worden. Ik vond dat een prachtige taak voor mij. Na een relaxte middag in de tuin, het aaien van de kip, samen met de enig aanwezige junior en het zoeken naar de verstopte hamster, besloot ik dat het tijd werd de boel op te warmen. 'Zal ik je helpen?' Twee prachtige bruine ogen keken mij aan. Het leek mij gezellig. Al babbelend vertrokken wij naar de keuken. Samen hesen we de grote pannen uit de koelkasten. Vol belangstelling werd mijn handelen door junior gevolgd. Er moest nog ergens een blikje tomatenpuree in. 'Mag ik dat doen?' Ik dacht even na over mogelijke onprettige gevolgen voor dit lieve, bijdehandje, maar kon niets bedenken. De jongedame gaf ik opdracht om een kruk te halen, alwaar ze vlot mee terug kwam. Na mijn aanwijzingen begon ze voorzichtig de puree in de pan te doen en te roeren. Concentratie op haar leuke gezichtje. Toen de klus klaar was, ging ze verder met wat duidelijk haar hobby was: praten. Na vijf minuten wist ik precies wat ze de komende zes weken ging doen. Ze had namelijk net vakantie. Eerst twee weken zonder mama op de boot, dan .... Enzovoort. We kletsten gezellig verder, waarbij ik af en toe haar naam noemde. Na een tijdje zei ze dat ik haar naam steeds verkeerd zei. 'Wat dan?' Letter voor letter spelde ze mij haar naam: em, aa, en, oo, nn. Ik kon geen verschil ontdekken met wat ik de hele tijd zei, maar ja, ik heb natuurlijk niet de prachtige Limburgse tongval. Uiteindelijk accepteerde ze maar hoe ik het uitsprak. Al roerend praatten we gezellig door. Ze vertelde me dat ze 6 jaar was, en een half! Vooral die halve scheen erg belangrijk te zijn. Na een tijdje, toen het even stilviel, vroeg ze of ik niet nog wat te praten had. Inwendig moest ik grinniken. Wat een geweldige meid! Nadat we een uurtje samen bezig waren geweest, wist ik meer van haar af dan van de gemiddelde leerling in mijn groep. Dit juweeltje had mij een kijkje gegeven in haar doen en laten. De tijd die we samen hadden, was werkelijk kwaliteitstijd. Als vanzelf kwamen mijn gedachten bij het onderwijs. Hoeveel echte tijd hebben we om werkelijk met kinderen te praten, om hen echt te leren kennen en hen het gevoel te geven dat we belangstelling voor hen hebben en waarderen om wie ze zijn? Dat moet allemaal tussendoor. Eerst gaat het om werken, om resultaten, om die verdraaide cito's. En dan komt pas de tijd voor verdieping in de sociale contacten. Als die tijd al komt. Het lijkt mij compleet de verkeerde volgorde.
Het juweeltje gaf mij bij vertrek en hand en ik wenste haar een fijne vakantie en tot ziens. Haar prachtige bruine ogen keken mij recht aan. 'Tot de volgende keer!'

vrijdag 22 juni 2012

Scoren?

Het einde van het schooljaar nadert. Nog vier weken te gaan, voor ons dan. Deze periode is meestal nogal hectisch. Schoolreisjes, schoolkamp, rapporten, musical, laatste groepsbesprekingen en verwijzingen naar andere scholen en dergelijke en niet te vergeten de cito toetsen. De ene toets na de andere krijgen de kinderen om hun oren geslagen. En dan de gespannen gezichten van zowel leerkrachten als kinderen. Wat zijn de resultaten? Ik loop daar, momenteel zonder vaste klas, tussendoor. Luister hier wat, hoor daar wat en kijk vooral wat er gebeurt. Natuurlijk ben ik blij als er goede scores zijn. Natuurlijk ben ik blij als een kind vooruit gaat en helemaal als een klas in z'n geheel laat zien dat er hard is gewerkt met een mooi resultaat. Mijn vraag blijft echter: Zijn de kinderen ook slimmer geworden? Kunnen ze wat ze nu met de cito bijvoorbeeld beter doen, ook beter toepassen in de praktijk? Kan de theorie in de praktijk worden omgezet? Ik hoop het. Met heel mijn hart. Want waar doen we het nou voor? Toch niet alleen om te scoren?

maandag 12 december 2011

Mag het nog leuk zijn?

De laatste tijd bespringt mij vaak de angstaanjagende gedachte dat ik het onderwijs niet meer zo leuk vind. Een gedachte die ik niet prettig vind. Zijn kinderen niet meer leuk? Zeker wel. Is onderwijzen niet leuk? Ook dat moet ik betwisten. Waar ik echter veel moeite mee heb, is de huidige druk die op het onderwijs ligt. Dat zal op de school waar ik werk ongetwijfeld ook te maken hebben met het stempel 'zeer zwak'. Er wordt geknokt om een groene sticker te krijgen. De druk om ons lesgeven te verbeteren is enorm. Ik voel die dagelijks op mij liggen. En ik weet van collega's hetzelfde. Het is niet erg om hard te werken. Het is niet erg om op een andere manier te werken. Het is wel erg om geen tijd voor kinderen te hebben. Vreemd he, deze opmerking. En toch is dit wel heel waar, voor mij. Er moet zoveel gedaan worden. De ene instructie volgt de andere op. Het ene plan na het andere moet geschreven worden. Tijd om even met een kind te praten, heb ik niet of nauwelijks. Dat was voor de rode stempel  ook al moeilijk. Eerlijk is eerlijk. Maar het is er zeker niet beter op geworden. De hete adem van de inspectie voel ik in mijn nek. Niet dat ik de hele dag aan de inspectie denk hoor. Gelukkig niet. Maar er wordt zoveel verwacht! Mijn tijd is gevuld van half acht tot zes uur. En thuis worden ook nog de nodige uren aan werken besteed. Pauze? Hmm, een hapje eten en ondertussen praten over werk, werk, werk. Leuk? Nee. Helemaal niet. De kinderen zijn leuk. Het gebrek aan tijd voor werkelijke aandacht voor kinderen vind ik toch wel heel triest. En dat is volgens mij echt niet alleen door ons rode stempel. Het is iets van de hele samenleving. We moeten presteren. We moeten meedoen. We moeten beter en meer. Het gaat niet meer om iets waardevols, de ontwikkeling van de kinderen. Het lijkt wel alsof het om een product gaat dat afgeleverd moet worden. Ik krijg de neiging om te roepen: Het zijn geen robots hoor, in mijn klas!
Onlangs hoorde ik dat het op de Pabo niet meer draait om het werken met kinderen. Dat moet volgens een docent uit Utrecht niet meer de motivatie zijn om voor de Pabo te kiezen. Het gaat om het vak. Eerlijk gezegd begrijp ik dit niet helemaal. Is een school niet meer bedoeld voor de ontwikkeling van kinderen?
Zo'n opmerking zet mij opnieuw aan het denken. Mag het dan niet meer leuk zijn, dat lesgeven? Zijn we dan met z'n allen gek aan het worden of zo? Wat ik zeker weet is dat ik dit niet leuk vind. Hoe keren we echter het tij?

donderdag 16 juni 2011

Moe

Dat zijn ze, de kinderen. Gewoon moe. Moe van een jaar lang hard werken. Moe van een paar weken cito toetsen. Moe van het laatste, intensieve project. Moe, gewoon moe. Maar ook gezellig. Heel gezellig. Het lijkt wel alsof alles kan. De sfeer is goed. Er is plezier. Juf wordt heerlijk geplaagd. Pennen verdwijnen alsmaar en de grapjes vliegen door de klas. En als laatste wordt er nog hard gewerkt aan een talentenjacht. Wat wil een mens nog meer? Nou, eigenlijk gewoon nog even 5 weken genieten!

zaterdag 28 mei 2011

Recht uit het hart

Vandaag genoten van een artikel in Schooljournaal, getiteld: Hoogleraar Bosman: 'Handelingsplannen? Zonde van de tijd!' Smullen en recht uit het hart. Fijn dat meer mensen er zo over denken en ook mensen die op dergelijke posities zitten!

maandag 16 mei 2011

Demotiverend?

Vandaag werd ik weer eens geconfronteerd met demotivatie van leerlingen. Volgens mij zijn wij leerkrachten er goed in om kinderen te demotiveren. Of moet ik er bij zetten: In deze tijd vol analyses, handelingsplannen en prestatiedruk?
Ik heb toch regelmatig het gevoel dat al die extra instructies, de RT en bijles niet bepaald motiverend zijn. Natuurlijk is het zinvol om iets te oefenen dat je nog onvoldoende beheerst. Maar wordt het extra oefenen tot een dwang, waarbij het kind uit het oog wordt verloren, dan vraag ik me toch af of het wel zo zinvol is. Uit onderzoek komt dat kinderen uit het SO niet altijd beter presteren, maar wel dat hun zelfbeeld vele malen beter is. Zijn wij in het reguliere basisonderwijs niet druk bezig om faalangst en een negatief zelfbeeld te kweken? Is onze aanpak niet een bevestiging van het onvermogen van het kind? 'Ik moet ook altijd extra instructie!' Een opmerking van een kind. Hoe zou ik het vinden als ik altijd maar extra instructie zou krijgen? Die ervaring heb ik niet, gelukkig. Het lijkt mij namelijk een enorm stempel drukken op mijn gevoel van eigenwaarde. Telkens weer die bevestiging dat ik het niet goed doe. En helpt het? Er zijn kinderen die nooit hoger dan een vijf zullen halen voor een bepaald vak. Is het voor hun idee zinvol, al die extra uitleg? Als iets zichtbaar helpt, wil ik misschien wel extra geholpen worden. Maar als ik niet het idee heb, dat ik vooruit ga, wat moet ik er dan mee? Wat denk ik dan over mijzelf? En waaro zou ik dan nog mijn best doen?

Ik vraag me af op welke wijze wij ons onderwijs kunnen verbeteren zonder het zelfvertrouwen te ondermijnen van kinderen die de leerstof moeilijker vinden dan gemiddeld. Wat doen wij eigenlijk fout? Waarin moeten wij extra instructie krijgen of een handelingsplan?

donderdag 7 april 2011

Aftellen

Moe, dat ben ik er van. Een opleiding doen is echt erg leuk. Je leert er veel van. Raakt geinspireerd en extra gemotiveerd om dingen te doen. Telkens ontdek je leuke, nieuwe, uitdagende dingen. Je leert jezelf beter kennen, de kinderen in de klas, je collega's. Nieuwe inzichten en veel begrip. Is dat alles bij elkaar wijsheid? En toch is er een kleine maar. En die maar betreft de enorme tijdsinvestering. Volgens mij weet ik van gekkigheid niet meer wat ik moet doen als ik klaar ben. Vrije tijd, wat is dat? Tijd voor sociale contacten, bestaat dat? Tijd om uit te slapen, heb ik dat ooit gehad? Tijd om even niets te doen, gewoon helemaal niets, ook niet denken aan wat nog allemaal moet, plannen, organiseren, regelen. Nee, gewoon helemaal niets. Ik geniet al bij voorbaat. Nog ruim twee maanden. Ik ben echt aan het aftellen. Nog even doorbikkelen. Nog even de tanden op elkaar, avonden vol met werk. Weekenden die zijn volgepropt met werk, werk, huishouden, werk, een minimaal sociaal leuk contact en nog eens werk. Vanavond was ik er ineens moe van. Een klein uurtje gewerkt. Toen gaf ik er de brui aan. Nu ga ik een uurtje bijkomen op de bank. Het lijkt me heerlijk!

vrijdag 25 maart 2011

wat is de waarheid?

Al een week lang loop ik rond met vragen. Nou ja, een week... Veel langer eigenlijk al, maar deze week werd ik opnieuw bij deze vragen bepaald. Als leerkracht van een school die onder inspectietoezicht staat, word ik gedwongen bepaalde dingen te doen. Niet doen, is afgestraft worden. Het doen betreft vooral het zichtbaar maken op papier van acties die je doet. Op zich niks mis mee. Papier zorgt voor duidelijkheid, toch? Maar volgens mij zit in dat papier ook de valkuil. Papier is geduldig, maar kost ook tijd. Het schrijven van plannen van aanpak, beschrijven van analyses, beschrijven wat je plan is voor de komende zes weken... Een tijdrovende bezigheid. Het doel hiervan? Voor de inspectie waarschijnlijk dat we controleerbaar zijn. Mijn doel, als ik het werkelijk zou willen, is het verbeteren van mijn onderwijsaanbod. En dat laatste lijkt mij toch het belangrijkste doel van de inspectie. Het vreemde is echter dat door het toenemen van de papierwinkel de werkelijke tijd voor het verzorgen van goed onderwijs afneemt. Vandaag ben ik 3 uur bezig geweest met het opnieuw inrichten van de groepsmap en zorgmap. Dit volgens het nieuwe systeem waarbij de eisen van de inspectie zijn meegenomen. Wat was er mis met het oude systeem? Keurige groepsoverzichten, resultaten, automatisch gegenereerde ananlyses, een mooi weekrooster met daarin vermeld alle extra te geven instructie enz. Waarom een overzicht van de uit te voeren lessen en de lesdoelen van het hele jaar? Die staan toch gewoon in de methode? Waarom analyses van elke taaltoets? Je bespreekt die toetsen toch altijd na en je geeft toch extra uitleg als je ziet dat een kind iets niet goed heeft begrepen? Waarom al die handelingen vastleggen?
En niet alleen ik ben er vandaag 3 uur mee zoet geweest. En niet alleen vandaag. En dan heb ik het nog niet over al het werk dat de IB-er en de directie hebben aan het komende bezoek van de inspectie. Het lijkt mij dat de inspectie wil dat we meer kwaliteit leveren. Staat kwaliteit gelijk aan een goede administratie? Of beter gezegd: betekent een goede administratie dat je goed presteert?
Volgens mij zorgt de inspectie voor minder kwaliteit. Door het vele werk van vandaag bijvoorbeeld, liggen de taaltoetsen nog onnagekeken in de kast. De planning is dat ik deze maandag met de kinderen nabespreek. Jammer van de planning, maar dat is niet haalbaar.
Of ik de analyses van alle toetsen van het afgelopen half jaar nog maar even wil maken. Hoezo? Met welk doel? We gaan toch voor kwaliteit? Ik heb n.a.v. de toetsen extra hulp geboden. Waarom dat achteraf nog op papier zetten? Om een wit voetje te halen bij meneer de inspecteur? Alle tijd die me dat kost, kan ik niet besteden aan het voorbereiden van de lessen.
Er moet een nieuwe methode voor rekenen, technisch lezen en schrijven worden uitgezocht. Wanneer heb ik tijd om mij daarin te verdiepen? Al het papierwerk verdringt mijn tijd voor waar het werkelijk om draait.
De enorme werkdruk zorgt voor spanning. Het gevoel van 'moeten' is permanent aanwezig. Moeten voor de inspectie. Niet het moeten om kwaliteit te leveren. Dat moeten is niet erg. Dat wil ik wel.
Vanochtend om half acht was ik op school, om kwart voor zes trok ik de deur achter me dicht. En dat niet alleen vandaag. En niet alleen ik. Krijg je hier uitgeruste leerkrachten van? Krijg je hier goed toegeruste leerkrachten van? Wordt het onderwijs hier beter van? Ik geloof er werkelijk helemaal niets van!

donderdag 17 maart 2011

Onnavolgbaar

Tot vanmiddag een uur of vier had ik een bijzonder aangename dag. Nog steeds mag ik genieten van groep 8. Helaas voor mijn collega is zij namelijk nog ziek. Voor mij betekent dat een hele week lesgeven aan haar groep. En dat is echt heerlijk. Zij heeft de boel goed georganiseerd. Makkelijk over te pakken. En ik ken de groep op mijn duimpje. Zowaar had ik zelfs 10 minuten tijd om te observeren. Een ongekend luxe!

Om kwart voor vier echter, begon de bouwvergadering. Aangezien ik deze zelf voorzit en ook de agenda maak, wist ik al een paar dagen de ins en outs. Ten minste, dat dacht ik. Om even voor twaalf echter kreeg ik van een collega bouwcoordinator te horen dat we voor de inspectie onze implementatie voor de begrijpend lezen methode op papier moesten hebben. Of we dat punt ook maar even mee wilden nemen. En om half vier kwam de IB-er met het verzoek de inhoud van de groeps-, zorg- en hangmap nog eens na te lopen. 'Vandaag graag, want morgen moet het naar de inspectie.' Ja, die inspectie. Nu ons verbeterplan is goedgekeurd, eindelijk, krijgen we de heren inspecteur weer op bezoek. En of we dan maar even alles in orde willen hebben.

Het agendapunt begrijpend lezen vormde niet echt een probleem. Al vlot waren we daar uit. Het punt groespmappen echter, zorgde, positief gezegd, voor verwondering. Of we namelijk maar wilden zorgen voor een roosterplanning van 6 weken vooruit. 'Zes weken?' De een vroeg of de potjes tip-ex al waren besteld en de ander vroeg zich af welke papieren tijger we nou weer op ons bord kregen. 'Ja, maar de inspectie wil weten of we planmatig handelen en dus of we vooraf nadenken over de leerstof die we die periode aan gaan bieden. En welke kinderen daarop wellicht gaan uitvallen of meer instructie nodig hebben.' Verbazing alom. 'Waar hebben we methodes en handleidingen voor?' 'Zijn kinderen producten geworden?' 'Wat een tijdverspilling. Je plant toch wekelijks en dagelijks wat je gaat doen, welke instructie (handelingsplannen, groepsplannen enz.) en bekijkt dagelijks en wekelijks hoe dingen zijn gegaan en wat je eventueel nog moet uitleggen, herhalen of wat ook!' De verwondering sloeg over in boosheid. Boosheid over de zoveelste dwingende, onzinnige, tijdrovende eis van de inspectie. En of we ook gelijk maar analyses op papier wilden zetten voor alle methodegebonden toetsen. 'Altijd maar weer dat papier. We maken analyses. We voeren acties uit. Waarom nog dat papier? De tijd die het kost om alles op papier te zetten, besteed ik liever aan iets anders!' De irritatie verdween de hele vergadering niet meer.

Nu ik het toch over de inspectie heb, nog even wat anders. Een van de redenen voor ons stempel 'zeer zwakke school' was het feit dat we voor kinderen met bijvoorbeeld dyslexie niet op papier hadden staan dat zij voor bijvoorbeeld spelling de eindtermen van groep 8 niet zouden halen. 'Fout', volgens de inspectie. Voor alle kinderen die de stof van groep 8 niet gaan halen door bijvoorbeeld dyslexie, moet een ontwikkelingsperspectief worden opgesteld. Daarin staat wat de verwachting is. Wat is haalbaar? Welke begeleiding krijgt het kind? Enz. Volgens mij een hele dikke papieren tijger, welke elke keer bijgesteld mag worden. Wat zegt zoiets nou werkelijk? Wordt het kind er beter van? Wordt de school er beter van? Kan de leerkracht het kind hierdoor beter begeleiden? Wat weten we door dit papier? Niets meer dan toen we deze papieren nog niet hadden. Heel bijzonder!
Het bijzondere is echter ook dat kinderen die zo'n OPP hebben, voor bepaalde vakken niet meegeteld hoeven te worden bij de citoscores. De gemiddelde groepsscore verbetert aanzienlijk als je deze kinderen niet meetelt. Dus als je OPP's maakt, presteer je beter. Of toch niet? Ik hoop dat iemand dit nog snapt, want als ik een broek aan zou hebben, zou die nu wel op m'n enkels hangen.

vrijdag 11 maart 2011

chaos

Vandaag spontaan een combinatiegroep. Zieke collega van groep 8. Geen vervanging. Naar huis sturen was geen optie. Dus werden de kinderen opgedeeld. 'Arme kinderen', denk ik dan altijd. Maar goed, soms zijn dingen niet anders. Zo kreeg ik zeven kids van mijn oude clubje erbij. Vier van mijn eigen clubje waren er ziek. Dus waren het er uiteindelijk nog maar 29. Altijd nog twee minder dan vorig jaar. Maar wel een een lokaal dat zo'n 16 m2 kleiner is. En dan was te merken. Altijd al een benauwd lokaal. Vandaag was het bijna niet te doen. De enige twee ramen die ik heb, allebei op het oosten, stonden de hele dag wagewijd open. Van enig doorluchten was toen echter nog steeds geen sprake. Ook met de afzuiginstallatie op volle toeren, bleef het benauwd. De open deur gaf enige verkoeling. Dus de hele dag maar de deur open. Ik denk dat ze bij de kleuters ons gezang nog hebben kunnen horen.

Altijd een boeiend schouwspel, twee groepen bij elkaar zetten. Bijzonder om te zien dat de 7 van groep 8 dan toch de 22 van groep 7 de baas zijn. Niet voor lang, denk ik. Maar vandaag wel.

Mijn instructietafel was bezet door drie gezellige meiden. Het bureau lag volgepakt met gemaakte posters. Waar bleef ik? De chaos van de dag zat waarschijnlijk voornamelijk in mijn hoofd, maar rustig word ik nooit van zo'n opdeeldag. Vanmiddag maar even gebruik gemaakt van het heerlijke weer. Dat hielp. Eindelijk werd het toch ook 15.15 uur. Het was best een goede dag, maar die chaos...

Na schooltijd kon ik niet anders dan orde scheppen. Twee lieve meiden hadden mijn bureau al opgeruimd, zelfs de lades. Ineens kon ik mijn eigen rommel in de opbergkast niet langer aanzien. Ik moest en zou iets opruimen. Vreemd verschijnsel, die opruimwoede na zo'n dag. Ik dacht dat het aan mij lag, maar toen ik bij mijn collega binnenliep, zag ik eenzelfde opruimwoede. We konden er gelukkig samen om lachen.

Tegen zessen ging ik compleet gesloopt naar huis. Het enige dat ik nog kon bedenken was dat ik boodschappen wilde doen om een 'dom' boek te kopen, zodat ik de hele avond kon lezen. En blijkbaar was het volgen van dat instinct het enige juiste om te doen. De chaos is weg. Ik voel me vele malen minder vermoeid dan vier uur geleden. Lekker ontspannen. Mijn hoofd is weer leeg. Nu is het weekend echt aangebroken.

dinsdag 15 februari 2011

opbrengstgericht werken

Vies woord? Of realiteit? Wat is er mis met opbrengstgericht werken? Een half jaar geleden had ik dat nog zo uit mijn mouw geschud. Nu weet ik het niet meer. Als zeer zwakke school zullen we ons wel op de opbrengsten moeten richten. Daarop worden we, helaas, afgerekend. Of ik daar blij mee ben, is een tweede. En of de werkelijke prestaties van de kinderen daardoor verbeteren, blijf ik toch echt betwijfelen. Natuurlijk kunnen dingen beter. Instructies kunnen beter. Klassenmanagement kan effectiever. De werkvormen kunnen interactiever waardoor de betrokkenheid van kinderen hoger wordt en het leerrendement verbetert. Dat zal ongetwijfeld voor betere prestaties zorgen. En in een aantal gevallen ook voor meer kennis en kundigheid van de leerlingen. Ik zou echter wel eens in onderzoek bewezen willen zien dat hoge cito's gelijk staan aan een hoger niveau. Of beter gezegd: Dat lagere cito's betekenen dat kinderen op een lager niveau uitstromen. De adviezen en uitstroomgegevens van onze school, betreffende het niveau voor VO, komen voor het grootste deel overeen met het diploma dat deze leerlingen behalen. En die adviezen zijn tot op heden zonder kennis van de Cito eindtoets gegeven.
En toch en toch. Opbrengsten zijn natuurlijk belangrijk. En nogmaals, er is zeker genoeg te verbeteren. Maar... Ik blijf bij dat maar hangen. Dit ook omdat ik het gevoel krijg in een situatie te worden gedwongen die niet bij mij past. Over dat gevoel ga ik nog eens rustig verder denken. Dat zal vast iets opbrengen.

donderdag 3 februari 2011

de nacht duurt voort

De dip is nog niet over. Ik dacht het even, gister. Maar vandaag was de hoop al weer vervlogen. De klas was gelukkig weer top. Een ernstig gesprek gehad over pesten, een groep zijn en elkaar helpen. Mooi resultaat! Aandacht voor iedereen. Niemand die alleen speelde en mooie momenten van samenwerking. Dat voelt bijzonder! Maar de drukte van het andere werk overheerst. Maandag oudergesprekken. Een aantal moet ik nog echt voorbereiden vanwege nieuwe diagnoses. Voor een aantal heb ik nog informatie nodig van de IB-er. Die werkt zich ook twee slagen in de rondte. En dan heb ik het nog niet over de toetsen die er nog liggen. Mijn lieve duocollega was weer fantastisch. Heeft alle rekentoetsen nagekeken. En dat is een bak werk altijd. Helemaal super. Het voorbereiden van de creales (figuurzagen), de briefjes maken voor de oudergesprekken en het drama van een kapot kopieerapparaat zorgden er tussen de middag voor dat ik alleen maar de laatste docu hoofdstukken heb nagekeken. En na schooltijd moest er worden opgeruimd, zoals altijd. En toen was het vergadertijd. Een heftige vergadering over de onduidelijkheden rond de citotoetsen, de druk op teamleden vanuit de directie op het behalen van goede scores en de enorme stapel werk die iedereen heeft. Ik was duidelijk niet de enige die vele avonden werk heeft gehad in de afgelopen weken. Na de vergadering nog wat telefoontjes met ouders gepleegd, de mail beantwoord en toen was het al weer half zes geweest.
Is morgen de nachtmerrie voorbij?

zaterdag 22 januari 2011

cito toetsen

De halfjaarlijkse cito toetsen zijn deze week weer door de school gevlogen. De kinderen kregen de ene na de andere toets om hun oren en slaakten een zucht van verlichting na de laatste, gezamenlijke toets. Natuurlijk, als nieuwsgierige leerkracht, maar ook als opgejaagde leerkracht op een zeer zwakke school, heb ik direct alles nagekeken wat af was. De resultaten zijn tot nu toe goed, tenminste, voor lezen en spelling. Rekenen lijkt wat minder, maar ja, nog maar 6 kinderen zijn helemaal klaar, en begrijpend lezen lijkt oke, maar is ook nog lang niet door iedereen gemaakt. De spelling en leesresultaten maakten mij wel blij. We hebben hieraan keihard gewerkt. Het voelde soms 'alsof de zweep erover lag'. De werkvormen echter die we gebruikt hebben, vonden de kinderen meestal leuk. De extra tijdsinvestering lijkt zich nu terugverdiend te hebben. Wat ik mij echter constant afvraag is of de kinderen nu meer weten of dat ze gewoon de toetsen beter kunnen maken. Daar kom ik maar niet uit. Al bekruipt mij nog steeds het dubbele gevoel, dat ik bij aanvang van dit schooljaar al had. Oefenen op de manier die Cito aanbiedt, zorgt uiteraard voor hogere scores. Want een manier van werken die bekend is, maakt dat je beter kunt neerzetten wat je kunt. Maar kunnen ze nu ook meer? Hebben ze meer kennis? Of zijn ze alleen maar handiger in het maken van de opdrachten geworden? Ik hoop het eerste, maar ben toch een beetje bang voor het laatste. Maar dit is toch eigenlijk ook het enige dat de inspectie belangrijk vindt? Maar niet wat ik belangrijk vind. Kinderen moeten uitgedaagd worden om hun kennis te vermeerderen. Kinderen moeten leren leuk vinden en daardoor laten zien wat ze kunnen. In deze heksenjacht naar zwakke scholen, komen we daar echter niet aan toe. Of de kwaliteitsverbetering die de inspectie beoogt ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt, durf ik toch te betwijfelen.

vrijdag 17 december 2010

mannen

Vandaag was weer een bijzondere dag. We zouden afscheid nemen van de onderwijsassistent. Zij zou de kring doen. Telefoontje dat ze vast zat in de trein. Programma omgegooid, want ze zou de kring doen, spelletjes doen en gesprekjes. Om 9.30 nog steeds geen onderwijsassistent. Weer een telefoontje. Ze zat nog steeds vast. Om iets voor half elf kwam ze aan. Geen tijd meer voor een praatje en een spelletje. Vakken opruimen en naar buiten. Toen een circuitje in de school en om 12.00 uur gezamenlijk eten. De kinderen hadden zelf eten meegenomen. De een eitjes, de ander hagelslag en weer een ander kerstbrood. De tafels zagen er gezellig uit en vol met spullen die kinderen lekker vinden. Er werd gesmuld. Omdat juf natuurlijk ook gezellig bij een groepje wilde aanschuiven, schoof ik bij een groepje jongens aan. Voordat ik er bij kwam zitten, waren ze bijzonder gezellig met elkaar. En vooral ook heel druk. Op mijn opmerking of ze het erg vonden als ik er bij kwam zitten, kwam geen reactie. Ik moest bij mezelf wat lachen. Ze zagen hun kans voor meer drukte en gezelligheid waarschijnlijk aan hun neus voorbij gaan. Twee van de drie wilden nog wel een gesprekje aangaan, maar de derde jongen verdiepte zich vooral in het eten van een zo lekker mogelijk broodje. En met dat ik zo zat te kijken en te praten, realiseerd ik mij dat met name deze jongens ook behoefte hebben aan een mannelijke leerkracht. Iemand die hen benadert vanuit zijn positie, zijn rol, zijn zijn. Hoe ik ook probeer aan te sluiten bij wat de heren leuk vinden en nodig hebben, ik ben gewoon geen man. Laatst las ik een betoog over het belang van een evenwichtige verdeling tussen mannen en vrouwen in het onderwijs. Mannen zijn gewoon nodig. Overigens ken ik iemand die zijn afstudeeronderwerp hierover gaat doen. Ik ben zeer benieuwd naar de uitkomst van dit onderzoek! En vooral naar hoe we dit in het huidige vervrouwelijkte basisonderwijs kunnen aanpakken!
Aan het eind van de dag gingen de heren nog even een rondje vliegen. Twee hadden een modelhelikopter bij zich met afstandbediening. Echt super! Maar ik heb dat na twee minuten wel gezien. En met dat ik mij omdraaide om in de klas de laatste boel op te ruimen, realiseerde ik mij opnieuw dat kinderen mannen en vrouwen om zich heen nodig hebben voor de juiste balans in hun ontwikkeling.

maandag 13 december 2010

Doorbreek de toetsgekte, red het basisonderwijs

In een artikel in het RD van 9 december reageert Herman Godlieb op het idee van Van Bijsterveldt om nog meer toetsen in het basisonderwijs in te voeren. Volgens Godlieb wordt het onderwijs zeker niet beter als er nog meer wordt getoetst. Volgens hem is deze manier van toetsen bedoeld om het onderwijs af te rekenen. De druk die op leerkrachten ligt als ze een slecht inspectierapport aan hun broek hebben hangen, is ongezond. Dit zorgt volgens Godlieb zeker niet voor beter onderwijs. In 2008 heeft er over Godlieb een artikel in o.a. de Volkskrant gestaan. Dit n.a.v. een onderzoek door hem uitgevoerd, naar de manier waarop de inspectie scholen beoordeeld. Volgens Godlieb is deze manier onjuist. Ik kan het hierin alleen maar met hem eens zijn!

Lees meer via de links hiernaast!

zaterdag 4 december 2010

Auw!

In de Flevopost van deze week staat vermeld dat er in Lelystad geen zwakke scholen meer zijn. Ben toch benieuwd waar ze dit bericht op hebben gebaseerd. De pijn van een slechte beoordeling door de inspectie voel ik namelijk in al mijn botten. Het is alsof je ineens besmet bent. Niet alleen ik heb daar last van. Ik merk dit bij al mijn collega's. Het doet pijn om te merken dat bepaalde ouders ineens anders met je omgaan. Alsof ik niet het beste met hun kind heb voor gehad. Ik kan me de zorg van ouders goed voorstellen. Waarschijnlijk, als het mijn eigen kinderen betrof, had ik ook kritisch gereageerd. Maar toch, vanuit mijn positie als leerkracht, doet het zeer. Gelukkig zijn er ook ouders die je een hart onder de riem komen steken. Komen vertellen dat ze het volste vertrouwen in de school hebben. Echt fantastisch! Deze week echter geconfronteerd met de harde werkelijkheid: Het eerste kind uit mijn klas is met stille trom vertrokken. Ik heb niet eens afscheid kunnen nemen. Ik vind het heel legitiem om als ouder je kind van school te halen als je geen vertrouwen meer in de school hebt. Dat maakt het echter niet makkelijker voor mij als leerkracht om hier mee om te gaan. Een lege tafel, een lege stoel. Een lege plek!
Of wij een slechte school zijn? Ik denk het niet. Of we geen dingen kunnen verbeteren? Absoluut wel. Daar zijn wel al een jaar hard mee bezig. En daar gaan we zeker hard mee door!

maandag 1 november 2010

Actief burgerschap

Tja... wat moet ik hier eigenlijk van zeggen. Misschien alleen maar dat ik zo moe wordt van alle dingen die we moeten doen op een school. En natuurlijk is er niets mis met actief burgerschap. Maar volgens mij zijn we op scholen ontzettend actieve burgers. Dat zijn is echter niet voldoende. We moeten op papier zetten wat we willen, wat onze visie daarop is en wat we daaraan doen. Ik snap het wel, waarom. Maar beseffen ze daar in Den Haag hoeveel tijd het kost om je met al dat papierwerk bezig te houden? En als ze dat dan snappen, hoop ik dat ze begrijpen dat al dat onzinnige papierwerk ten koste gaat van de tijd die er voor de kinderen is. En ik hoop maar dat ze dan ook snappen, dat de kwaliteit van het onderwijs daar niet beter van wordt. Of verwachten ze dat de leraren al die extra dingen gewoon, zoals zo vaak, in hun eigen tijd doen? Soms denk ik wel eens dat je beter vrijwilligerswerk kunt gaan doen. Dan weet je tenminste van te voren dat je niet betaald krijgt voor je werk. Maar wellicht kun je daar beter directeur van worden, van Fair Trade bijvoorbeeld. Maar of dat nou fair werk is?

donderdag 21 oktober 2010

Waar haal ik de tijd vandaan?

'Ik ben laat thuis vanavond. Kan wel zeven uur worden.' Met die woorden verliet ik om half acht deze morgen het huis, denkend aan de berg nakijkwerk die er nog lag en er nog bij zou komen! Drie toetsen die nog nagekeken moesten worden, evalueren van de handelingsplannen, uitwerken van de oudergesprekken (27 x), beoordeling maken voor de stagiaire, gesprek met de IB-er over de resultaten van een handelingsplan voor spelling (betreffende 9 kinderen) en alle overige, dagelijks voorkomende bezigheden. Genoeg om er een lange dag van te maken. Met dank aan mijn zeer behulpzame stagiaire werd het geen zeven uur. Om half zeven stapte ik de schooldeur uit. Alles gedaan wat ik gepland had, behalve de uitwerking van de oudergesprekken en het gewone nakijkwerk. Daar had ik geen zin meer in om half zeven 's avonds. Nog even twijfelde ik om het wel te doen, of mee naar huis te nemen. Mezelf toegesproken en het laten liggen. Morgen is er weer een dag. Hopelijk een dag met meer dan 9 uur, anders zal het weer niet afkomen! Elke dag vraag ik me weer af, waar ik de tijd vandaan moet halen om alles te doen, wat gedaan moet worden. Ik heb geen idee. Niet raar dat het onderwijs er niet beter op wordt. Wel meer werk, maar niet meer tijd. Zal er ooit iemand die invloed heeft op de gedachte komen dat er om goed onderwijs te leveren, meer mankracht ingezet moet worden? Ik begin het toch ernstig te betwijfelen!

zondag 17 oktober 2010

Nog even doorbijten

Nog een week. Welgeteld vier dagen werken. Dan luid ik de vakantie in. Ik zie er naar uit!
Nog even doorbijten en dan tijd om een week lang zo min mogelijk met werk bezig te zijn.
Ik krijg het nu bijna niet uit mijn hoofd. Zeker niet met alle oudergesprekken die nu plaats vinden of al hebben gevonden en de evaluaties van de handelingsplannen. Het werk gaat maar door en gaat maar door. En stapelt zich alsmaar op. Hoe krijg ik alles voor elkaar? Hoe zorg ik dat ik afstand kan nemen? M'n hoofd tolt van alles wat ik nog moet doen en vooral wil doen, om kwaliteit te leveren. Maar de tijd is zo beperkt. En dan gaan we ook nog bezuinigen. Ja, daar krijgen we ook wat voor terug, wordt gezegd. Nou, dat laatste moet ik nog zien. En dat eerste ervaar ik al jaren. Bezuiniging op bezuiniging, zonder serieuze investering in menskracht! Wel kwaliteit eisen, maar niet zorgen voor de randvoorwaarden. Ik word daar zo moe van. Ook hier nog even doorbijten of is uiteindelijk mijn lange adem niet lang genoeg? Ik ben bang voor het laatste. Want wie hoort de roepende in de woestijn?