Vorige week had ik een bijzondere ervaring. In het prachtige Limburgse land, alwaar mijn zus woont, was een feestje gaande. Het was geweldig mooi weer, wat de feestvreugde verdubbelde. Mijn wederhelft had voor alle gasten een Indische maaltijd bereid en deze moest opgewarmd worden. Ik vond dat een prachtige taak voor mij. Na een relaxte middag in de tuin, het aaien van de kip, samen met de enig aanwezige junior en het zoeken naar de verstopte hamster, besloot ik dat het tijd werd de boel op te warmen. 'Zal ik je helpen?' Twee prachtige bruine ogen keken mij aan. Het leek mij gezellig. Al babbelend vertrokken wij naar de keuken. Samen hesen we de grote pannen uit de koelkasten. Vol belangstelling werd mijn handelen door junior gevolgd. Er moest nog ergens een blikje tomatenpuree in. 'Mag ik dat doen?' Ik dacht even na over mogelijke onprettige gevolgen voor dit lieve, bijdehandje, maar kon niets bedenken. De jongedame gaf ik opdracht om een kruk te halen, alwaar ze vlot mee terug kwam. Na mijn aanwijzingen begon ze voorzichtig de puree in de pan te doen en te roeren. Concentratie op haar leuke gezichtje. Toen de klus klaar was, ging ze verder met wat duidelijk haar hobby was: praten. Na vijf minuten wist ik precies wat ze de komende zes weken ging doen. Ze had namelijk net vakantie. Eerst twee weken zonder mama op de boot, dan .... Enzovoort. We kletsten gezellig verder, waarbij ik af en toe haar naam noemde. Na een tijdje zei ze dat ik haar naam steeds verkeerd zei. 'Wat dan?' Letter voor letter spelde ze mij haar naam: em, aa, en, oo, nn. Ik kon geen verschil ontdekken met wat ik de hele tijd zei, maar ja, ik heb natuurlijk niet de prachtige Limburgse tongval. Uiteindelijk accepteerde ze maar hoe ik het uitsprak. Al roerend praatten we gezellig door. Ze vertelde me dat ze 6 jaar was, en een half! Vooral die halve scheen erg belangrijk te zijn. Na een tijdje, toen het even stilviel, vroeg ze of ik niet nog wat te praten had. Inwendig moest ik grinniken. Wat een geweldige meid! Nadat we een uurtje samen bezig waren geweest, wist ik meer van haar af dan van de gemiddelde leerling in mijn groep. Dit juweeltje had mij een kijkje gegeven in haar doen en laten. De tijd die we samen hadden, was werkelijk kwaliteitstijd. Als vanzelf kwamen mijn gedachten bij het onderwijs. Hoeveel echte tijd hebben we om werkelijk met kinderen te praten, om hen echt te leren kennen en hen het gevoel te geven dat we belangstelling voor hen hebben en waarderen om wie ze zijn? Dat moet allemaal tussendoor. Eerst gaat het om werken, om resultaten, om die verdraaide cito's. En dan komt pas de tijd voor verdieping in de sociale contacten. Als die tijd al komt. Het lijkt mij compleet de verkeerde volgorde.
Het juweeltje gaf mij bij vertrek en hand en ik wenste haar een fijne vakantie en tot ziens. Haar prachtige bruine ogen keken mij recht aan. 'Tot de volgende keer!'
Onderwijsblog van Ingrid Overeem, auteur van 'leerkracht zijn, droom of nachtmerrie?'
Welkom op dit onderwijsblog. Leuk dat je komt kijken. Dit blog is bedoeld voor verhalen die getuigen van werkplezier (in het onderwijs), maar die ook de wrange realiteit tonen van het huidige prestatiegerichte onderwijs in dit neoliberale tijdperk.
Ingrid
Ingrid
Posts tonen met het label Cito. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cito. Alle posts tonen
zondag 8 juli 2012
juweeltje
Labels:
'ingrid overeem',
basisonderwijs,
Cito,
kritiek,
kwaliteit,
sociale ontwikkeling
vrijdag 22 juni 2012
Scoren?
Het einde van het schooljaar nadert. Nog vier weken te gaan, voor ons dan. Deze periode is meestal nogal hectisch. Schoolreisjes, schoolkamp, rapporten, musical, laatste groepsbesprekingen en verwijzingen naar andere scholen en dergelijke en niet te vergeten de cito toetsen. De ene toets na de andere krijgen de kinderen om hun oren geslagen. En dan de gespannen gezichten van zowel leerkrachten als kinderen. Wat zijn de resultaten? Ik loop daar, momenteel zonder vaste klas, tussendoor. Luister hier wat, hoor daar wat en kijk vooral wat er gebeurt. Natuurlijk ben ik blij als er goede scores zijn. Natuurlijk ben ik blij als een kind vooruit gaat en helemaal als een klas in z'n geheel laat zien dat er hard is gewerkt met een mooi resultaat. Mijn vraag blijft echter: Zijn de kinderen ook slimmer geworden? Kunnen ze wat ze nu met de cito bijvoorbeeld beter doen, ook beter toepassen in de praktijk? Kan de theorie in de praktijk worden omgezet? Ik hoop het. Met heel mijn hart. Want waar doen we het nou voor? Toch niet alleen om te scoren?
Labels:
'beter onderwijs',
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
Cito,
goed onderwijs,
kritiek,
kwaliteit,
Overeem
dinsdag 15 mei 2012
genieten
Het is weer cito tijd. Dit keer is groep 7 aan de beurt met de entreetoets. Een draak van een toets. Zo'n 20 taken moeten de kinderen door worstelen; rekenen, studievaardigheden, taal, spelling, begrijpend lezen en wat al niet meer. Voor de eerste toets zijn de kinderen altijd supernerveus. De laatste toets is nauwelijks meer interessant en wordt tussen de bedrijven door eventjes gemaakt. Altijd weer een bijzonder proces.
Deze keer heb ik de eer om in alle rust met de dyslecten de toets te doen. De koffiekamer wordt dagelijks omgetoverd tot toetsruimte. Ieder kind krijgt een royale plek om te zitten en de spulletjes neer te leggen. Heel wat meer rust en ruimte dan een krappe leerlingtafel in een volle klas. Ach ja, dyslexie hebben, moet toch ook wat voordelen hebben, nietwaar?
Vandaag kunnen genieten van de verschillende manieren van werken van de kinderen. Allemaal oprecht bezig om het beste van de toets te maken. Toch zo anders. De een zeer geconcentreerd bezig met de vragen. Teruglezend, zoekend en nog eens nadenkend. De ander al aanstrepend tijdens het voorlezen. Een potlood dat tien keer geslepen wordt en dan toch echt stuk blijkt. Een slimmerik die twee potloden bij zich heeft en er gul een aanbiedt. Een tevreden blik als weer een pittige opgave tot een goed einde is gebracht. Echt genieten om hiernaar te kijken. Volgende week nog een paar dagen. Dan is deze pret voor mij weer voorbij.
Deze keer heb ik de eer om in alle rust met de dyslecten de toets te doen. De koffiekamer wordt dagelijks omgetoverd tot toetsruimte. Ieder kind krijgt een royale plek om te zitten en de spulletjes neer te leggen. Heel wat meer rust en ruimte dan een krappe leerlingtafel in een volle klas. Ach ja, dyslexie hebben, moet toch ook wat voordelen hebben, nietwaar?
Vandaag kunnen genieten van de verschillende manieren van werken van de kinderen. Allemaal oprecht bezig om het beste van de toets te maken. Toch zo anders. De een zeer geconcentreerd bezig met de vragen. Teruglezend, zoekend en nog eens nadenkend. De ander al aanstrepend tijdens het voorlezen. Een potlood dat tien keer geslepen wordt en dan toch echt stuk blijkt. Een slimmerik die twee potloden bij zich heeft en er gul een aanbiedt. Een tevreden blik als weer een pittige opgave tot een goed einde is gebracht. Echt genieten om hiernaar te kijken. Volgende week nog een paar dagen. Dan is deze pret voor mij weer voorbij.
zondag 10 juli 2011
Meten is weten?
Sinds de school waar ik werk een zeer zwakke school is geworden, worden we met elkaar bedolven onder administratieve zaken. De directie en IB-er werken zich een slag in de rondte en hebben volgens mij sinds een jaar een zevendaagse werkweek van toch wel zo'n uurtje of 12 per dag. Hoe lang ze dat kunnen volhouden? Het nieuwe schoolplan moest ook nog eens klaar en daarnaast alle formulieren, plannen, analyses en ga zo maar door voor de inspectie. Als leerkracht heb ik gelukkig alleen te maken met mijn eigen groep. Werk genoeg. In de laatste weken heb ik alle handelingsplannen moeten evalueren, een nieuw handelingsplan gemaakt voor een bepaalde leerling, de groepsplannen geevalueerd, cito resultaten ingevoerd en analyses daarvan gemaakt. En voor het geval dat niet duidelijk was, ook nog gewoon lesgegeven! Analyses gemaakt van mijn manier van werken en de positieve of negatieve gevolgen daarvan en dan ook nog de gewone rapporten, groepsbespreking en deze week 26 oudergesprekken n.a.v. de resultaten van de cito entree toets. Dat is niet mis.
Over al die administratieve rompslomp wil ik twee opmerkingen maken. De eerste is dat het gigantisch veel tijd kost en de tweede is dat het in sommige gevallen wel zinvol is om te doen. Aan mij wordt echter niet gevraagd een analyse te maken van het maken van analyses en het nut er van. Toch interessant om wel te doen.
Als ik de voors en tegens op een rij zet, dan weet ik zo net nog niet of het maken van al die analyses en handelingsplannen wel zo effectief is.
Tegens:
1. Het kost veel tijd.
2. Op papier staat het mooi, maar de praktijk is toch anders.
3. Kinderen zijn geen producten die je kunt kneden in een vorm en met wat extra inzet dus kunt kneden tot een goed product.
4. Als ik mijn tijd kan besteden aan een goede voorbereiding, werkelijk nakijken en goed lesgeven, weet ik waarschijnlijk meer van het niveau en de ondersteuningsbehoefte van de kinderen dan door al die administratieve rompslomp die er nu is.
5. Kinderen die 'minder sterk' zijn op een bepaald gebied of in sommige gevallen op veel gebieden, worden niet gelukkiger van al die extra instructiegroepen en niveaugroepen. Hun gevoel van zekerheid wordt daardoor ondermijnd.
6. Is er onderzoek gedaan naar het nut van het maken van al deze analyses in vergelijking met Cooperatief Leren?
Voors:
1. Op papier is duidelijk waar aan is gewerkt en gaat worden gewerkt.
2. Op papier is duidelijk waarom iets wel/ niet heeft gewerkt.
Meten is weten, zegt men. En men is dan iedereen die vindt wat in de melk te brokkelen te hebben. Ik vraag me echter af wat je weet door te meten?
In mijn groep doet het volgende zich voor:
In mei is de cito entreetoets gedaan. Eind juni zijn er nog twee 'gewone' cito spellingtoetsen gedaan. De resultaten van deze toetsen komen in een aantal gevallen helemaal niet met elkaar overeen. In een enkel geval scheelt het zelfs twee niveaus. In de meeste gevallen een aantal punten op de vaardigheidsscore, waarbij opgemerkt moet worden dat de toetsen in juni beter zijn gemaakt dan de entreetoets. Welke score geeft nou het juiste beeld? Welke toets meet nu wat? Wat weet ik nu? Wat kan ik nu werkelijk met deze gegevens? Duurt de entreetoets te lang, waardoor kinderen er niet meer volledig voor gaan? Is de manier van vragen van de entreetoets moeilijker? Zijn er te weinig categorieen aan bod geweest? Waren de voorwaarden toen minder gunstig (Lijkt me sterk, want eind juni tijdens de toetsen was het 30 graden!)?
Ik weet niet wat ik met deze gegevens moet.
Dan nog een andere 'meten is weten'. Voor lezen worden de kinderen op drie manieren getoetst. Allereerst via het wel bekende AVI systeem. Daarbij moeten kinderen een tekst in een bepaalde tijd lezen, met zo min mogelijk fouten. Dit lijkt mij een heel mooi, reeel beeld opleveren van de leeskwaliteit en het leestempo van de kinderen.
Dan is er een DMT toets. Deze toets bestaat uit het zo snel mogelijk lezen van rijtjes woorden, in drie minuten. Wanneer in ons 'normale' leven moeten wij woordrijtjes lezen? Wat meet deze toets en wat heeft deze meting te maken met de praktijk van alle dag?
En als laatste hebben we de leestempotoets. Een toets waarbij kinderen een verhaal moeten lezen. In dat verhaal staan telkens drie woorden met een schuine streep ertussen. Twee van die woorden zijn fout. De goede moet aangestreept worden. Wat meet deze toets? De vaardigheid in goed puzzelen? Scherp woordbeeld? Ik heb geen idee. Het enige voordeel van deze toets ligt op organisatorisch vlak. Met de hele klas kan dit tegelijk gemaakt worden. Dat de leerkracht dan vervolgens een dik uur bezig is met nakijken ...
Op deze drie toetsen wordt heel gevarieerd gescoord. Een kind die door alle AVI niveaus heen is, kan toch een D (onvoldoende) scoren voor de DMT toets. De leestempo toets wordt over het geheel genomen slechter gemaakt dan de DMT toets. Maar, dat moet ik er bij zeggen, op het lezen van woordjes is geoefend. De vraag die bij mij opkomt is of kinderen die die woordrijtjes hebben geoefend, werkelijk beter kunnen lezen. Ik durf dat toch ernstig te betwijfelen.
Waar zijn we met elkaar mee bezig? Ik begrijp dat onze school bezig is om uit de rode cijfers te komen, voor wat betreft het inspectieoordeel. Alle begrip! Met blijvende rode cijfers kunnen we de school uiteindelijk sluiten. Dat lijkt me niet iets wat we willen. Maar toch vraag ik mij af waar onderwijzend Nederland mee bezig is. Is er wel eens een analyse gemaakt, een werkelijke analyse, waarom het onderwijs volgens de overheid niet goed genoeg scoort? Is er wel eens gekeken naar alle achterliggende veranderingen die het onderwijs heeft doorgemaakt? De bezuinigingen als WSNS en Passend Onderwijs? De enorme werkvermeerdering voor leerkrachten en directies, zonder dat aan de voorwaarden om die uit te kunnen voeren wordt voldaan? Vraagt niemand zich af of ik al die extra dingen wel rond kan krijgen in de tijd die er voor staat? Of de dingen die een directeur allemaal uit moet voeren? 'Men' in ieder geval niet.
Het gaat bij 'men' alleen maar om het passend maken van het financiele plaatje en de controle of er goed wordt gescoord. Hoe een school dat met het beperkte budget en de beperkte middelen moet doen, is geen onderwerp van zorg en aandacht.
Volgens mij gaat het onderwijs op deze manier alleen nog maar meer achteruit. Leerkrachten werken zich kapot. En wat krijgen ze er voor terug? Nauwelijks voldoening uit het werken in de klas, want er is geen werkelijke tijd om aandacht aan kinderen te besteden. En juist die aandacht maakt het vak boeiend, inspirerend en energiegevend. De hele dag zit volgepropt met instructies en nog eens instructies. Als ik een gesprek met een kind wil voeren, moet dat na schooltijd. En wanneer heb ik na schooltijd eigenlijk tijd daarvoor? Drie van de vier dagen niet eerlijk gezegd. Vergadering zus, bespreking zo, analyse dit en activiteit dat. Sorry kind, maar volgende week gaat het misschien wel lukken. Of misschien ook niet... Is dit wat wij willen? Ik niet in ieder geval!
Wat dan wel een oplossing is? Weg al die plannen. Terug naar werkelijke aandacht voor het kind. Niet doen alsof we individueel onderwijs kunnen geven. Gewoon, klassikale instructie met hier en daar een uitvlieger naar boven. Maar bovenal veel samenwerkend leren. Heel veel. Dat is bewezen effectief voor het niveau van presteren. Zorgt voor een verbetering in het groepsklimaat, activeert kinderen, motiveert kinderen en zorgt voor meer zelfvertrouwen.
Volgens mij moet de spreuk niet zijn 'meten is weten', maar 'samenwerken is leren'.
Over al die administratieve rompslomp wil ik twee opmerkingen maken. De eerste is dat het gigantisch veel tijd kost en de tweede is dat het in sommige gevallen wel zinvol is om te doen. Aan mij wordt echter niet gevraagd een analyse te maken van het maken van analyses en het nut er van. Toch interessant om wel te doen.
Als ik de voors en tegens op een rij zet, dan weet ik zo net nog niet of het maken van al die analyses en handelingsplannen wel zo effectief is.
Tegens:
1. Het kost veel tijd.
2. Op papier staat het mooi, maar de praktijk is toch anders.
3. Kinderen zijn geen producten die je kunt kneden in een vorm en met wat extra inzet dus kunt kneden tot een goed product.
4. Als ik mijn tijd kan besteden aan een goede voorbereiding, werkelijk nakijken en goed lesgeven, weet ik waarschijnlijk meer van het niveau en de ondersteuningsbehoefte van de kinderen dan door al die administratieve rompslomp die er nu is.
5. Kinderen die 'minder sterk' zijn op een bepaald gebied of in sommige gevallen op veel gebieden, worden niet gelukkiger van al die extra instructiegroepen en niveaugroepen. Hun gevoel van zekerheid wordt daardoor ondermijnd.
6. Is er onderzoek gedaan naar het nut van het maken van al deze analyses in vergelijking met Cooperatief Leren?
Voors:
1. Op papier is duidelijk waar aan is gewerkt en gaat worden gewerkt.
2. Op papier is duidelijk waarom iets wel/ niet heeft gewerkt.
Meten is weten, zegt men. En men is dan iedereen die vindt wat in de melk te brokkelen te hebben. Ik vraag me echter af wat je weet door te meten?
In mijn groep doet het volgende zich voor:
In mei is de cito entreetoets gedaan. Eind juni zijn er nog twee 'gewone' cito spellingtoetsen gedaan. De resultaten van deze toetsen komen in een aantal gevallen helemaal niet met elkaar overeen. In een enkel geval scheelt het zelfs twee niveaus. In de meeste gevallen een aantal punten op de vaardigheidsscore, waarbij opgemerkt moet worden dat de toetsen in juni beter zijn gemaakt dan de entreetoets. Welke score geeft nou het juiste beeld? Welke toets meet nu wat? Wat weet ik nu? Wat kan ik nu werkelijk met deze gegevens? Duurt de entreetoets te lang, waardoor kinderen er niet meer volledig voor gaan? Is de manier van vragen van de entreetoets moeilijker? Zijn er te weinig categorieen aan bod geweest? Waren de voorwaarden toen minder gunstig (Lijkt me sterk, want eind juni tijdens de toetsen was het 30 graden!)?
Ik weet niet wat ik met deze gegevens moet.
Dan nog een andere 'meten is weten'. Voor lezen worden de kinderen op drie manieren getoetst. Allereerst via het wel bekende AVI systeem. Daarbij moeten kinderen een tekst in een bepaalde tijd lezen, met zo min mogelijk fouten. Dit lijkt mij een heel mooi, reeel beeld opleveren van de leeskwaliteit en het leestempo van de kinderen.
Dan is er een DMT toets. Deze toets bestaat uit het zo snel mogelijk lezen van rijtjes woorden, in drie minuten. Wanneer in ons 'normale' leven moeten wij woordrijtjes lezen? Wat meet deze toets en wat heeft deze meting te maken met de praktijk van alle dag?
En als laatste hebben we de leestempotoets. Een toets waarbij kinderen een verhaal moeten lezen. In dat verhaal staan telkens drie woorden met een schuine streep ertussen. Twee van die woorden zijn fout. De goede moet aangestreept worden. Wat meet deze toets? De vaardigheid in goed puzzelen? Scherp woordbeeld? Ik heb geen idee. Het enige voordeel van deze toets ligt op organisatorisch vlak. Met de hele klas kan dit tegelijk gemaakt worden. Dat de leerkracht dan vervolgens een dik uur bezig is met nakijken ...
Op deze drie toetsen wordt heel gevarieerd gescoord. Een kind die door alle AVI niveaus heen is, kan toch een D (onvoldoende) scoren voor de DMT toets. De leestempo toets wordt over het geheel genomen slechter gemaakt dan de DMT toets. Maar, dat moet ik er bij zeggen, op het lezen van woordjes is geoefend. De vraag die bij mij opkomt is of kinderen die die woordrijtjes hebben geoefend, werkelijk beter kunnen lezen. Ik durf dat toch ernstig te betwijfelen.
Waar zijn we met elkaar mee bezig? Ik begrijp dat onze school bezig is om uit de rode cijfers te komen, voor wat betreft het inspectieoordeel. Alle begrip! Met blijvende rode cijfers kunnen we de school uiteindelijk sluiten. Dat lijkt me niet iets wat we willen. Maar toch vraag ik mij af waar onderwijzend Nederland mee bezig is. Is er wel eens een analyse gemaakt, een werkelijke analyse, waarom het onderwijs volgens de overheid niet goed genoeg scoort? Is er wel eens gekeken naar alle achterliggende veranderingen die het onderwijs heeft doorgemaakt? De bezuinigingen als WSNS en Passend Onderwijs? De enorme werkvermeerdering voor leerkrachten en directies, zonder dat aan de voorwaarden om die uit te kunnen voeren wordt voldaan? Vraagt niemand zich af of ik al die extra dingen wel rond kan krijgen in de tijd die er voor staat? Of de dingen die een directeur allemaal uit moet voeren? 'Men' in ieder geval niet.
Het gaat bij 'men' alleen maar om het passend maken van het financiele plaatje en de controle of er goed wordt gescoord. Hoe een school dat met het beperkte budget en de beperkte middelen moet doen, is geen onderwerp van zorg en aandacht.
Volgens mij gaat het onderwijs op deze manier alleen nog maar meer achteruit. Leerkrachten werken zich kapot. En wat krijgen ze er voor terug? Nauwelijks voldoening uit het werken in de klas, want er is geen werkelijke tijd om aandacht aan kinderen te besteden. En juist die aandacht maakt het vak boeiend, inspirerend en energiegevend. De hele dag zit volgepropt met instructies en nog eens instructies. Als ik een gesprek met een kind wil voeren, moet dat na schooltijd. En wanneer heb ik na schooltijd eigenlijk tijd daarvoor? Drie van de vier dagen niet eerlijk gezegd. Vergadering zus, bespreking zo, analyse dit en activiteit dat. Sorry kind, maar volgende week gaat het misschien wel lukken. Of misschien ook niet... Is dit wat wij willen? Ik niet in ieder geval!
Wat dan wel een oplossing is? Weg al die plannen. Terug naar werkelijke aandacht voor het kind. Niet doen alsof we individueel onderwijs kunnen geven. Gewoon, klassikale instructie met hier en daar een uitvlieger naar boven. Maar bovenal veel samenwerkend leren. Heel veel. Dat is bewezen effectief voor het niveau van presteren. Zorgt voor een verbetering in het groepsklimaat, activeert kinderen, motiveert kinderen en zorgt voor meer zelfvertrouwen.
Volgens mij moet de spreuk niet zijn 'meten is weten', maar 'samenwerken is leren'.
Labels:
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
'structureel cooperatief leren',
'zwakke scholen',
Cito,
faalangst,
groepsplannen,
handelingsplannen,
inspectie,
kritiek
vrijdag 11 februari 2011
een schuldige tafel
16.00 uur; een vol lokaal; leerkrachten zittend in een u-vorm; geklets en gerommel; vergadertijd?
Barbara zit naast mij. Toevallig valt ons beider blik op Inge die een beker thee wil. Ze slaakt een kreet als een groot deel van de thee langs de kan op de tafel druipt. Arie kijkt ook op en ziet het probleem. 'Daar moet een handelingsplan op', zegt Barbara. 'En wel eerst analyseren', zegt hij. Barbara schiet in de lach: 'Ja, die analyse is belangrijk, anders weet je niet wie er schuldig is.' Arie moet ook lachen. 'Ik durf te wedden dat de tafel de schuld krijgt.' Ik grinnik mee.
De vele, vele handelingsplannen, daaraan voorafgaande ad hoc analyses en stress rondom dit alles, staan op mijn netvlies. Hierbij kan ik me niet aan het idee onttrekken dat de 'schuldvraag' regelmatig niet op de juiste plek wordt gelegd. Daarnaast heb ik het idee, dat we sterk overtrokken reageren. Als een kind ineens een lage C score heeft, maar daarvoor alle jaren een A, moet er toch een handelingsplan worden gemaakt. Dat lijkt mij overdreven. Alert blijven, is dan wel van belang. Eerst eens investeren in kinderen die al langer beneden hun niveau presteren, is naar mijn idee een verstandiger inzet. En daar hebben we echt meer dan genoeg werk aan. Zonder al die handelingsplannen werk je je tenslotte als leerkracht al een slag in de rondte.
Barbara zit naast mij. Toevallig valt ons beider blik op Inge die een beker thee wil. Ze slaakt een kreet als een groot deel van de thee langs de kan op de tafel druipt. Arie kijkt ook op en ziet het probleem. 'Daar moet een handelingsplan op', zegt Barbara. 'En wel eerst analyseren', zegt hij. Barbara schiet in de lach: 'Ja, die analyse is belangrijk, anders weet je niet wie er schuldig is.' Arie moet ook lachen. 'Ik durf te wedden dat de tafel de schuld krijgt.' Ik grinnik mee.
De vele, vele handelingsplannen, daaraan voorafgaande ad hoc analyses en stress rondom dit alles, staan op mijn netvlies. Hierbij kan ik me niet aan het idee onttrekken dat de 'schuldvraag' regelmatig niet op de juiste plek wordt gelegd. Daarnaast heb ik het idee, dat we sterk overtrokken reageren. Als een kind ineens een lage C score heeft, maar daarvoor alle jaren een A, moet er toch een handelingsplan worden gemaakt. Dat lijkt mij overdreven. Alert blijven, is dan wel van belang. Eerst eens investeren in kinderen die al langer beneden hun niveau presteren, is naar mijn idee een verstandiger inzet. En daar hebben we echt meer dan genoeg werk aan. Zonder al die handelingsplannen werk je je tenslotte als leerkracht al een slag in de rondte.
Labels:
'effectief onderwijs',
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
Cito,
handelingsplannen,
stress
donderdag 3 februari 2011
de nacht duurt voort
De dip is nog niet over. Ik dacht het even, gister. Maar vandaag was de hoop al weer vervlogen. De klas was gelukkig weer top. Een ernstig gesprek gehad over pesten, een groep zijn en elkaar helpen. Mooi resultaat! Aandacht voor iedereen. Niemand die alleen speelde en mooie momenten van samenwerking. Dat voelt bijzonder! Maar de drukte van het andere werk overheerst. Maandag oudergesprekken. Een aantal moet ik nog echt voorbereiden vanwege nieuwe diagnoses. Voor een aantal heb ik nog informatie nodig van de IB-er. Die werkt zich ook twee slagen in de rondte. En dan heb ik het nog niet over de toetsen die er nog liggen. Mijn lieve duocollega was weer fantastisch. Heeft alle rekentoetsen nagekeken. En dat is een bak werk altijd. Helemaal super. Het voorbereiden van de creales (figuurzagen), de briefjes maken voor de oudergesprekken en het drama van een kapot kopieerapparaat zorgden er tussen de middag voor dat ik alleen maar de laatste docu hoofdstukken heb nagekeken. En na schooltijd moest er worden opgeruimd, zoals altijd. En toen was het vergadertijd. Een heftige vergadering over de onduidelijkheden rond de citotoetsen, de druk op teamleden vanuit de directie op het behalen van goede scores en de enorme stapel werk die iedereen heeft. Ik was duidelijk niet de enige die vele avonden werk heeft gehad in de afgelopen weken. Na de vergadering nog wat telefoontjes met ouders gepleegd, de mail beantwoord en toen was het al weer half zes geweest.
Is morgen de nachtmerrie voorbij?
Is morgen de nachtmerrie voorbij?
Labels:
'beter onderwijs',
Cito,
gesprekken,
inspectie,
kwaliteit,
oudergesprekken,
ouders,
stress,
werdruk,
zorg
zondag 30 januari 2011
rapporten
Vrijdag om 13.10 waren ze dan eindelijk klaar: de rapporten. Elke keer weer een hele bak werk. Dit jaar lag de druk nog wat hoger dan anders. Twee oorzaken. De ene was dat de jaarplanning niet zo handig was. De rapporten moesten klaar zijn in de week dat de Citotoetsen nog afgenomen konden worden. Dat was dus haast maken met nakijken. En verbonden aan de Cito's de handelingsplannen, evaluaties en leerlinbesprekingen. En dat allemaal in dezelfde week. De andere oorzaak was mijn opleiding. Daarvoor moest in deze periode ook bijzonder veel gedaan worden. Maar het is gelukt. Alles. Rapporten klaar. Cito's klaar. Handelingsplannen klaar. Groepsplannen klaar. En twee modules afgerond. Het gevoel van opluchting was er vrijdag nog niet bepaald. Twee weken lang keihard werken, vele avonden en ook de weekenden, resulteerden pas vanavond in verlichting. Toen was het orthopedagogisch groepsplan met onderbouwing en al klaar. Een hele berg werk. Maar wel bijzonder inspirerend. Mijn zicht op het zijn en functioneren van de klas is vele malen verbeterd. En acties om kinderen beter te ondersteunen zijn er inmiddels ook genoeg bedacht. Mijn hoofd kan eindelijk tot rust komen.
Deze avond werkelijk niets gedaan voor werk of opleiding. Ongekend. Echt even genieten. Morgen gaan we er weer tegen aan. Morgen pas. Of morgen al? Ach, wat maakt het uit. De kinderen blijven geweldig. Die vervelen nooit en zijn nooit hetzelfde.
Deze avond werkelijk niets gedaan voor werk of opleiding. Ongekend. Echt even genieten. Morgen gaan we er weer tegen aan. Morgen pas. Of morgen al? Ach, wat maakt het uit. De kinderen blijven geweldig. Die vervelen nooit en zijn nooit hetzelfde.
Labels:
'ingrid overeem',
basisonderwijs,
Cito,
groepsplannen,
rapporten
zaterdag 22 januari 2011
cito toetsen
De halfjaarlijkse cito toetsen zijn deze week weer door de school gevlogen. De kinderen kregen de ene na de andere toets om hun oren en slaakten een zucht van verlichting na de laatste, gezamenlijke toets. Natuurlijk, als nieuwsgierige leerkracht, maar ook als opgejaagde leerkracht op een zeer zwakke school, heb ik direct alles nagekeken wat af was. De resultaten zijn tot nu toe goed, tenminste, voor lezen en spelling. Rekenen lijkt wat minder, maar ja, nog maar 6 kinderen zijn helemaal klaar, en begrijpend lezen lijkt oke, maar is ook nog lang niet door iedereen gemaakt. De spelling en leesresultaten maakten mij wel blij. We hebben hieraan keihard gewerkt. Het voelde soms 'alsof de zweep erover lag'. De werkvormen echter die we gebruikt hebben, vonden de kinderen meestal leuk. De extra tijdsinvestering lijkt zich nu terugverdiend te hebben. Wat ik mij echter constant afvraag is of de kinderen nu meer weten of dat ze gewoon de toetsen beter kunnen maken. Daar kom ik maar niet uit. Al bekruipt mij nog steeds het dubbele gevoel, dat ik bij aanvang van dit schooljaar al had. Oefenen op de manier die Cito aanbiedt, zorgt uiteraard voor hogere scores. Want een manier van werken die bekend is, maakt dat je beter kunt neerzetten wat je kunt. Maar kunnen ze nu ook meer? Hebben ze meer kennis? Of zijn ze alleen maar handiger in het maken van de opdrachten geworden? Ik hoop het eerste, maar ben toch een beetje bang voor het laatste. Maar dit is toch eigenlijk ook het enige dat de inspectie belangrijk vindt? Maar niet wat ik belangrijk vind. Kinderen moeten uitgedaagd worden om hun kennis te vermeerderen. Kinderen moeten leren leuk vinden en daardoor laten zien wat ze kunnen. In deze heksenjacht naar zwakke scholen, komen we daar echter niet aan toe. Of de kwaliteitsverbetering die de inspectie beoogt ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt, durf ik toch te betwijfelen.
Labels:
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
basisonderwijs,
Cito,
inspectie,
kritiek,
kwaliteit
maandag 25 oktober 2010
Arrogantie van de meerderheid?
Een jaar lang hadden we ons verdiept in de verschillende programma's, gericht op het registreren van sociaal-emotionele gedragingen. Dit uiteraard onder begeleiding van een werkgroep, bestaande uit teamleden. Aan het einde van een serieus en gedegen proces, namen we als gehele team een besluit. Er was enige verdeeldheid, maar niemand had ernstige bezwaren tegen het uiteindelijk gekozen registratiesysteem. Klaar voor een nieuwe start, kregen we tot onze verrassing, nou ja, zeg gerust verbijstering, te horen dat het bestuur besloten had dat alle bij het bestuur horende scholen verplicht moesten gaan werken met Viseon. De tijdsinvestering van een heel schooljaar overleggen, uitproberen, bekijken, testen en argumenteren, verdween in een pennestreek in de prullenbak. Allemaal voor niets gedaan! Protest van de IB-er en directeur vermochten niets. Viseon zou worden aangeschaft. Kosten voor een ander programma waren voor eigen rekening. Tja, dan ben je uitgepraat in onderwijsland.
Afgelopen schooljaar kregen we eindelijk de beschikking over het programma en zo vulden wij ergens in mei de lijsten in voor de kinderen uit onze groepen. Vanaf groep 5 mochten ook de kinderen zelf de lijsten invullen. Gelukkig niet allemaal handmatig, maar digitaal. En na de investering in tijd om alles ingevuld te krijgen (1 x 27 kinderen en 27 x 1 kind) rolde er een prachtig overzicht uit de computer. Het prachtige programma was zelfs zo in elkaar gezet dat met een druk op de knop door de IB-er er ook nog een overzicht uitrolde waarop de scores stonden, in Cito omgerekend. Dus een kind met goede sociale vaardigheden scoorde een A en met hele belabberde sociale vaardigheden een E. Prachtig toch! Weet je meteen waar je wat mee moet. Mooi voor het opzetten van een nieuw handelingsplan, toch?
Mijn weerstand tegen het programma, al begonnen door de dwingende handelswijze van het overkoepelende management, nam met de dag toe. Citoscores voor sociaal-emotionele vaardigheden? Hoe kwamen ze op dat idee?! Op alle momenten die enige ruimte boden, ventileerde ik mijn mening. Her en der vond ik medestanders. De overwegende reactie echter bestond uit een schouderophalende acceptatie van de feiten. 'We moeten het gewoon doen.' Waarom zo'n dociele houding?
Door andere bezigheden, andere zaken die prioriteit hadden, was het hele Viseon gebeuren wat naar de achtergrond gezakt. Echter, door mijn opleiding kwam ik in contact met de theorie van Human Dynamics. Heel kort gezegd komt deze er op neer dat er in ieder mens drie basisdynamieken aanwezig zijn, welke je mens-zijn bepalen. Ieder mens is anders, waarbij de eerste dynamiek aangeeft hoe je naar dingen kijkt en de tweede naar wat je ziet. Dat samen is je kracht. Het meer ontwikkelen van de derde dynamiek zorgt er voor dat je eerste en tweede dynamiek nog krachtiger worden. De drie basisdynamieken zijn mentaal, fysiek en emotioneel. Wat dit met Viseon te maken heeft? Nou een heleboel. Als een kind mentaal is ingesteld, zal het bijvoorbeeld vaak de behoefte hebben om alleen te werken en alleen te spelen. Als een kind emotioneel is ingesteld, hoort het aangaan van relaties bij de dagelijkse gang van zaken. En kinderen die fysiek zijn ingesteld, horen als vanzelf bij een groep. Als een vraag in Viseon bijvoorbeeld gaat over samenspelen, dan zal dat bij een mentaal ingesteld kind heel anders scoren dan bij een emotioneel ingesteld kind. De vraag is hoe de leerkracht met deze gegevens omgaat. Viseon zelf hangt aan de uitkomsten Cito scores. Ik vraag me af op grond van welke normen de scores worden bepaald. Is alleen spelen goed of is alleen spelen fout? Wie bepaalt dat? Vanuit welke invalshoek? Volgens onderzoek is de meerderheid van de Westerse mensen emotioneel ingesteld. Als de normen afhangen van deze groep mensen, is alleen spelen dus niet goed. Een kind dat samenspeelt, functioneer naar behoren. Een kind dat alleen speelt, doet dus niet normaal. Een E score wellicht? Natuurlijk is het voor een goed evenwicht belangrijk dat kinderen ook leren samenspelen. Maar net zo belangrijk is het dat kinderen leren dat je ook alleen goed kunt functioneren.
Mijn weerstand tegen Citoscores in het algemeen, is zeker niet afgenomen. Viseon als toetsinstrument om te kijken hoe kinderen over zichzelf denken, is prima. Viseon als toetsinstrument om te kijken hoe leraren over de kinderen denken, is ook prima. Maar het waardeoordeel dat daaruit voortkomt, is voor mij een heleboel bruggen te ver. Het kan niet zo zijn dat de meerderheid bepaalt hoe de minderheid moet functioneren. De meerderheid moet zorgen dat de minderheid ook goed kan functioneren naar eigen mogelijkheden, en zich vooral begrepen voelt. Laten we eens aan begrip gaan werken. Begrip van leerkrachten voor hun kinderen. Begrip voor het anders zijn. Begrip voor de kwaliteiten die ieder kind heeft. En vooral begrip van de leerkrachten voor hun eigen manier van zijn, en de daarbij horende valkuilen voor hun manier van lesgeven. Dat lijkt me vele malen eerlijker, respectvoller en effectiever dan meten vanuit een oordelende houding.
Afgelopen schooljaar kregen we eindelijk de beschikking over het programma en zo vulden wij ergens in mei de lijsten in voor de kinderen uit onze groepen. Vanaf groep 5 mochten ook de kinderen zelf de lijsten invullen. Gelukkig niet allemaal handmatig, maar digitaal. En na de investering in tijd om alles ingevuld te krijgen (1 x 27 kinderen en 27 x 1 kind) rolde er een prachtig overzicht uit de computer. Het prachtige programma was zelfs zo in elkaar gezet dat met een druk op de knop door de IB-er er ook nog een overzicht uitrolde waarop de scores stonden, in Cito omgerekend. Dus een kind met goede sociale vaardigheden scoorde een A en met hele belabberde sociale vaardigheden een E. Prachtig toch! Weet je meteen waar je wat mee moet. Mooi voor het opzetten van een nieuw handelingsplan, toch?
Mijn weerstand tegen het programma, al begonnen door de dwingende handelswijze van het overkoepelende management, nam met de dag toe. Citoscores voor sociaal-emotionele vaardigheden? Hoe kwamen ze op dat idee?! Op alle momenten die enige ruimte boden, ventileerde ik mijn mening. Her en der vond ik medestanders. De overwegende reactie echter bestond uit een schouderophalende acceptatie van de feiten. 'We moeten het gewoon doen.' Waarom zo'n dociele houding?
Door andere bezigheden, andere zaken die prioriteit hadden, was het hele Viseon gebeuren wat naar de achtergrond gezakt. Echter, door mijn opleiding kwam ik in contact met de theorie van Human Dynamics. Heel kort gezegd komt deze er op neer dat er in ieder mens drie basisdynamieken aanwezig zijn, welke je mens-zijn bepalen. Ieder mens is anders, waarbij de eerste dynamiek aangeeft hoe je naar dingen kijkt en de tweede naar wat je ziet. Dat samen is je kracht. Het meer ontwikkelen van de derde dynamiek zorgt er voor dat je eerste en tweede dynamiek nog krachtiger worden. De drie basisdynamieken zijn mentaal, fysiek en emotioneel. Wat dit met Viseon te maken heeft? Nou een heleboel. Als een kind mentaal is ingesteld, zal het bijvoorbeeld vaak de behoefte hebben om alleen te werken en alleen te spelen. Als een kind emotioneel is ingesteld, hoort het aangaan van relaties bij de dagelijkse gang van zaken. En kinderen die fysiek zijn ingesteld, horen als vanzelf bij een groep. Als een vraag in Viseon bijvoorbeeld gaat over samenspelen, dan zal dat bij een mentaal ingesteld kind heel anders scoren dan bij een emotioneel ingesteld kind. De vraag is hoe de leerkracht met deze gegevens omgaat. Viseon zelf hangt aan de uitkomsten Cito scores. Ik vraag me af op grond van welke normen de scores worden bepaald. Is alleen spelen goed of is alleen spelen fout? Wie bepaalt dat? Vanuit welke invalshoek? Volgens onderzoek is de meerderheid van de Westerse mensen emotioneel ingesteld. Als de normen afhangen van deze groep mensen, is alleen spelen dus niet goed. Een kind dat samenspeelt, functioneer naar behoren. Een kind dat alleen speelt, doet dus niet normaal. Een E score wellicht? Natuurlijk is het voor een goed evenwicht belangrijk dat kinderen ook leren samenspelen. Maar net zo belangrijk is het dat kinderen leren dat je ook alleen goed kunt functioneren.
Mijn weerstand tegen Citoscores in het algemeen, is zeker niet afgenomen. Viseon als toetsinstrument om te kijken hoe kinderen over zichzelf denken, is prima. Viseon als toetsinstrument om te kijken hoe leraren over de kinderen denken, is ook prima. Maar het waardeoordeel dat daaruit voortkomt, is voor mij een heleboel bruggen te ver. Het kan niet zo zijn dat de meerderheid bepaalt hoe de minderheid moet functioneren. De meerderheid moet zorgen dat de minderheid ook goed kan functioneren naar eigen mogelijkheden, en zich vooral begrepen voelt. Laten we eens aan begrip gaan werken. Begrip van leerkrachten voor hun kinderen. Begrip voor het anders zijn. Begrip voor de kwaliteiten die ieder kind heeft. En vooral begrip van de leerkrachten voor hun eigen manier van zijn, en de daarbij horende valkuilen voor hun manier van lesgeven. Dat lijkt me vele malen eerlijker, respectvoller en effectiever dan meten vanuit een oordelende houding.
Labels:
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
begrip,
Cito,
Viseon
Abonneren op:
Posts (Atom)