Onderwijsblog van Ingrid Overeem, auteur van 'leerkracht zijn, droom of nachtmerrie?'
Ingrid
zondag 10 juli 2011
Meten is weten?
Over al die administratieve rompslomp wil ik twee opmerkingen maken. De eerste is dat het gigantisch veel tijd kost en de tweede is dat het in sommige gevallen wel zinvol is om te doen. Aan mij wordt echter niet gevraagd een analyse te maken van het maken van analyses en het nut er van. Toch interessant om wel te doen.
Als ik de voors en tegens op een rij zet, dan weet ik zo net nog niet of het maken van al die analyses en handelingsplannen wel zo effectief is.
Tegens:
1. Het kost veel tijd.
2. Op papier staat het mooi, maar de praktijk is toch anders.
3. Kinderen zijn geen producten die je kunt kneden in een vorm en met wat extra inzet dus kunt kneden tot een goed product.
4. Als ik mijn tijd kan besteden aan een goede voorbereiding, werkelijk nakijken en goed lesgeven, weet ik waarschijnlijk meer van het niveau en de ondersteuningsbehoefte van de kinderen dan door al die administratieve rompslomp die er nu is.
5. Kinderen die 'minder sterk' zijn op een bepaald gebied of in sommige gevallen op veel gebieden, worden niet gelukkiger van al die extra instructiegroepen en niveaugroepen. Hun gevoel van zekerheid wordt daardoor ondermijnd.
6. Is er onderzoek gedaan naar het nut van het maken van al deze analyses in vergelijking met Cooperatief Leren?
Voors:
1. Op papier is duidelijk waar aan is gewerkt en gaat worden gewerkt.
2. Op papier is duidelijk waarom iets wel/ niet heeft gewerkt.
Meten is weten, zegt men. En men is dan iedereen die vindt wat in de melk te brokkelen te hebben. Ik vraag me echter af wat je weet door te meten?
In mijn groep doet het volgende zich voor:
In mei is de cito entreetoets gedaan. Eind juni zijn er nog twee 'gewone' cito spellingtoetsen gedaan. De resultaten van deze toetsen komen in een aantal gevallen helemaal niet met elkaar overeen. In een enkel geval scheelt het zelfs twee niveaus. In de meeste gevallen een aantal punten op de vaardigheidsscore, waarbij opgemerkt moet worden dat de toetsen in juni beter zijn gemaakt dan de entreetoets. Welke score geeft nou het juiste beeld? Welke toets meet nu wat? Wat weet ik nu? Wat kan ik nu werkelijk met deze gegevens? Duurt de entreetoets te lang, waardoor kinderen er niet meer volledig voor gaan? Is de manier van vragen van de entreetoets moeilijker? Zijn er te weinig categorieen aan bod geweest? Waren de voorwaarden toen minder gunstig (Lijkt me sterk, want eind juni tijdens de toetsen was het 30 graden!)?
Ik weet niet wat ik met deze gegevens moet.
Dan nog een andere 'meten is weten'. Voor lezen worden de kinderen op drie manieren getoetst. Allereerst via het wel bekende AVI systeem. Daarbij moeten kinderen een tekst in een bepaalde tijd lezen, met zo min mogelijk fouten. Dit lijkt mij een heel mooi, reeel beeld opleveren van de leeskwaliteit en het leestempo van de kinderen.
Dan is er een DMT toets. Deze toets bestaat uit het zo snel mogelijk lezen van rijtjes woorden, in drie minuten. Wanneer in ons 'normale' leven moeten wij woordrijtjes lezen? Wat meet deze toets en wat heeft deze meting te maken met de praktijk van alle dag?
En als laatste hebben we de leestempotoets. Een toets waarbij kinderen een verhaal moeten lezen. In dat verhaal staan telkens drie woorden met een schuine streep ertussen. Twee van die woorden zijn fout. De goede moet aangestreept worden. Wat meet deze toets? De vaardigheid in goed puzzelen? Scherp woordbeeld? Ik heb geen idee. Het enige voordeel van deze toets ligt op organisatorisch vlak. Met de hele klas kan dit tegelijk gemaakt worden. Dat de leerkracht dan vervolgens een dik uur bezig is met nakijken ...
Op deze drie toetsen wordt heel gevarieerd gescoord. Een kind die door alle AVI niveaus heen is, kan toch een D (onvoldoende) scoren voor de DMT toets. De leestempo toets wordt over het geheel genomen slechter gemaakt dan de DMT toets. Maar, dat moet ik er bij zeggen, op het lezen van woordjes is geoefend. De vraag die bij mij opkomt is of kinderen die die woordrijtjes hebben geoefend, werkelijk beter kunnen lezen. Ik durf dat toch ernstig te betwijfelen.
Waar zijn we met elkaar mee bezig? Ik begrijp dat onze school bezig is om uit de rode cijfers te komen, voor wat betreft het inspectieoordeel. Alle begrip! Met blijvende rode cijfers kunnen we de school uiteindelijk sluiten. Dat lijkt me niet iets wat we willen. Maar toch vraag ik mij af waar onderwijzend Nederland mee bezig is. Is er wel eens een analyse gemaakt, een werkelijke analyse, waarom het onderwijs volgens de overheid niet goed genoeg scoort? Is er wel eens gekeken naar alle achterliggende veranderingen die het onderwijs heeft doorgemaakt? De bezuinigingen als WSNS en Passend Onderwijs? De enorme werkvermeerdering voor leerkrachten en directies, zonder dat aan de voorwaarden om die uit te kunnen voeren wordt voldaan? Vraagt niemand zich af of ik al die extra dingen wel rond kan krijgen in de tijd die er voor staat? Of de dingen die een directeur allemaal uit moet voeren? 'Men' in ieder geval niet.
Het gaat bij 'men' alleen maar om het passend maken van het financiele plaatje en de controle of er goed wordt gescoord. Hoe een school dat met het beperkte budget en de beperkte middelen moet doen, is geen onderwerp van zorg en aandacht.
Volgens mij gaat het onderwijs op deze manier alleen nog maar meer achteruit. Leerkrachten werken zich kapot. En wat krijgen ze er voor terug? Nauwelijks voldoening uit het werken in de klas, want er is geen werkelijke tijd om aandacht aan kinderen te besteden. En juist die aandacht maakt het vak boeiend, inspirerend en energiegevend. De hele dag zit volgepropt met instructies en nog eens instructies. Als ik een gesprek met een kind wil voeren, moet dat na schooltijd. En wanneer heb ik na schooltijd eigenlijk tijd daarvoor? Drie van de vier dagen niet eerlijk gezegd. Vergadering zus, bespreking zo, analyse dit en activiteit dat. Sorry kind, maar volgende week gaat het misschien wel lukken. Of misschien ook niet... Is dit wat wij willen? Ik niet in ieder geval!
Wat dan wel een oplossing is? Weg al die plannen. Terug naar werkelijke aandacht voor het kind. Niet doen alsof we individueel onderwijs kunnen geven. Gewoon, klassikale instructie met hier en daar een uitvlieger naar boven. Maar bovenal veel samenwerkend leren. Heel veel. Dat is bewezen effectief voor het niveau van presteren. Zorgt voor een verbetering in het groepsklimaat, activeert kinderen, motiveert kinderen en zorgt voor meer zelfvertrouwen.
Volgens mij moet de spreuk niet zijn 'meten is weten', maar 'samenwerken is leren'.
maandag 21 maart 2011
energie
Na een week groep 8 te hebben gedraaid, was het ook weer prettig om vandaag met mijn eigen groep te kunnen werken. Bijna de eerste vraag die werd gesteld was: 'Gaan we vandaag de groepjes veranderen?' De afspraak was namelijk dat vorige week te doen, maar ja, toen stond ik voor groep 8. Na een rustige start met de weekendverhalen, kwamen de nieuwe groepjes aan bod. Achterop het bord had ik mijn voorstel geschreven. Zoals altijd mochten de kinderen daarop reageren. Na wat argumenten en tegenvoorstellen, was het plan klaar. 'Om 13.15 uur gaan we de groepjes wisselen.'
Tevreden gingen we aan de slag met ons rekenen. Uit ervaring weet ik dat zulke dingen 's ochtends niet zo handig zijn, want er gebeurt iets in de groep bij het wisselen dat zorgt voor het vrijkomen van heel veel energie. Met twee toetsen op het programma, leek het mij verstandig dat niet in de ochtend te doen.
Om 13.15 stonden de kinderen in de startblokken. Eerdere keren had ik alleen de noodzakelijke tafels laten verplaatsen, maar er moest nu zoveel worden verhuisd, dat iedereen de eigen tafel mee kon nemen. Na nog een korte toespraak en een tijdafspraak, begon het gesjouw. Na 1 minuut kletterde een glazen potje op de grond. Met grote zorg werden de glasscherven opgeraapt. Na vijf minuten had iedereen een nieuwe plek. Echter, enkele hoofden van kinderen zaten nu voor het beeld van de wat kleinere kinderen. Nog wat verplaatsen en verschuiven had dit tot gevolg. En toen, ja toen was het zover. De energie en chemie vlogen in het rond. Lachen, grapjes, giebelen, roepen. Het moest er allemaal uit. Inmiddels ervaringsdeskundig hiermee, zette ik de kinderen aan het werk met een hernieuwde kennismaking, het bedenken van een groepsnaam en een yell. Toen kon de ontlading plaatsvinden. Heerlijk om te zien. Wat een enthousiasme! De eerste stappen voor een prettige samenwerking zijn in ieder geval gezet!
donderdag 10 maart 2011
accepatie, vriendschap en plezier
Leuk toch, zo'n missieverklaring. Vandaag de gymles hiermee begonnen. "Ik ben benieuwd hoe ik dit bij de gymles bij jullie terugzie!' En of ik het heb gezien. De gymles zet mijn groep altijd klaar. In groepjes krijgen de kinderen een taak. Bij toeval had ik een zevental heren een vrij pittige klus gegeven. Wat een geweldige samenwerking! Het overleg vooraf had wellicht nog wat beter gekund (maar wat zeur ik), maar bij de uitvoering heb ik alleen maar mooie dingen gezien. Ook de andere groepjes werkten voortreffelijk samen, maar deze heren genoten er zichtbaar zelf van. 'O juf, mogen wij dan ook samen een groepje zijn, want we hebben zo goed samengewerkt?' Mijn hart smolt. Ik gaf nog aan dat een groepje van zeven wel erg groot was, maar met volle overtuiging gaven ze aan dat dat geen probleem was. En dat was het ook niet. Een heerlijke gymles. 'Gaan we dit nog eens doen juf?' Daar kan juf geen nee op zeggen.
maandag 7 maart 2011
missieverklaring
Na de uitleg gingen de kinderen aan de slag met het praten over waarden a.d.h.v. een rijtje waarden op het bord. In tweetal voerden ze gesprekjes waarbij ze aan elkaar ook de argumenten voor het belang van een waarde benoemden. Na flink wat gesprekjes werd er een top 3 per kind opgesteld. Vervolgens een top 3 per tafelgroep en uiteindelijk (vandaag) een missieverklaring per groep. Verrassende verklaringen. Ik heb er van genoten. Toen alle verklaringen zichtbaar waren voor iedereen, mochten de kinderen een score hangen aan de 6 verklaringen. Daar rolde uiteindelijk 1 verklaring uit.
Acceptatie, vriendschap en plezier, dat hebben we hier.
Waarop direct een jongen zei: 'Als je er ja tussen zet, loopt het beter.' De hele klas was het met hem eens. En zo hebben we dus onze missie geformuleerd. Ik vind 'm prachtig. En het mooie is dat ik er nauwelijks in heb gestuurd. Het enige dat ik heb gedaan is wat waarden op het bord schrijven die mogelijk belangrijk waren. Fantastisch toch!
Ik vond het wonderbaarlijk leuk om te doen en de kinderen ook. Deze week gaan we er concreet invulling aangeven.
zaterdag 2 oktober 2010
groepsvorming
In de pauze kwam een Patricia naar me toe. 'Juf ik kan niet zo goed met Irene overweg. We hebben een beetje ruzie.' Ik bevestigde dat het goed was dat ze bij me kwam en stuurde haar naar Irene om dit te bespreken, want misschien viel het wel mee. Ze kwam terug met de meededeling dat Irene er net zo over dacht. Werk aan de winkel dus.
Terug in de klas gaf ik aan dat er behoefte was aan een wissel. Natuurlijk kwamen er meer reacties. Mijn zesweken slecht slapen opmerking herhaalde ik een paar keer. En na wat gepuzzel en heen en weer gepraat, waren we er uit. Iedereen redelijk tevreden en nog steeds mooi evenwichtige groepjes.
Om even voor drie uur begon de grote volksverhuizing en om tien over drie kwam het eerste groepje mij melden dat ze al een naam hadden. Ik was helemaal verbaasd. 'Wauw, wat snel.' Glimmend van trots en met een dik compliment erbij, schreef ik hun groepsnaam op het bord. Een tweede en derde groepje volgenden snel. De bedankkaartjes werden uitgereikt. Nieuwsgierig las een ieder de ontvangen kaartjes met complimenten. Een korte inventarisatie van mijn kant maakte duidelijk dat de meeste kinderen blij waren met de gekregen complimenten. Een prettige swung was voelbaar. Een positieve beweging was duidelijk merkbaar.
Een uurtje later keek ik tevreden om mij heen in het lege lokaal. Een fijne dag. Een goede afsluiting. En een mooie basis voor verdere groepsvorming, teambouw en klasbouw!
dinsdag 28 september 2010
Juf, ik probeer te lezen op de gang, maar uw klas maakt zo'n lawaai....
Om de gemoederen weer tot bedaren te brengen maar even voorgelezen. Dat was heerlijk rustig na al de herrie. En ook ontspannend. Toen ik dit aan het eind van de dag nog eens door mijn hoofd liet gaan, besloot ik mij op maandag niet langer gek te laten maken door het volle programma. Want een hyperjuf met een hyperprogramma zorgen voor een hyperklas. Investeren in de samenwerking, groepssfeer en relaties leken mij belangrijker dan het afmaken van de laatste rij sommen of het er nog snel doorheen jassen van een leesblad.
Tijd... Het blijft een grote rol spelen. Het is maar net hoe je daar zelf mee omgaat!
zondag 29 augustus 2010
Enthousiaste en stralende gezichten
Als ik terugdenk aan 'mijn kinderen' dan zie ik stralende, enthousiaste gezichten. Ik voel me blij en vereerd door het in mij gestelde vertrouwen. Kinderen die me vier dagen kennen en komen vertellen dat ze een fijne dag hebben gehad. Een verhaaltje van een meisje dat vertelt dat ze al vijf jaar bij elkaar in de klas zitten, maar nu, door teamwerk, hebben ontdekt elkaar eigenlijk helemaal niet zo goed te kennen. Maar dat ze het heel leuk vindt om met anderen samen te werken. Een opmerking over 'leuk, samenwerken'. Een goede sfeer. Complimenten die kinderen aan elkaar hebben gegeven. Een jongetje dat eerst het samenwerken niet zag zitten, maar de tweede dag kwam vertellen dat hij een fijne dag had gehad in zijn groepje. Ik gloeide van trots en de kinderen groeiden door complimenten te geven en te krijgen.
Dat is wat ik gezien heb en ervaren in deze vier dagen. Hoe dit zo gekomen is? Tja, een positieve insteek denk ik. Alleen gewenst gedrag benoemen. Duidelijk zijn in wat de bedoeling is. Veel, heel veel complimenten (laten) geven en een heldere structuur neerzetten om samen opdrachtjes te maken. Biedt dit geen prachtig vooruitzicht voor de rest van het jaar? Ik heb er zin in!