Welkom op dit onderwijsblog. Leuk dat je komt kijken. Dit blog is bedoeld voor verhalen die getuigen van werkplezier (in het onderwijs), maar die ook de wrange realiteit tonen van het huidige prestatiegerichte onderwijs in dit neoliberale tijdperk.

Ingrid

Posts tonen met het label handelingsplannen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label handelingsplannen. Alle posts tonen

zondag 10 juli 2011

Meten is weten?

Sinds de school waar ik werk een zeer zwakke school is geworden, worden we met elkaar bedolven onder administratieve zaken. De directie en IB-er werken zich een slag in de rondte en hebben volgens mij sinds een jaar een zevendaagse werkweek van toch wel zo'n uurtje of 12 per dag. Hoe lang ze dat kunnen volhouden? Het nieuwe schoolplan moest ook nog eens klaar en daarnaast alle formulieren, plannen, analyses en ga zo maar door voor de inspectie. Als leerkracht heb ik gelukkig alleen te maken met mijn eigen groep. Werk genoeg. In de laatste weken heb ik alle handelingsplannen moeten evalueren, een nieuw handelingsplan gemaakt voor een bepaalde leerling, de groepsplannen geevalueerd, cito resultaten ingevoerd en analyses daarvan gemaakt. En voor het geval dat niet duidelijk was, ook nog gewoon lesgegeven! Analyses gemaakt van mijn manier van werken en de positieve of negatieve gevolgen daarvan en dan ook nog de gewone rapporten, groepsbespreking en deze week 26 oudergesprekken n.a.v. de resultaten van de cito entree toets. Dat is niet mis.

Over al die administratieve rompslomp wil ik twee opmerkingen maken. De eerste is dat het gigantisch veel tijd kost en de tweede is dat het in sommige gevallen wel zinvol is om te doen. Aan mij wordt echter niet gevraagd een analyse te maken van het maken van analyses en het nut er van. Toch interessant om wel te doen.
Als ik de voors en tegens op een rij zet, dan weet ik zo net nog niet of het maken van al die analyses en handelingsplannen wel zo effectief is.
Tegens:
1. Het kost veel tijd.
2. Op papier staat het mooi, maar de praktijk is toch anders.
3. Kinderen zijn geen producten die je kunt kneden in een vorm en met wat extra inzet dus kunt kneden tot een goed product.
4. Als ik mijn tijd kan besteden aan een goede voorbereiding, werkelijk nakijken en goed lesgeven, weet ik waarschijnlijk meer van het niveau en de ondersteuningsbehoefte van de kinderen dan door al die administratieve rompslomp die er nu is.
5. Kinderen die 'minder sterk' zijn op een bepaald gebied of in sommige gevallen op veel gebieden, worden niet gelukkiger van al die extra instructiegroepen en niveaugroepen. Hun gevoel van zekerheid wordt daardoor ondermijnd.
6. Is er onderzoek gedaan naar het nut van het maken van al deze analyses in vergelijking met Cooperatief Leren?

Voors:
1. Op papier is duidelijk waar aan is gewerkt en gaat worden gewerkt.
2. Op papier is duidelijk waarom iets wel/ niet heeft gewerkt.

Meten is weten, zegt men. En men is dan iedereen die vindt wat in de melk te brokkelen te hebben. Ik vraag me echter af wat je weet door te meten?

In mijn groep doet het volgende zich voor:
In mei is de cito entreetoets gedaan. Eind juni zijn er nog twee 'gewone' cito spellingtoetsen gedaan. De resultaten van deze toetsen komen in een aantal gevallen helemaal niet met elkaar overeen. In een enkel geval scheelt het zelfs twee niveaus. In de meeste gevallen een aantal punten op de vaardigheidsscore, waarbij opgemerkt moet worden dat de toetsen in juni beter zijn gemaakt dan de entreetoets. Welke score geeft nou het juiste beeld? Welke toets meet nu wat? Wat weet ik nu? Wat kan ik nu werkelijk met deze gegevens? Duurt de entreetoets te lang, waardoor kinderen er niet meer volledig voor gaan? Is de manier van vragen van de entreetoets moeilijker? Zijn er te weinig categorieen aan bod geweest? Waren de voorwaarden toen minder gunstig (Lijkt me sterk, want eind juni tijdens de toetsen was het 30 graden!)?
Ik weet niet wat ik met deze gegevens moet.

Dan nog een andere 'meten is weten'. Voor lezen worden de kinderen op drie manieren getoetst. Allereerst via het wel bekende AVI systeem. Daarbij moeten kinderen een tekst in een bepaalde tijd lezen, met zo min mogelijk fouten. Dit lijkt mij een heel mooi, reeel beeld opleveren van de leeskwaliteit en het leestempo van de kinderen.
Dan is er een DMT toets. Deze toets bestaat uit het zo snel mogelijk lezen van rijtjes woorden, in drie minuten. Wanneer in ons 'normale' leven moeten wij woordrijtjes lezen? Wat meet deze toets en wat heeft deze meting te maken met de praktijk van alle dag?
En als laatste hebben we de leestempotoets. Een toets waarbij kinderen een verhaal moeten lezen. In dat verhaal staan telkens drie woorden met een schuine streep ertussen. Twee van die woorden zijn fout. De goede moet aangestreept worden. Wat meet deze toets? De vaardigheid in goed puzzelen? Scherp woordbeeld? Ik heb geen idee. Het enige voordeel van deze toets ligt op organisatorisch vlak. Met de hele klas kan dit tegelijk gemaakt worden. Dat de leerkracht dan vervolgens een dik uur bezig is met nakijken ...
Op deze drie toetsen wordt heel gevarieerd gescoord. Een kind die door alle AVI niveaus heen is, kan toch een D (onvoldoende) scoren voor de DMT toets. De leestempo toets wordt over het geheel genomen slechter gemaakt dan de DMT toets. Maar, dat moet ik er bij zeggen, op het lezen van woordjes is geoefend. De vraag die bij mij opkomt is of kinderen die die woordrijtjes hebben geoefend, werkelijk beter kunnen lezen. Ik durf dat toch ernstig te betwijfelen.

Waar zijn we met elkaar mee bezig? Ik begrijp dat onze school bezig is om uit de rode cijfers te komen, voor wat betreft het inspectieoordeel. Alle begrip! Met blijvende rode cijfers kunnen we de school uiteindelijk sluiten. Dat lijkt me niet iets wat we willen. Maar toch vraag ik mij af waar onderwijzend Nederland mee bezig is. Is er wel eens een analyse gemaakt, een werkelijke analyse, waarom het onderwijs volgens de overheid niet goed genoeg scoort? Is er wel eens gekeken naar alle achterliggende veranderingen die het onderwijs heeft doorgemaakt? De bezuinigingen als WSNS en Passend Onderwijs? De enorme werkvermeerdering voor leerkrachten en directies, zonder dat aan de voorwaarden om die uit te kunnen voeren wordt voldaan? Vraagt niemand zich af of ik al die extra dingen wel rond kan krijgen in de tijd die er voor staat? Of de dingen die een directeur allemaal uit moet voeren? 'Men' in ieder geval niet.
Het gaat bij 'men' alleen maar om het passend maken van het financiele plaatje en de controle of er goed wordt gescoord. Hoe een school dat met het beperkte budget en de beperkte middelen moet doen, is geen onderwerp van zorg en aandacht.

Volgens mij gaat het onderwijs op deze manier alleen nog maar meer achteruit. Leerkrachten werken zich kapot. En wat krijgen ze er voor terug? Nauwelijks voldoening uit het werken in de klas, want er is geen werkelijke tijd om aandacht aan kinderen te besteden. En juist die aandacht maakt het vak boeiend, inspirerend en energiegevend. De hele dag zit volgepropt met instructies en nog eens instructies. Als ik een gesprek met een kind wil voeren, moet dat na schooltijd. En wanneer heb ik na schooltijd eigenlijk tijd daarvoor? Drie van de vier dagen niet eerlijk gezegd. Vergadering zus, bespreking zo, analyse dit en activiteit dat. Sorry kind, maar volgende week gaat het misschien wel lukken. Of misschien ook niet... Is dit wat wij willen? Ik niet in ieder geval!

Wat dan wel een oplossing is? Weg al die plannen. Terug naar werkelijke aandacht voor het kind. Niet doen alsof we individueel onderwijs kunnen geven. Gewoon, klassikale instructie met hier en daar een uitvlieger naar boven. Maar bovenal veel samenwerkend leren. Heel veel. Dat is bewezen effectief voor het niveau van presteren. Zorgt voor een verbetering in het groepsklimaat, activeert kinderen, motiveert kinderen en zorgt voor meer zelfvertrouwen.

Volgens mij moet de spreuk niet zijn 'meten is weten', maar 'samenwerken is leren'.

woensdag 29 juni 2011

Wat een week!

Nou ja, week! Weken eigenlijk. Vorige week waren de kinderen mega druk. Logisch, want woensdag was het schoolreisje. En blijkbaar moet je daar zenuwachtig voor zijn en druk. Eigenlijk was woensdag wel de leukste dag. Een sportieve survival en daarna gezellig zwemmen. Echt een ontspannen dag. Donderdag studiedag. Zeer vermoeiend! En vrijdag een totaal verregende excursie in het bos met kinderen die er echt geen zin in hadden. Dat was die week.

En dan deze week. Maandag, 28,7 graden in de klas. Twee spellingtoetsen. Kinderen die niet vooruit te branden zijn. Dinsdag nog warmer. Nog meer zeer vermoeide kinderen en juffen. En dan toch maar toetsen, want ja, woensdag moest het klaar. Uitgesteld, want vorige week was het ook niets gedaan met de concentratie. Woensdag, rust, dacht ik. Lekker opgefrist. Verkeerd gedacht. Kinderen doodmoe en vijf meter van het raam vandaan waren ze bomen aan het zagen en vermalen. Niet te geloven! Halverwege de toets maar gestopt. Niet klaar dus. Jammer dan! Geen instructie kunnen geven. Schreeuwend gaat dat toch echt niet zo makkelijk. Aan het einde van de ochtend was er eindelijk rust en stilte! Maar niet in mijn hoofd.

Want toen nog al het andere werk. Evalueren handelingsplannen en groepsplannen (dat laatste nog niet klaar overigens), analyseren rekentoets, maken extra materiaal n.a.v. rekentoets, rapportcijfers berekenen, werkstukken nakijken en naar een voorlichtingsbijeenkomst. Echt, wat een week!

Nog drie weken en twee dagen werken. De hoeveelheid werk die in deze weken nog gedaan moet worden past niet in deze weken. Groepsbespreking n.a.v. cito entreetoets en zesentwintig oudergesprekken daarover, groepsoverdracht van mijn nieuwe groep en groepsoverdracht van mijn huidige groep, afscheidsperikelen groep 8, maken nieuwe handelingsplannen en groepsplannen, rapporten maken, ouderavond over verbetertraject, afscheidsetentje, eindejaarsfeest met de kinderen en ga zo maar door. (Gelukkig ook nog leuke dingen!) En dan geven we ook nog les. Dat zou je bijna vergeten. Aan zeer vermoeide kinderen die minder lijken te weten dan bij de start van het jaar. Zucht! Elk jaar hetzelfde. En elk jaar 'overleef' ik het wel weer, maar vraag me niet hoe!

zondag 15 mei 2011

analyses

Bah, de analyses en handelingsplannen komen mij de oren uit. Ik kom werkelijk nauwelijks aan andere dingen toe. De hoogstnoodzakelijke lesvoorbereidingen en het nakijken van toetsen en werkstukken behoren tot de weinige dingen die wel lukken. Daarnaast rol ik van het ene overleg in het andere en van de ene analyse naar de andere. Iets leuks voorbereiden, dingen eens anders doen... Geen tijd. Ja, in mijn eigen tijd. Is dit nog leuk?
De inspecteur is geweest. Gelukkig. We kunnen weer even ademhalen. Dat wel, maar toch...

vrijdag 11 februari 2011

een schuldige tafel

16.00 uur; een vol lokaal; leerkrachten zittend in een u-vorm; geklets en gerommel; vergadertijd?

Barbara zit naast mij. Toevallig valt ons beider blik op Inge die een beker thee wil. Ze slaakt een kreet als een groot deel van de thee langs de kan op de tafel druipt. Arie kijkt ook op en ziet het probleem. 'Daar moet een handelingsplan op', zegt Barbara. 'En wel eerst analyseren', zegt hij. Barbara schiet in de lach: 'Ja, die analyse is belangrijk, anders weet je niet wie er schuldig is.' Arie moet ook lachen. 'Ik durf te wedden dat de tafel de schuld krijgt.' Ik grinnik mee.

De vele, vele handelingsplannen, daaraan voorafgaande ad hoc analyses en stress rondom dit alles, staan op mijn netvlies. Hierbij kan ik me niet aan het idee onttrekken dat de 'schuldvraag' regelmatig niet op de juiste plek wordt gelegd. Daarnaast heb ik het idee, dat we sterk overtrokken reageren. Als een kind ineens een lage C score heeft, maar daarvoor alle jaren een A, moet er toch een handelingsplan worden gemaakt. Dat lijkt mij overdreven. Alert blijven, is dan wel van belang. Eerst eens investeren in kinderen die al langer beneden hun niveau presteren, is naar mijn idee een verstandiger inzet. En daar hebben we echt meer dan genoeg werk aan. Zonder al die handelingsplannen werk je je tenslotte als leerkracht al een slag in de rondte.