Sinds de school waar ik werk een zeer zwakke school is geworden, worden we met elkaar bedolven onder administratieve zaken. De directie en IB-er werken zich een slag in de rondte en hebben volgens mij sinds een jaar een zevendaagse werkweek van toch wel zo'n uurtje of 12 per dag. Hoe lang ze dat kunnen volhouden? Het nieuwe schoolplan moest ook nog eens klaar en daarnaast alle formulieren, plannen, analyses en ga zo maar door voor de inspectie. Als leerkracht heb ik gelukkig alleen te maken met mijn eigen groep. Werk genoeg. In de laatste weken heb ik alle handelingsplannen moeten evalueren, een nieuw handelingsplan gemaakt voor een bepaalde leerling, de groepsplannen geevalueerd, cito resultaten ingevoerd en analyses daarvan gemaakt. En voor het geval dat niet duidelijk was, ook nog gewoon lesgegeven! Analyses gemaakt van mijn manier van werken en de positieve of negatieve gevolgen daarvan en dan ook nog de gewone rapporten, groepsbespreking en deze week 26 oudergesprekken n.a.v. de resultaten van de cito entree toets. Dat is niet mis.
Over al die administratieve rompslomp wil ik twee opmerkingen maken. De eerste is dat het gigantisch veel tijd kost en de tweede is dat het in sommige gevallen wel zinvol is om te doen. Aan mij wordt echter niet gevraagd een analyse te maken van het maken van analyses en het nut er van. Toch interessant om wel te doen.
Als ik de voors en tegens op een rij zet, dan weet ik zo net nog niet of het maken van al die analyses en handelingsplannen wel zo effectief is.
Tegens:
1. Het kost veel tijd.
2. Op papier staat het mooi, maar de praktijk is toch anders.
3. Kinderen zijn geen producten die je kunt kneden in een vorm en met wat extra inzet dus kunt kneden tot een goed product.
4. Als ik mijn tijd kan besteden aan een goede voorbereiding, werkelijk nakijken en goed lesgeven, weet ik waarschijnlijk meer van het niveau en de ondersteuningsbehoefte van de kinderen dan door al die administratieve rompslomp die er nu is.
5. Kinderen die 'minder sterk' zijn op een bepaald gebied of in sommige gevallen op veel gebieden, worden niet gelukkiger van al die extra instructiegroepen en niveaugroepen. Hun gevoel van zekerheid wordt daardoor ondermijnd.
6. Is er onderzoek gedaan naar het nut van het maken van al deze analyses in vergelijking met Cooperatief Leren?
Voors:
1. Op papier is duidelijk waar aan is gewerkt en gaat worden gewerkt.
2. Op papier is duidelijk waarom iets wel/ niet heeft gewerkt.
Meten is weten, zegt men. En men is dan iedereen die vindt wat in de melk te brokkelen te hebben. Ik vraag me echter af wat je weet door te meten?
In mijn groep doet het volgende zich voor:
In mei is de cito entreetoets gedaan. Eind juni zijn er nog twee 'gewone' cito spellingtoetsen gedaan. De resultaten van deze toetsen komen in een aantal gevallen helemaal niet met elkaar overeen. In een enkel geval scheelt het zelfs twee niveaus. In de meeste gevallen een aantal punten op de vaardigheidsscore, waarbij opgemerkt moet worden dat de toetsen in juni beter zijn gemaakt dan de entreetoets. Welke score geeft nou het juiste beeld? Welke toets meet nu wat? Wat weet ik nu? Wat kan ik nu werkelijk met deze gegevens? Duurt de entreetoets te lang, waardoor kinderen er niet meer volledig voor gaan? Is de manier van vragen van de entreetoets moeilijker? Zijn er te weinig categorieen aan bod geweest? Waren de voorwaarden toen minder gunstig (Lijkt me sterk, want eind juni tijdens de toetsen was het 30 graden!)?
Ik weet niet wat ik met deze gegevens moet.
Dan nog een andere 'meten is weten'. Voor lezen worden de kinderen op drie manieren getoetst. Allereerst via het wel bekende AVI systeem. Daarbij moeten kinderen een tekst in een bepaalde tijd lezen, met zo min mogelijk fouten. Dit lijkt mij een heel mooi, reeel beeld opleveren van de leeskwaliteit en het leestempo van de kinderen.
Dan is er een DMT toets. Deze toets bestaat uit het zo snel mogelijk lezen van rijtjes woorden, in drie minuten. Wanneer in ons 'normale' leven moeten wij woordrijtjes lezen? Wat meet deze toets en wat heeft deze meting te maken met de praktijk van alle dag?
En als laatste hebben we de leestempotoets. Een toets waarbij kinderen een verhaal moeten lezen. In dat verhaal staan telkens drie woorden met een schuine streep ertussen. Twee van die woorden zijn fout. De goede moet aangestreept worden. Wat meet deze toets? De vaardigheid in goed puzzelen? Scherp woordbeeld? Ik heb geen idee. Het enige voordeel van deze toets ligt op organisatorisch vlak. Met de hele klas kan dit tegelijk gemaakt worden. Dat de leerkracht dan vervolgens een dik uur bezig is met nakijken ...
Op deze drie toetsen wordt heel gevarieerd gescoord. Een kind die door alle AVI niveaus heen is, kan toch een D (onvoldoende) scoren voor de DMT toets. De leestempo toets wordt over het geheel genomen slechter gemaakt dan de DMT toets. Maar, dat moet ik er bij zeggen, op het lezen van woordjes is geoefend. De vraag die bij mij opkomt is of kinderen die die woordrijtjes hebben geoefend, werkelijk beter kunnen lezen. Ik durf dat toch ernstig te betwijfelen.
Waar zijn we met elkaar mee bezig? Ik begrijp dat onze school bezig is om uit de rode cijfers te komen, voor wat betreft het inspectieoordeel. Alle begrip! Met blijvende rode cijfers kunnen we de school uiteindelijk sluiten. Dat lijkt me niet iets wat we willen. Maar toch vraag ik mij af waar onderwijzend Nederland mee bezig is. Is er wel eens een analyse gemaakt, een werkelijke analyse, waarom het onderwijs volgens de overheid niet goed genoeg scoort? Is er wel eens gekeken naar alle achterliggende veranderingen die het onderwijs heeft doorgemaakt? De bezuinigingen als WSNS en Passend Onderwijs? De enorme werkvermeerdering voor leerkrachten en directies, zonder dat aan de voorwaarden om die uit te kunnen voeren wordt voldaan? Vraagt niemand zich af of ik al die extra dingen wel rond kan krijgen in de tijd die er voor staat? Of de dingen die een directeur allemaal uit moet voeren? 'Men' in ieder geval niet.
Het gaat bij 'men' alleen maar om het passend maken van het financiele plaatje en de controle of er goed wordt gescoord. Hoe een school dat met het beperkte budget en de beperkte middelen moet doen, is geen onderwerp van zorg en aandacht.
Volgens mij gaat het onderwijs op deze manier alleen nog maar meer achteruit. Leerkrachten werken zich kapot. En wat krijgen ze er voor terug? Nauwelijks voldoening uit het werken in de klas, want er is geen werkelijke tijd om aandacht aan kinderen te besteden. En juist die aandacht maakt het vak boeiend, inspirerend en energiegevend. De hele dag zit volgepropt met instructies en nog eens instructies. Als ik een gesprek met een kind wil voeren, moet dat na schooltijd. En wanneer heb ik na schooltijd eigenlijk tijd daarvoor? Drie van de vier dagen niet eerlijk gezegd. Vergadering zus, bespreking zo, analyse dit en activiteit dat. Sorry kind, maar volgende week gaat het misschien wel lukken. Of misschien ook niet... Is dit wat wij willen? Ik niet in ieder geval!
Wat dan wel een oplossing is? Weg al die plannen. Terug naar werkelijke aandacht voor het kind. Niet doen alsof we individueel onderwijs kunnen geven. Gewoon, klassikale instructie met hier en daar een uitvlieger naar boven. Maar bovenal veel samenwerkend leren. Heel veel. Dat is bewezen effectief voor het niveau van presteren. Zorgt voor een verbetering in het groepsklimaat, activeert kinderen, motiveert kinderen en zorgt voor meer zelfvertrouwen.
Volgens mij moet de spreuk niet zijn 'meten is weten', maar 'samenwerken is leren'.
Onderwijsblog van Ingrid Overeem, auteur van 'leerkracht zijn, droom of nachtmerrie?'
Welkom op dit onderwijsblog. Leuk dat je komt kijken. Dit blog is bedoeld voor verhalen die getuigen van werkplezier (in het onderwijs), maar die ook de wrange realiteit tonen van het huidige prestatiegerichte onderwijs in dit neoliberale tijdperk.
Ingrid
Ingrid
zondag 10 juli 2011
Meten is weten?
Labels:
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
'structureel cooperatief leren',
'zwakke scholen',
Cito,
faalangst,
groepsplannen,
handelingsplannen,
inspectie,
kritiek
woensdag 29 juni 2011
Wat een week!
Nou ja, week! Weken eigenlijk. Vorige week waren de kinderen mega druk. Logisch, want woensdag was het schoolreisje. En blijkbaar moet je daar zenuwachtig voor zijn en druk. Eigenlijk was woensdag wel de leukste dag. Een sportieve survival en daarna gezellig zwemmen. Echt een ontspannen dag. Donderdag studiedag. Zeer vermoeiend! En vrijdag een totaal verregende excursie in het bos met kinderen die er echt geen zin in hadden. Dat was die week.
En dan deze week. Maandag, 28,7 graden in de klas. Twee spellingtoetsen. Kinderen die niet vooruit te branden zijn. Dinsdag nog warmer. Nog meer zeer vermoeide kinderen en juffen. En dan toch maar toetsen, want ja, woensdag moest het klaar. Uitgesteld, want vorige week was het ook niets gedaan met de concentratie. Woensdag, rust, dacht ik. Lekker opgefrist. Verkeerd gedacht. Kinderen doodmoe en vijf meter van het raam vandaan waren ze bomen aan het zagen en vermalen. Niet te geloven! Halverwege de toets maar gestopt. Niet klaar dus. Jammer dan! Geen instructie kunnen geven. Schreeuwend gaat dat toch echt niet zo makkelijk. Aan het einde van de ochtend was er eindelijk rust en stilte! Maar niet in mijn hoofd.
Want toen nog al het andere werk. Evalueren handelingsplannen en groepsplannen (dat laatste nog niet klaar overigens), analyseren rekentoets, maken extra materiaal n.a.v. rekentoets, rapportcijfers berekenen, werkstukken nakijken en naar een voorlichtingsbijeenkomst. Echt, wat een week!
Nog drie weken en twee dagen werken. De hoeveelheid werk die in deze weken nog gedaan moet worden past niet in deze weken. Groepsbespreking n.a.v. cito entreetoets en zesentwintig oudergesprekken daarover, groepsoverdracht van mijn nieuwe groep en groepsoverdracht van mijn huidige groep, afscheidsperikelen groep 8, maken nieuwe handelingsplannen en groepsplannen, rapporten maken, ouderavond over verbetertraject, afscheidsetentje, eindejaarsfeest met de kinderen en ga zo maar door. (Gelukkig ook nog leuke dingen!) En dan geven we ook nog les. Dat zou je bijna vergeten. Aan zeer vermoeide kinderen die minder lijken te weten dan bij de start van het jaar. Zucht! Elk jaar hetzelfde. En elk jaar 'overleef' ik het wel weer, maar vraag me niet hoe!
En dan deze week. Maandag, 28,7 graden in de klas. Twee spellingtoetsen. Kinderen die niet vooruit te branden zijn. Dinsdag nog warmer. Nog meer zeer vermoeide kinderen en juffen. En dan toch maar toetsen, want ja, woensdag moest het klaar. Uitgesteld, want vorige week was het ook niets gedaan met de concentratie. Woensdag, rust, dacht ik. Lekker opgefrist. Verkeerd gedacht. Kinderen doodmoe en vijf meter van het raam vandaan waren ze bomen aan het zagen en vermalen. Niet te geloven! Halverwege de toets maar gestopt. Niet klaar dus. Jammer dan! Geen instructie kunnen geven. Schreeuwend gaat dat toch echt niet zo makkelijk. Aan het einde van de ochtend was er eindelijk rust en stilte! Maar niet in mijn hoofd.
Want toen nog al het andere werk. Evalueren handelingsplannen en groepsplannen (dat laatste nog niet klaar overigens), analyseren rekentoets, maken extra materiaal n.a.v. rekentoets, rapportcijfers berekenen, werkstukken nakijken en naar een voorlichtingsbijeenkomst. Echt, wat een week!
Nog drie weken en twee dagen werken. De hoeveelheid werk die in deze weken nog gedaan moet worden past niet in deze weken. Groepsbespreking n.a.v. cito entreetoets en zesentwintig oudergesprekken daarover, groepsoverdracht van mijn nieuwe groep en groepsoverdracht van mijn huidige groep, afscheidsperikelen groep 8, maken nieuwe handelingsplannen en groepsplannen, rapporten maken, ouderavond over verbetertraject, afscheidsetentje, eindejaarsfeest met de kinderen en ga zo maar door. (Gelukkig ook nog leuke dingen!) En dan geven we ook nog les. Dat zou je bijna vergeten. Aan zeer vermoeide kinderen die minder lijken te weten dan bij de start van het jaar. Zucht! Elk jaar hetzelfde. En elk jaar 'overleef' ik het wel weer, maar vraag me niet hoe!
donderdag 16 juni 2011
Moe
Dat zijn ze, de kinderen. Gewoon moe. Moe van een jaar lang hard werken. Moe van een paar weken cito toetsen. Moe van het laatste, intensieve project. Moe, gewoon moe. Maar ook gezellig. Heel gezellig. Het lijkt wel alsof alles kan. De sfeer is goed. Er is plezier. Juf wordt heerlijk geplaagd. Pennen verdwijnen alsmaar en de grapjes vliegen door de klas. En als laatste wordt er nog hard gewerkt aan een talentenjacht. Wat wil een mens nog meer? Nou, eigenlijk gewoon nog even 5 weken genieten!
Labels:
'ingrid overeem',
basisonderwijs,
kwaliteit,
talenten
zaterdag 28 mei 2011
Recht uit het hart
Vandaag genoten van een artikel in Schooljournaal, getiteld: Hoogleraar Bosman: 'Handelingsplannen? Zonde van de tijd!' Smullen en recht uit het hart. Fijn dat meer mensen er zo over denken en ook mensen die op dergelijke posities zitten!
Labels:
'beter onderwijs',
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
bureaucratie,
inspectie,
kritiek,
kwaliteit
maandag 16 mei 2011
Demotiverend?
Vandaag werd ik weer eens geconfronteerd met demotivatie van leerlingen. Volgens mij zijn wij leerkrachten er goed in om kinderen te demotiveren. Of moet ik er bij zetten: In deze tijd vol analyses, handelingsplannen en prestatiedruk?
Ik heb toch regelmatig het gevoel dat al die extra instructies, de RT en bijles niet bepaald motiverend zijn. Natuurlijk is het zinvol om iets te oefenen dat je nog onvoldoende beheerst. Maar wordt het extra oefenen tot een dwang, waarbij het kind uit het oog wordt verloren, dan vraag ik me toch af of het wel zo zinvol is. Uit onderzoek komt dat kinderen uit het SO niet altijd beter presteren, maar wel dat hun zelfbeeld vele malen beter is. Zijn wij in het reguliere basisonderwijs niet druk bezig om faalangst en een negatief zelfbeeld te kweken? Is onze aanpak niet een bevestiging van het onvermogen van het kind? 'Ik moet ook altijd extra instructie!' Een opmerking van een kind. Hoe zou ik het vinden als ik altijd maar extra instructie zou krijgen? Die ervaring heb ik niet, gelukkig. Het lijkt mij namelijk een enorm stempel drukken op mijn gevoel van eigenwaarde. Telkens weer die bevestiging dat ik het niet goed doe. En helpt het? Er zijn kinderen die nooit hoger dan een vijf zullen halen voor een bepaald vak. Is het voor hun idee zinvol, al die extra uitleg? Als iets zichtbaar helpt, wil ik misschien wel extra geholpen worden. Maar als ik niet het idee heb, dat ik vooruit ga, wat moet ik er dan mee? Wat denk ik dan over mijzelf? En waaro zou ik dan nog mijn best doen?
Ik vraag me af op welke wijze wij ons onderwijs kunnen verbeteren zonder het zelfvertrouwen te ondermijnen van kinderen die de leerstof moeilijker vinden dan gemiddeld. Wat doen wij eigenlijk fout? Waarin moeten wij extra instructie krijgen of een handelingsplan?
Ik heb toch regelmatig het gevoel dat al die extra instructies, de RT en bijles niet bepaald motiverend zijn. Natuurlijk is het zinvol om iets te oefenen dat je nog onvoldoende beheerst. Maar wordt het extra oefenen tot een dwang, waarbij het kind uit het oog wordt verloren, dan vraag ik me toch af of het wel zo zinvol is. Uit onderzoek komt dat kinderen uit het SO niet altijd beter presteren, maar wel dat hun zelfbeeld vele malen beter is. Zijn wij in het reguliere basisonderwijs niet druk bezig om faalangst en een negatief zelfbeeld te kweken? Is onze aanpak niet een bevestiging van het onvermogen van het kind? 'Ik moet ook altijd extra instructie!' Een opmerking van een kind. Hoe zou ik het vinden als ik altijd maar extra instructie zou krijgen? Die ervaring heb ik niet, gelukkig. Het lijkt mij namelijk een enorm stempel drukken op mijn gevoel van eigenwaarde. Telkens weer die bevestiging dat ik het niet goed doe. En helpt het? Er zijn kinderen die nooit hoger dan een vijf zullen halen voor een bepaald vak. Is het voor hun idee zinvol, al die extra uitleg? Als iets zichtbaar helpt, wil ik misschien wel extra geholpen worden. Maar als ik niet het idee heb, dat ik vooruit ga, wat moet ik er dan mee? Wat denk ik dan over mijzelf? En waaro zou ik dan nog mijn best doen?
Ik vraag me af op welke wijze wij ons onderwijs kunnen verbeteren zonder het zelfvertrouwen te ondermijnen van kinderen die de leerstof moeilijker vinden dan gemiddeld. Wat doen wij eigenlijk fout? Waarin moeten wij extra instructie krijgen of een handelingsplan?
Labels:
'beter onderwijs',
'effectief onderwijs',
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
faalangst,
kwaliteit
zondag 15 mei 2011
droomstad
In het kader van de Flevolandse pioniersgedachte wil een projectontwikkelaar samen met kinderen een droomstad ontwikkelen. Leuke gedachte. Of ik mee wilde doen met mijn groep. 'Ja, natuurlijk!' Voor zoiets leuks wil ik in mijn vrije tijd wel extra investeren. Dus doen we mee aan een wedstrijd, samen met drie andere scholen. Wie het mooiste ontwerp maakt, ziet later dit ontwerp terug in de echte stad. De kinderen zijn bijzonder enthousiast. Wat moet er in een stad komen, gericht op het jaar 2030? Duurzaamheid, innovatie, groen en recreatie zijn sleutelwoorden. Creatieve ideeen worden geopperd. Een robotfabriek, zuiveringsinstallatie om afvalwater te herproduceren, een waterdichte glijbaan door een visvijver enz. Ook een standbeeld van een zeearend en stadsrondritten mochten volgens de kinderen niet ontbreken. De zonnepanelen waren ook in de aanbieding. Leuk, erg leuk. Juf geniet, want de kinderen genieten!
Labels:
'Airport Garden City',
'beter onderwijs',
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
basisonderwijs,
Omala
analyses
Bah, de analyses en handelingsplannen komen mij de oren uit. Ik kom werkelijk nauwelijks aan andere dingen toe. De hoogstnoodzakelijke lesvoorbereidingen en het nakijken van toetsen en werkstukken behoren tot de weinige dingen die wel lukken. Daarnaast rol ik van het ene overleg in het andere en van de ene analyse naar de andere. Iets leuks voorbereiden, dingen eens anders doen... Geen tijd. Ja, in mijn eigen tijd. Is dit nog leuk?
De inspecteur is geweest. Gelukkig. We kunnen weer even ademhalen. Dat wel, maar toch...
De inspecteur is geweest. Gelukkig. We kunnen weer even ademhalen. Dat wel, maar toch...
Labels:
'ingrid overeem',
basisonderwijs,
basisschool,
bureaucratie,
goed onderwijs,
handelingsplannen,
inspectie,
werdruk
Abonneren op:
Posts (Atom)