Onlangs las ik op een toilet bij iemand een prachtig verhaal over een vlinder. Een vlinder moet zich ontwikkelen in de cocon en zichzelf door een nauw gaatje naar buiten persen. Je kunt natuurlijk de vlinder een handje helpen en die cocon een stukje open peuteren. Het effect daarvan is echter dat de vlinder onvoldoende ontwikkeld is om dan een werkelijk leven te kunnen leiden. En dat geldt natuurlijk ook voor mensen. Je moet je eigen kracht ontwikkelen om uit te groeien tot een volwaardig persoon. En die kracht krijg je niet met alleen maar voorspoed. Het verhaal is natuurlijk veel mooier dan ik hier vertel, ondersteund met geweldige foto's.
Waarom ik dit hier neerschrijf? Omdat ik een pijnlijke overeenkomst zie met het onderwijs. Krijgen kinderen nog wel de tijd om zich stap voor stap te ontwikkelen? Of worden zij gedwongen eerder uit hun pop te komen? Worden daarmee niet, onbedoeld, dingen stuk gemaakt? Ik hoorde onlangs een IB-er zeggen op de vraag wanneer kinderen leren cijferend te delen 'als ze er aan toe zijn'. Oh? Dus kinderen leren iets als ze er aan toe zijn. Toch fijn dat alle kinderen in Noord-Nederland op 3 september a.s. toe zijn aan leren lezen. En dat alle kinderen in groep 4 toe zijn aan de tafels. En dat alle kinderen na groep 8 toe zijn aan het voortgezet onderwijs. Toch wel heel praktisch.
Zo werkt het dus niet. En toch moet er wel zo gewerkt worden. Kinderen die een andere ontwikkeling doormaken vallen buiten de boot. Dat is niet nieuw. Wat wel nieuw is, is dat het steeds meer dwingend wordt om met de grote stroom mee te gaan. En de grote stroom stelt steeds meer eisen. Kunnen kinderen zich op deze manier nog wel ontpoppen tot wie ze werkelijk zijn? Of produceren we zo met elkaar vleugellame kinderen? Bewust zeg ik 'produceren'. Het lijkt wel alsof het onderwijs producten moet afleveren, op een lopende band in elkaar gezet. Overdreven? Nee, zeker niet. Beangstigend? Ja nogal!
Onderwijsblog van Ingrid Overeem, auteur van 'leerkracht zijn, droom of nachtmerrie?'
Welkom op dit onderwijsblog. Leuk dat je komt kijken. Dit blog is bedoeld voor verhalen die getuigen van werkplezier (in het onderwijs), maar die ook de wrange realiteit tonen van het huidige prestatiegerichte onderwijs in dit neoliberale tijdperk.
Ingrid
Ingrid
zondag 15 juli 2012
ontpoppen
Labels:
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
faalangst,
kritiek,
resultaten,
sociale ontwikkeling
zondag 8 juli 2012
juweeltje
Vorige week had ik een bijzondere ervaring. In het prachtige Limburgse land, alwaar mijn zus woont, was een feestje gaande. Het was geweldig mooi weer, wat de feestvreugde verdubbelde. Mijn wederhelft had voor alle gasten een Indische maaltijd bereid en deze moest opgewarmd worden. Ik vond dat een prachtige taak voor mij. Na een relaxte middag in de tuin, het aaien van de kip, samen met de enig aanwezige junior en het zoeken naar de verstopte hamster, besloot ik dat het tijd werd de boel op te warmen. 'Zal ik je helpen?' Twee prachtige bruine ogen keken mij aan. Het leek mij gezellig. Al babbelend vertrokken wij naar de keuken. Samen hesen we de grote pannen uit de koelkasten. Vol belangstelling werd mijn handelen door junior gevolgd. Er moest nog ergens een blikje tomatenpuree in. 'Mag ik dat doen?' Ik dacht even na over mogelijke onprettige gevolgen voor dit lieve, bijdehandje, maar kon niets bedenken. De jongedame gaf ik opdracht om een kruk te halen, alwaar ze vlot mee terug kwam. Na mijn aanwijzingen begon ze voorzichtig de puree in de pan te doen en te roeren. Concentratie op haar leuke gezichtje. Toen de klus klaar was, ging ze verder met wat duidelijk haar hobby was: praten. Na vijf minuten wist ik precies wat ze de komende zes weken ging doen. Ze had namelijk net vakantie. Eerst twee weken zonder mama op de boot, dan .... Enzovoort. We kletsten gezellig verder, waarbij ik af en toe haar naam noemde. Na een tijdje zei ze dat ik haar naam steeds verkeerd zei. 'Wat dan?' Letter voor letter spelde ze mij haar naam: em, aa, en, oo, nn. Ik kon geen verschil ontdekken met wat ik de hele tijd zei, maar ja, ik heb natuurlijk niet de prachtige Limburgse tongval. Uiteindelijk accepteerde ze maar hoe ik het uitsprak. Al roerend praatten we gezellig door. Ze vertelde me dat ze 6 jaar was, en een half! Vooral die halve scheen erg belangrijk te zijn. Na een tijdje, toen het even stilviel, vroeg ze of ik niet nog wat te praten had. Inwendig moest ik grinniken. Wat een geweldige meid! Nadat we een uurtje samen bezig waren geweest, wist ik meer van haar af dan van de gemiddelde leerling in mijn groep. Dit juweeltje had mij een kijkje gegeven in haar doen en laten. De tijd die we samen hadden, was werkelijk kwaliteitstijd. Als vanzelf kwamen mijn gedachten bij het onderwijs. Hoeveel echte tijd hebben we om werkelijk met kinderen te praten, om hen echt te leren kennen en hen het gevoel te geven dat we belangstelling voor hen hebben en waarderen om wie ze zijn? Dat moet allemaal tussendoor. Eerst gaat het om werken, om resultaten, om die verdraaide cito's. En dan komt pas de tijd voor verdieping in de sociale contacten. Als die tijd al komt. Het lijkt mij compleet de verkeerde volgorde.
Het juweeltje gaf mij bij vertrek en hand en ik wenste haar een fijne vakantie en tot ziens. Haar prachtige bruine ogen keken mij recht aan. 'Tot de volgende keer!'
Het juweeltje gaf mij bij vertrek en hand en ik wenste haar een fijne vakantie en tot ziens. Haar prachtige bruine ogen keken mij recht aan. 'Tot de volgende keer!'
Labels:
'ingrid overeem',
basisonderwijs,
Cito,
kritiek,
kwaliteit,
sociale ontwikkeling
vrijdag 22 juni 2012
Scoren?
Het einde van het schooljaar nadert. Nog vier weken te gaan, voor ons dan. Deze periode is meestal nogal hectisch. Schoolreisjes, schoolkamp, rapporten, musical, laatste groepsbesprekingen en verwijzingen naar andere scholen en dergelijke en niet te vergeten de cito toetsen. De ene toets na de andere krijgen de kinderen om hun oren geslagen. En dan de gespannen gezichten van zowel leerkrachten als kinderen. Wat zijn de resultaten? Ik loop daar, momenteel zonder vaste klas, tussendoor. Luister hier wat, hoor daar wat en kijk vooral wat er gebeurt. Natuurlijk ben ik blij als er goede scores zijn. Natuurlijk ben ik blij als een kind vooruit gaat en helemaal als een klas in z'n geheel laat zien dat er hard is gewerkt met een mooi resultaat. Mijn vraag blijft echter: Zijn de kinderen ook slimmer geworden? Kunnen ze wat ze nu met de cito bijvoorbeeld beter doen, ook beter toepassen in de praktijk? Kan de theorie in de praktijk worden omgezet? Ik hoop het. Met heel mijn hart. Want waar doen we het nou voor? Toch niet alleen om te scoren?
Labels:
'beter onderwijs',
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
Cito,
goed onderwijs,
kritiek,
kwaliteit,
Overeem
woensdag 30 mei 2012
beloond
'He, Ingrid. De dames hebben hun toets voor rekenen goed gemaakt.' Verrast keek ik op. 'Ja, Sanne heeft een 7 en Inge zelfs een 8. Ook de andere twee hebben het prima gedaan. Inge zelfs beter dan heel veel 'ster'kinderen.' Een om mij heen dansende Inge bevestigde haar prachtige rekencijfer. Mijn collega glom van trots, net als de kinderen. En ik? Ik dacht terug aan de RT momenten met deze lieve meiden. Wat hadden ze hard gewerkt! Een gevoel van geluk voelde ik door mij heen stromen. Een dubbele beloning voor mij: Prachtige cijfers en hele blije kinderen. Daar doen we het allemaal voor.
dinsdag 15 mei 2012
genieten
Het is weer cito tijd. Dit keer is groep 7 aan de beurt met de entreetoets. Een draak van een toets. Zo'n 20 taken moeten de kinderen door worstelen; rekenen, studievaardigheden, taal, spelling, begrijpend lezen en wat al niet meer. Voor de eerste toets zijn de kinderen altijd supernerveus. De laatste toets is nauwelijks meer interessant en wordt tussen de bedrijven door eventjes gemaakt. Altijd weer een bijzonder proces.
Deze keer heb ik de eer om in alle rust met de dyslecten de toets te doen. De koffiekamer wordt dagelijks omgetoverd tot toetsruimte. Ieder kind krijgt een royale plek om te zitten en de spulletjes neer te leggen. Heel wat meer rust en ruimte dan een krappe leerlingtafel in een volle klas. Ach ja, dyslexie hebben, moet toch ook wat voordelen hebben, nietwaar?
Vandaag kunnen genieten van de verschillende manieren van werken van de kinderen. Allemaal oprecht bezig om het beste van de toets te maken. Toch zo anders. De een zeer geconcentreerd bezig met de vragen. Teruglezend, zoekend en nog eens nadenkend. De ander al aanstrepend tijdens het voorlezen. Een potlood dat tien keer geslepen wordt en dan toch echt stuk blijkt. Een slimmerik die twee potloden bij zich heeft en er gul een aanbiedt. Een tevreden blik als weer een pittige opgave tot een goed einde is gebracht. Echt genieten om hiernaar te kijken. Volgende week nog een paar dagen. Dan is deze pret voor mij weer voorbij.
Deze keer heb ik de eer om in alle rust met de dyslecten de toets te doen. De koffiekamer wordt dagelijks omgetoverd tot toetsruimte. Ieder kind krijgt een royale plek om te zitten en de spulletjes neer te leggen. Heel wat meer rust en ruimte dan een krappe leerlingtafel in een volle klas. Ach ja, dyslexie hebben, moet toch ook wat voordelen hebben, nietwaar?
Vandaag kunnen genieten van de verschillende manieren van werken van de kinderen. Allemaal oprecht bezig om het beste van de toets te maken. Toch zo anders. De een zeer geconcentreerd bezig met de vragen. Teruglezend, zoekend en nog eens nadenkend. De ander al aanstrepend tijdens het voorlezen. Een potlood dat tien keer geslepen wordt en dan toch echt stuk blijkt. Een slimmerik die twee potloden bij zich heeft en er gul een aanbiedt. Een tevreden blik als weer een pittige opgave tot een goed einde is gebracht. Echt genieten om hiernaar te kijken. Volgende week nog een paar dagen. Dan is deze pret voor mij weer voorbij.
woensdag 9 mei 2012
kleuterfilmpjes
Met verbazing heb ik zonet naar het nieuws gekeken. Nou is daar wel vaker iets verbazingwekkends op, maar vandaag betrof het mijn vakgebied: onderwijs.
Het eerste bijzondere dat ik hoorde was dat er tegenwoordig meer aandacht is voor het spel van kleuters. Kleuters moeten juist meer spelen, omdat dat goed voor hun ontwikkelng is. Dat laatste wist ik al, maar dat er meer tijd werd besteed aan spelen... ? Ik herken dat in ieder geval niet. De buitenspeeltijd van de kleuters is verkort, dit ten gunste van het leren in de klas. In de klassen wordt met een nieuwe 'methodiek' gewerkt. Naar mijn idee komt daar niet bijzonder veel spelen bij aan te pas. Voor spelen is volgens mij juist minder aandacht. Het gaat om presteren. In groep 1 worden de eerste cito's afgenomen en daar wordt hard voor gewerkt en minder door gespeeld.
De tweede verrassing - misschien is verrassing trouwens niet het juiste woord, want ik begin te geloven dat geen middel in onderwijsland te gek is om een doel te bereiken - is het filmen van kleuters tijdens dit al dan niet toegenomen spelen. Dit kan maar een doel hebben: betere prestaties. Waar is men mee bezig? Ik moet de hele tijd denken aan de plofkip van Cupido Oudemeester (zie links). Volgens mij staat hier ook iets te ploffen. Mogen kinderen nog echt spelen? Mogen ze in hun eigen tempo groeien? We hebben net gevierd dat we vrij zijn. Geldt dit niet ook voor kinderen in hun ontwikkeling? Of gelden hier andere regels? Vinden wij dat wij het recht hebben om hen zo te sturen en te kneden totdat ze presteren naar wat zij volgens ons behoren te doen? Het is goed om kinderen te motiveren en te stimuleren. Het is goed om kinderen voor te doen hoe dingen gaan, wat van hen wordt verwacht. Het is goed om kinderen de mogelijkheid te geven om door te leren, door te groeien. Maar gaat dit niet een beetje te ver? Wat vindt de rest van onderwijzend Nederland hiervan?
Het eerste bijzondere dat ik hoorde was dat er tegenwoordig meer aandacht is voor het spel van kleuters. Kleuters moeten juist meer spelen, omdat dat goed voor hun ontwikkelng is. Dat laatste wist ik al, maar dat er meer tijd werd besteed aan spelen... ? Ik herken dat in ieder geval niet. De buitenspeeltijd van de kleuters is verkort, dit ten gunste van het leren in de klas. In de klassen wordt met een nieuwe 'methodiek' gewerkt. Naar mijn idee komt daar niet bijzonder veel spelen bij aan te pas. Voor spelen is volgens mij juist minder aandacht. Het gaat om presteren. In groep 1 worden de eerste cito's afgenomen en daar wordt hard voor gewerkt en minder door gespeeld.
De tweede verrassing - misschien is verrassing trouwens niet het juiste woord, want ik begin te geloven dat geen middel in onderwijsland te gek is om een doel te bereiken - is het filmen van kleuters tijdens dit al dan niet toegenomen spelen. Dit kan maar een doel hebben: betere prestaties. Waar is men mee bezig? Ik moet de hele tijd denken aan de plofkip van Cupido Oudemeester (zie links). Volgens mij staat hier ook iets te ploffen. Mogen kinderen nog echt spelen? Mogen ze in hun eigen tempo groeien? We hebben net gevierd dat we vrij zijn. Geldt dit niet ook voor kinderen in hun ontwikkeling? Of gelden hier andere regels? Vinden wij dat wij het recht hebben om hen zo te sturen en te kneden totdat ze presteren naar wat zij volgens ons behoren te doen? Het is goed om kinderen te motiveren en te stimuleren. Het is goed om kinderen voor te doen hoe dingen gaan, wat van hen wordt verwacht. Het is goed om kinderen de mogelijkheid te geven om door te leren, door te groeien. Maar gaat dit niet een beetje te ver? Wat vindt de rest van onderwijzend Nederland hiervan?
maandag 12 december 2011
Mag het nog leuk zijn?
De laatste tijd bespringt mij vaak de angstaanjagende gedachte dat ik het onderwijs niet meer zo leuk vind. Een gedachte die ik niet prettig vind. Zijn kinderen niet meer leuk? Zeker wel. Is onderwijzen niet leuk? Ook dat moet ik betwisten. Waar ik echter veel moeite mee heb, is de huidige druk die op het onderwijs ligt. Dat zal op de school waar ik werk ongetwijfeld ook te maken hebben met het stempel 'zeer zwak'. Er wordt geknokt om een groene sticker te krijgen. De druk om ons lesgeven te verbeteren is enorm. Ik voel die dagelijks op mij liggen. En ik weet van collega's hetzelfde. Het is niet erg om hard te werken. Het is niet erg om op een andere manier te werken. Het is wel erg om geen tijd voor kinderen te hebben. Vreemd he, deze opmerking. En toch is dit wel heel waar, voor mij. Er moet zoveel gedaan worden. De ene instructie volgt de andere op. Het ene plan na het andere moet geschreven worden. Tijd om even met een kind te praten, heb ik niet of nauwelijks. Dat was voor de rode stempel ook al moeilijk. Eerlijk is eerlijk. Maar het is er zeker niet beter op geworden. De hete adem van de inspectie voel ik in mijn nek. Niet dat ik de hele dag aan de inspectie denk hoor. Gelukkig niet. Maar er wordt zoveel verwacht! Mijn tijd is gevuld van half acht tot zes uur. En thuis worden ook nog de nodige uren aan werken besteed. Pauze? Hmm, een hapje eten en ondertussen praten over werk, werk, werk. Leuk? Nee. Helemaal niet. De kinderen zijn leuk. Het gebrek aan tijd voor werkelijke aandacht voor kinderen vind ik toch wel heel triest. En dat is volgens mij echt niet alleen door ons rode stempel. Het is iets van de hele samenleving. We moeten presteren. We moeten meedoen. We moeten beter en meer. Het gaat niet meer om iets waardevols, de ontwikkeling van de kinderen. Het lijkt wel alsof het om een product gaat dat afgeleverd moet worden. Ik krijg de neiging om te roepen: Het zijn geen robots hoor, in mijn klas!
Onlangs hoorde ik dat het op de Pabo niet meer draait om het werken met kinderen. Dat moet volgens een docent uit Utrecht niet meer de motivatie zijn om voor de Pabo te kiezen. Het gaat om het vak. Eerlijk gezegd begrijp ik dit niet helemaal. Is een school niet meer bedoeld voor de ontwikkeling van kinderen?
Zo'n opmerking zet mij opnieuw aan het denken. Mag het dan niet meer leuk zijn, dat lesgeven? Zijn we dan met z'n allen gek aan het worden of zo? Wat ik zeker weet is dat ik dit niet leuk vind. Hoe keren we echter het tij?
Onlangs hoorde ik dat het op de Pabo niet meer draait om het werken met kinderen. Dat moet volgens een docent uit Utrecht niet meer de motivatie zijn om voor de Pabo te kiezen. Het gaat om het vak. Eerlijk gezegd begrijp ik dit niet helemaal. Is een school niet meer bedoeld voor de ontwikkeling van kinderen?
Zo'n opmerking zet mij opnieuw aan het denken. Mag het dan niet meer leuk zijn, dat lesgeven? Zijn we dan met z'n allen gek aan het worden of zo? Wat ik zeker weet is dat ik dit niet leuk vind. Hoe keren we echter het tij?
Labels:
'beter onderwijs',
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
inspectie,
kritiek,
kwaliteit,
werdruk
dinsdag 1 november 2011
het knaagt
Nee, dit is geen spreekbeurt over de hamster. En ook niet over het konijn. Het is iets dat in mij opkomt na het inspectiebezoek. Wat er dan knaagt? De gedachte dat wat de inspectie verwacht onmogelijk. Het afgelopen jaar is er keihard gewerkt. En de afgelopen maanden hebben we ons als team helemaal te pletter gewerkt. Het ene groepsplan na het andere, de ene analyse na de andere. Document zus, document zo. Uren heb ik achter die stomme computer geplakt gezeten. Gisteravond nog. Vanochtend nog. Afgelopen weekend in de auto. Vriend achter het stuur, ikke werken. Bezoekje gebracht. 'Mag ik even een mailtje versturen?' Weer in de auto. Weer werken. Volgend bezoekje. 'Mag ik even naar mijn email kijken?' En zo weer naar huis. De weken daarvoor nauwelijks 's avonds vrij geweest. Geen schrift nagekeken. Geen observatie kunnen doen. Is dit dan wat de inspectie wil? Nee, de inspectie wil alles. En observaties, en nagekeken werk en rust in de groep en controle en instructie, instructie, instructie en al die verdraaide plannen. Dat moet ten koste van iets gaan, dat en en. In mijn geval gaat dat ten koste van mij. Ik ben kapot. En mijn collega's? Ik kan niet voor hen spreken, maar zie de moeheid. Is dit de bedoeling? Die vraag blijft toch echt aan mij knagen.
Labels:
'effectief onderwijs',
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
'zwakke scholen',
inspectie,
kritiek,
werdruk
woensdag 5 oktober 2011
Lesgeven met je hart
Het lijkt alsof er geen vakantie bestaan heeft. Geen zes weken 'kinderloos'. Lesgeven is alweer als een oude, bekende jas. Ook de kinderen beginnen 'te voelen' als 'van mij'. Dat is altijd een dubbel gevoel. De kinderen die aan mij zijn toevertrouwd, sluit ik in mijn hart. Hoe moeilijk of dwars, hoe grappig of lastig ze ook zijn, ze worden een deel van mij. En dan komt het: in de klas. Daarbuiten houdt mijn invloed op. Mijn gevoel echter niet.
Lesgeven doe je met je hart, maar de tijd is zo kort!
Lesgeven doe je met je hart, maar de tijd is zo kort!
woensdag 20 juli 2011
zoveel dagen
Nog nooit heeft een laatste schoolweek zoveel dagen gehad. Er lijkt wel geen einde aan te komen. Nu nog twee, lange, zware dagen. Hoe kom ik ze door????
donderdag 14 juli 2011
Hoeveel oververmoeide leerkrachten gaan er in een liter?
Beetje flauwe vraag misschien, maar de moeheid giert op school rond. Holle ogen, dikke wallen, langzame tred. Overigens niet alleen bij de leerkrachten. De kinderen kun je 's ochtends ook nog wel een bed geven in plaats van een rekenles. En dan moeten we nog een week en morgen ook nog, niet te vergeten!!!
Wie heeft die vakantiespreiding bedacht? Een twee weken langer schooljaar is echt niet prettig!
En helemaal niet als je op het laatst nog zo belachelijk veel moet doen. Of we woensdag maar even onze zorgmap klaar willen hebben voor de overdracht. Natuurlijk snap ik dat de zorgmap klaar moet. Maar wanneer moet ik dat in vredesnaam gaan doen? Deze week toch al wel een uurtje of 35 gewerkt, terwijl ik nog maar drie dagen gewerkt zou moeten hebben. Iets klopt er niet. De enige troost is dat iedereen op school in hetzelfde schuitje zit. Wel een schrale troost overigens...
Beetje flauwe vraag misschien, maar de moeheid giert op school rond. Holle ogen, dikke wallen, langzame tred. Overigens niet alleen bij de leerkrachten. De kinderen kun je 's ochtends ook nog wel een bed geven in plaats van een rekenles. En dan moeten we nog een week en morgen ook nog, niet te vergeten!!!
Wie heeft die vakantiespreiding bedacht? Een twee weken langer schooljaar is echt niet prettig!
En helemaal niet als je op het laatst nog zo belachelijk veel moet doen. Of we woensdag maar even onze zorgmap klaar willen hebben voor de overdracht. Natuurlijk snap ik dat de zorgmap klaar moet. Maar wanneer moet ik dat in vredesnaam gaan doen? Deze week toch al wel een uurtje of 35 gewerkt, terwijl ik nog maar drie dagen gewerkt zou moeten hebben. Iets klopt er niet. De enige troost is dat iedereen op school in hetzelfde schuitje zit. Wel een schrale troost overigens...
zondag 10 juli 2011
Meten is weten?
Sinds de school waar ik werk een zeer zwakke school is geworden, worden we met elkaar bedolven onder administratieve zaken. De directie en IB-er werken zich een slag in de rondte en hebben volgens mij sinds een jaar een zevendaagse werkweek van toch wel zo'n uurtje of 12 per dag. Hoe lang ze dat kunnen volhouden? Het nieuwe schoolplan moest ook nog eens klaar en daarnaast alle formulieren, plannen, analyses en ga zo maar door voor de inspectie. Als leerkracht heb ik gelukkig alleen te maken met mijn eigen groep. Werk genoeg. In de laatste weken heb ik alle handelingsplannen moeten evalueren, een nieuw handelingsplan gemaakt voor een bepaalde leerling, de groepsplannen geevalueerd, cito resultaten ingevoerd en analyses daarvan gemaakt. En voor het geval dat niet duidelijk was, ook nog gewoon lesgegeven! Analyses gemaakt van mijn manier van werken en de positieve of negatieve gevolgen daarvan en dan ook nog de gewone rapporten, groepsbespreking en deze week 26 oudergesprekken n.a.v. de resultaten van de cito entree toets. Dat is niet mis.
Over al die administratieve rompslomp wil ik twee opmerkingen maken. De eerste is dat het gigantisch veel tijd kost en de tweede is dat het in sommige gevallen wel zinvol is om te doen. Aan mij wordt echter niet gevraagd een analyse te maken van het maken van analyses en het nut er van. Toch interessant om wel te doen.
Als ik de voors en tegens op een rij zet, dan weet ik zo net nog niet of het maken van al die analyses en handelingsplannen wel zo effectief is.
Tegens:
1. Het kost veel tijd.
2. Op papier staat het mooi, maar de praktijk is toch anders.
3. Kinderen zijn geen producten die je kunt kneden in een vorm en met wat extra inzet dus kunt kneden tot een goed product.
4. Als ik mijn tijd kan besteden aan een goede voorbereiding, werkelijk nakijken en goed lesgeven, weet ik waarschijnlijk meer van het niveau en de ondersteuningsbehoefte van de kinderen dan door al die administratieve rompslomp die er nu is.
5. Kinderen die 'minder sterk' zijn op een bepaald gebied of in sommige gevallen op veel gebieden, worden niet gelukkiger van al die extra instructiegroepen en niveaugroepen. Hun gevoel van zekerheid wordt daardoor ondermijnd.
6. Is er onderzoek gedaan naar het nut van het maken van al deze analyses in vergelijking met Cooperatief Leren?
Voors:
1. Op papier is duidelijk waar aan is gewerkt en gaat worden gewerkt.
2. Op papier is duidelijk waarom iets wel/ niet heeft gewerkt.
Meten is weten, zegt men. En men is dan iedereen die vindt wat in de melk te brokkelen te hebben. Ik vraag me echter af wat je weet door te meten?
In mijn groep doet het volgende zich voor:
In mei is de cito entreetoets gedaan. Eind juni zijn er nog twee 'gewone' cito spellingtoetsen gedaan. De resultaten van deze toetsen komen in een aantal gevallen helemaal niet met elkaar overeen. In een enkel geval scheelt het zelfs twee niveaus. In de meeste gevallen een aantal punten op de vaardigheidsscore, waarbij opgemerkt moet worden dat de toetsen in juni beter zijn gemaakt dan de entreetoets. Welke score geeft nou het juiste beeld? Welke toets meet nu wat? Wat weet ik nu? Wat kan ik nu werkelijk met deze gegevens? Duurt de entreetoets te lang, waardoor kinderen er niet meer volledig voor gaan? Is de manier van vragen van de entreetoets moeilijker? Zijn er te weinig categorieen aan bod geweest? Waren de voorwaarden toen minder gunstig (Lijkt me sterk, want eind juni tijdens de toetsen was het 30 graden!)?
Ik weet niet wat ik met deze gegevens moet.
Dan nog een andere 'meten is weten'. Voor lezen worden de kinderen op drie manieren getoetst. Allereerst via het wel bekende AVI systeem. Daarbij moeten kinderen een tekst in een bepaalde tijd lezen, met zo min mogelijk fouten. Dit lijkt mij een heel mooi, reeel beeld opleveren van de leeskwaliteit en het leestempo van de kinderen.
Dan is er een DMT toets. Deze toets bestaat uit het zo snel mogelijk lezen van rijtjes woorden, in drie minuten. Wanneer in ons 'normale' leven moeten wij woordrijtjes lezen? Wat meet deze toets en wat heeft deze meting te maken met de praktijk van alle dag?
En als laatste hebben we de leestempotoets. Een toets waarbij kinderen een verhaal moeten lezen. In dat verhaal staan telkens drie woorden met een schuine streep ertussen. Twee van die woorden zijn fout. De goede moet aangestreept worden. Wat meet deze toets? De vaardigheid in goed puzzelen? Scherp woordbeeld? Ik heb geen idee. Het enige voordeel van deze toets ligt op organisatorisch vlak. Met de hele klas kan dit tegelijk gemaakt worden. Dat de leerkracht dan vervolgens een dik uur bezig is met nakijken ...
Op deze drie toetsen wordt heel gevarieerd gescoord. Een kind die door alle AVI niveaus heen is, kan toch een D (onvoldoende) scoren voor de DMT toets. De leestempo toets wordt over het geheel genomen slechter gemaakt dan de DMT toets. Maar, dat moet ik er bij zeggen, op het lezen van woordjes is geoefend. De vraag die bij mij opkomt is of kinderen die die woordrijtjes hebben geoefend, werkelijk beter kunnen lezen. Ik durf dat toch ernstig te betwijfelen.
Waar zijn we met elkaar mee bezig? Ik begrijp dat onze school bezig is om uit de rode cijfers te komen, voor wat betreft het inspectieoordeel. Alle begrip! Met blijvende rode cijfers kunnen we de school uiteindelijk sluiten. Dat lijkt me niet iets wat we willen. Maar toch vraag ik mij af waar onderwijzend Nederland mee bezig is. Is er wel eens een analyse gemaakt, een werkelijke analyse, waarom het onderwijs volgens de overheid niet goed genoeg scoort? Is er wel eens gekeken naar alle achterliggende veranderingen die het onderwijs heeft doorgemaakt? De bezuinigingen als WSNS en Passend Onderwijs? De enorme werkvermeerdering voor leerkrachten en directies, zonder dat aan de voorwaarden om die uit te kunnen voeren wordt voldaan? Vraagt niemand zich af of ik al die extra dingen wel rond kan krijgen in de tijd die er voor staat? Of de dingen die een directeur allemaal uit moet voeren? 'Men' in ieder geval niet.
Het gaat bij 'men' alleen maar om het passend maken van het financiele plaatje en de controle of er goed wordt gescoord. Hoe een school dat met het beperkte budget en de beperkte middelen moet doen, is geen onderwerp van zorg en aandacht.
Volgens mij gaat het onderwijs op deze manier alleen nog maar meer achteruit. Leerkrachten werken zich kapot. En wat krijgen ze er voor terug? Nauwelijks voldoening uit het werken in de klas, want er is geen werkelijke tijd om aandacht aan kinderen te besteden. En juist die aandacht maakt het vak boeiend, inspirerend en energiegevend. De hele dag zit volgepropt met instructies en nog eens instructies. Als ik een gesprek met een kind wil voeren, moet dat na schooltijd. En wanneer heb ik na schooltijd eigenlijk tijd daarvoor? Drie van de vier dagen niet eerlijk gezegd. Vergadering zus, bespreking zo, analyse dit en activiteit dat. Sorry kind, maar volgende week gaat het misschien wel lukken. Of misschien ook niet... Is dit wat wij willen? Ik niet in ieder geval!
Wat dan wel een oplossing is? Weg al die plannen. Terug naar werkelijke aandacht voor het kind. Niet doen alsof we individueel onderwijs kunnen geven. Gewoon, klassikale instructie met hier en daar een uitvlieger naar boven. Maar bovenal veel samenwerkend leren. Heel veel. Dat is bewezen effectief voor het niveau van presteren. Zorgt voor een verbetering in het groepsklimaat, activeert kinderen, motiveert kinderen en zorgt voor meer zelfvertrouwen.
Volgens mij moet de spreuk niet zijn 'meten is weten', maar 'samenwerken is leren'.
Over al die administratieve rompslomp wil ik twee opmerkingen maken. De eerste is dat het gigantisch veel tijd kost en de tweede is dat het in sommige gevallen wel zinvol is om te doen. Aan mij wordt echter niet gevraagd een analyse te maken van het maken van analyses en het nut er van. Toch interessant om wel te doen.
Als ik de voors en tegens op een rij zet, dan weet ik zo net nog niet of het maken van al die analyses en handelingsplannen wel zo effectief is.
Tegens:
1. Het kost veel tijd.
2. Op papier staat het mooi, maar de praktijk is toch anders.
3. Kinderen zijn geen producten die je kunt kneden in een vorm en met wat extra inzet dus kunt kneden tot een goed product.
4. Als ik mijn tijd kan besteden aan een goede voorbereiding, werkelijk nakijken en goed lesgeven, weet ik waarschijnlijk meer van het niveau en de ondersteuningsbehoefte van de kinderen dan door al die administratieve rompslomp die er nu is.
5. Kinderen die 'minder sterk' zijn op een bepaald gebied of in sommige gevallen op veel gebieden, worden niet gelukkiger van al die extra instructiegroepen en niveaugroepen. Hun gevoel van zekerheid wordt daardoor ondermijnd.
6. Is er onderzoek gedaan naar het nut van het maken van al deze analyses in vergelijking met Cooperatief Leren?
Voors:
1. Op papier is duidelijk waar aan is gewerkt en gaat worden gewerkt.
2. Op papier is duidelijk waarom iets wel/ niet heeft gewerkt.
Meten is weten, zegt men. En men is dan iedereen die vindt wat in de melk te brokkelen te hebben. Ik vraag me echter af wat je weet door te meten?
In mijn groep doet het volgende zich voor:
In mei is de cito entreetoets gedaan. Eind juni zijn er nog twee 'gewone' cito spellingtoetsen gedaan. De resultaten van deze toetsen komen in een aantal gevallen helemaal niet met elkaar overeen. In een enkel geval scheelt het zelfs twee niveaus. In de meeste gevallen een aantal punten op de vaardigheidsscore, waarbij opgemerkt moet worden dat de toetsen in juni beter zijn gemaakt dan de entreetoets. Welke score geeft nou het juiste beeld? Welke toets meet nu wat? Wat weet ik nu? Wat kan ik nu werkelijk met deze gegevens? Duurt de entreetoets te lang, waardoor kinderen er niet meer volledig voor gaan? Is de manier van vragen van de entreetoets moeilijker? Zijn er te weinig categorieen aan bod geweest? Waren de voorwaarden toen minder gunstig (Lijkt me sterk, want eind juni tijdens de toetsen was het 30 graden!)?
Ik weet niet wat ik met deze gegevens moet.
Dan nog een andere 'meten is weten'. Voor lezen worden de kinderen op drie manieren getoetst. Allereerst via het wel bekende AVI systeem. Daarbij moeten kinderen een tekst in een bepaalde tijd lezen, met zo min mogelijk fouten. Dit lijkt mij een heel mooi, reeel beeld opleveren van de leeskwaliteit en het leestempo van de kinderen.
Dan is er een DMT toets. Deze toets bestaat uit het zo snel mogelijk lezen van rijtjes woorden, in drie minuten. Wanneer in ons 'normale' leven moeten wij woordrijtjes lezen? Wat meet deze toets en wat heeft deze meting te maken met de praktijk van alle dag?
En als laatste hebben we de leestempotoets. Een toets waarbij kinderen een verhaal moeten lezen. In dat verhaal staan telkens drie woorden met een schuine streep ertussen. Twee van die woorden zijn fout. De goede moet aangestreept worden. Wat meet deze toets? De vaardigheid in goed puzzelen? Scherp woordbeeld? Ik heb geen idee. Het enige voordeel van deze toets ligt op organisatorisch vlak. Met de hele klas kan dit tegelijk gemaakt worden. Dat de leerkracht dan vervolgens een dik uur bezig is met nakijken ...
Op deze drie toetsen wordt heel gevarieerd gescoord. Een kind die door alle AVI niveaus heen is, kan toch een D (onvoldoende) scoren voor de DMT toets. De leestempo toets wordt over het geheel genomen slechter gemaakt dan de DMT toets. Maar, dat moet ik er bij zeggen, op het lezen van woordjes is geoefend. De vraag die bij mij opkomt is of kinderen die die woordrijtjes hebben geoefend, werkelijk beter kunnen lezen. Ik durf dat toch ernstig te betwijfelen.
Waar zijn we met elkaar mee bezig? Ik begrijp dat onze school bezig is om uit de rode cijfers te komen, voor wat betreft het inspectieoordeel. Alle begrip! Met blijvende rode cijfers kunnen we de school uiteindelijk sluiten. Dat lijkt me niet iets wat we willen. Maar toch vraag ik mij af waar onderwijzend Nederland mee bezig is. Is er wel eens een analyse gemaakt, een werkelijke analyse, waarom het onderwijs volgens de overheid niet goed genoeg scoort? Is er wel eens gekeken naar alle achterliggende veranderingen die het onderwijs heeft doorgemaakt? De bezuinigingen als WSNS en Passend Onderwijs? De enorme werkvermeerdering voor leerkrachten en directies, zonder dat aan de voorwaarden om die uit te kunnen voeren wordt voldaan? Vraagt niemand zich af of ik al die extra dingen wel rond kan krijgen in de tijd die er voor staat? Of de dingen die een directeur allemaal uit moet voeren? 'Men' in ieder geval niet.
Het gaat bij 'men' alleen maar om het passend maken van het financiele plaatje en de controle of er goed wordt gescoord. Hoe een school dat met het beperkte budget en de beperkte middelen moet doen, is geen onderwerp van zorg en aandacht.
Volgens mij gaat het onderwijs op deze manier alleen nog maar meer achteruit. Leerkrachten werken zich kapot. En wat krijgen ze er voor terug? Nauwelijks voldoening uit het werken in de klas, want er is geen werkelijke tijd om aandacht aan kinderen te besteden. En juist die aandacht maakt het vak boeiend, inspirerend en energiegevend. De hele dag zit volgepropt met instructies en nog eens instructies. Als ik een gesprek met een kind wil voeren, moet dat na schooltijd. En wanneer heb ik na schooltijd eigenlijk tijd daarvoor? Drie van de vier dagen niet eerlijk gezegd. Vergadering zus, bespreking zo, analyse dit en activiteit dat. Sorry kind, maar volgende week gaat het misschien wel lukken. Of misschien ook niet... Is dit wat wij willen? Ik niet in ieder geval!
Wat dan wel een oplossing is? Weg al die plannen. Terug naar werkelijke aandacht voor het kind. Niet doen alsof we individueel onderwijs kunnen geven. Gewoon, klassikale instructie met hier en daar een uitvlieger naar boven. Maar bovenal veel samenwerkend leren. Heel veel. Dat is bewezen effectief voor het niveau van presteren. Zorgt voor een verbetering in het groepsklimaat, activeert kinderen, motiveert kinderen en zorgt voor meer zelfvertrouwen.
Volgens mij moet de spreuk niet zijn 'meten is weten', maar 'samenwerken is leren'.
Labels:
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
'structureel cooperatief leren',
'zwakke scholen',
Cito,
faalangst,
groepsplannen,
handelingsplannen,
inspectie,
kritiek
woensdag 29 juni 2011
Wat een week!
Nou ja, week! Weken eigenlijk. Vorige week waren de kinderen mega druk. Logisch, want woensdag was het schoolreisje. En blijkbaar moet je daar zenuwachtig voor zijn en druk. Eigenlijk was woensdag wel de leukste dag. Een sportieve survival en daarna gezellig zwemmen. Echt een ontspannen dag. Donderdag studiedag. Zeer vermoeiend! En vrijdag een totaal verregende excursie in het bos met kinderen die er echt geen zin in hadden. Dat was die week.
En dan deze week. Maandag, 28,7 graden in de klas. Twee spellingtoetsen. Kinderen die niet vooruit te branden zijn. Dinsdag nog warmer. Nog meer zeer vermoeide kinderen en juffen. En dan toch maar toetsen, want ja, woensdag moest het klaar. Uitgesteld, want vorige week was het ook niets gedaan met de concentratie. Woensdag, rust, dacht ik. Lekker opgefrist. Verkeerd gedacht. Kinderen doodmoe en vijf meter van het raam vandaan waren ze bomen aan het zagen en vermalen. Niet te geloven! Halverwege de toets maar gestopt. Niet klaar dus. Jammer dan! Geen instructie kunnen geven. Schreeuwend gaat dat toch echt niet zo makkelijk. Aan het einde van de ochtend was er eindelijk rust en stilte! Maar niet in mijn hoofd.
Want toen nog al het andere werk. Evalueren handelingsplannen en groepsplannen (dat laatste nog niet klaar overigens), analyseren rekentoets, maken extra materiaal n.a.v. rekentoets, rapportcijfers berekenen, werkstukken nakijken en naar een voorlichtingsbijeenkomst. Echt, wat een week!
Nog drie weken en twee dagen werken. De hoeveelheid werk die in deze weken nog gedaan moet worden past niet in deze weken. Groepsbespreking n.a.v. cito entreetoets en zesentwintig oudergesprekken daarover, groepsoverdracht van mijn nieuwe groep en groepsoverdracht van mijn huidige groep, afscheidsperikelen groep 8, maken nieuwe handelingsplannen en groepsplannen, rapporten maken, ouderavond over verbetertraject, afscheidsetentje, eindejaarsfeest met de kinderen en ga zo maar door. (Gelukkig ook nog leuke dingen!) En dan geven we ook nog les. Dat zou je bijna vergeten. Aan zeer vermoeide kinderen die minder lijken te weten dan bij de start van het jaar. Zucht! Elk jaar hetzelfde. En elk jaar 'overleef' ik het wel weer, maar vraag me niet hoe!
En dan deze week. Maandag, 28,7 graden in de klas. Twee spellingtoetsen. Kinderen die niet vooruit te branden zijn. Dinsdag nog warmer. Nog meer zeer vermoeide kinderen en juffen. En dan toch maar toetsen, want ja, woensdag moest het klaar. Uitgesteld, want vorige week was het ook niets gedaan met de concentratie. Woensdag, rust, dacht ik. Lekker opgefrist. Verkeerd gedacht. Kinderen doodmoe en vijf meter van het raam vandaan waren ze bomen aan het zagen en vermalen. Niet te geloven! Halverwege de toets maar gestopt. Niet klaar dus. Jammer dan! Geen instructie kunnen geven. Schreeuwend gaat dat toch echt niet zo makkelijk. Aan het einde van de ochtend was er eindelijk rust en stilte! Maar niet in mijn hoofd.
Want toen nog al het andere werk. Evalueren handelingsplannen en groepsplannen (dat laatste nog niet klaar overigens), analyseren rekentoets, maken extra materiaal n.a.v. rekentoets, rapportcijfers berekenen, werkstukken nakijken en naar een voorlichtingsbijeenkomst. Echt, wat een week!
Nog drie weken en twee dagen werken. De hoeveelheid werk die in deze weken nog gedaan moet worden past niet in deze weken. Groepsbespreking n.a.v. cito entreetoets en zesentwintig oudergesprekken daarover, groepsoverdracht van mijn nieuwe groep en groepsoverdracht van mijn huidige groep, afscheidsperikelen groep 8, maken nieuwe handelingsplannen en groepsplannen, rapporten maken, ouderavond over verbetertraject, afscheidsetentje, eindejaarsfeest met de kinderen en ga zo maar door. (Gelukkig ook nog leuke dingen!) En dan geven we ook nog les. Dat zou je bijna vergeten. Aan zeer vermoeide kinderen die minder lijken te weten dan bij de start van het jaar. Zucht! Elk jaar hetzelfde. En elk jaar 'overleef' ik het wel weer, maar vraag me niet hoe!
donderdag 16 juni 2011
Moe
Dat zijn ze, de kinderen. Gewoon moe. Moe van een jaar lang hard werken. Moe van een paar weken cito toetsen. Moe van het laatste, intensieve project. Moe, gewoon moe. Maar ook gezellig. Heel gezellig. Het lijkt wel alsof alles kan. De sfeer is goed. Er is plezier. Juf wordt heerlijk geplaagd. Pennen verdwijnen alsmaar en de grapjes vliegen door de klas. En als laatste wordt er nog hard gewerkt aan een talentenjacht. Wat wil een mens nog meer? Nou, eigenlijk gewoon nog even 5 weken genieten!
Labels:
'ingrid overeem',
basisonderwijs,
kwaliteit,
talenten
zaterdag 28 mei 2011
Recht uit het hart
Vandaag genoten van een artikel in Schooljournaal, getiteld: Hoogleraar Bosman: 'Handelingsplannen? Zonde van de tijd!' Smullen en recht uit het hart. Fijn dat meer mensen er zo over denken en ook mensen die op dergelijke posities zitten!
Labels:
'beter onderwijs',
'effectief onderwijs',
'ingrid overeem',
bureaucratie,
inspectie,
kritiek,
kwaliteit
maandag 16 mei 2011
Demotiverend?
Vandaag werd ik weer eens geconfronteerd met demotivatie van leerlingen. Volgens mij zijn wij leerkrachten er goed in om kinderen te demotiveren. Of moet ik er bij zetten: In deze tijd vol analyses, handelingsplannen en prestatiedruk?
Ik heb toch regelmatig het gevoel dat al die extra instructies, de RT en bijles niet bepaald motiverend zijn. Natuurlijk is het zinvol om iets te oefenen dat je nog onvoldoende beheerst. Maar wordt het extra oefenen tot een dwang, waarbij het kind uit het oog wordt verloren, dan vraag ik me toch af of het wel zo zinvol is. Uit onderzoek komt dat kinderen uit het SO niet altijd beter presteren, maar wel dat hun zelfbeeld vele malen beter is. Zijn wij in het reguliere basisonderwijs niet druk bezig om faalangst en een negatief zelfbeeld te kweken? Is onze aanpak niet een bevestiging van het onvermogen van het kind? 'Ik moet ook altijd extra instructie!' Een opmerking van een kind. Hoe zou ik het vinden als ik altijd maar extra instructie zou krijgen? Die ervaring heb ik niet, gelukkig. Het lijkt mij namelijk een enorm stempel drukken op mijn gevoel van eigenwaarde. Telkens weer die bevestiging dat ik het niet goed doe. En helpt het? Er zijn kinderen die nooit hoger dan een vijf zullen halen voor een bepaald vak. Is het voor hun idee zinvol, al die extra uitleg? Als iets zichtbaar helpt, wil ik misschien wel extra geholpen worden. Maar als ik niet het idee heb, dat ik vooruit ga, wat moet ik er dan mee? Wat denk ik dan over mijzelf? En waaro zou ik dan nog mijn best doen?
Ik vraag me af op welke wijze wij ons onderwijs kunnen verbeteren zonder het zelfvertrouwen te ondermijnen van kinderen die de leerstof moeilijker vinden dan gemiddeld. Wat doen wij eigenlijk fout? Waarin moeten wij extra instructie krijgen of een handelingsplan?
Ik heb toch regelmatig het gevoel dat al die extra instructies, de RT en bijles niet bepaald motiverend zijn. Natuurlijk is het zinvol om iets te oefenen dat je nog onvoldoende beheerst. Maar wordt het extra oefenen tot een dwang, waarbij het kind uit het oog wordt verloren, dan vraag ik me toch af of het wel zo zinvol is. Uit onderzoek komt dat kinderen uit het SO niet altijd beter presteren, maar wel dat hun zelfbeeld vele malen beter is. Zijn wij in het reguliere basisonderwijs niet druk bezig om faalangst en een negatief zelfbeeld te kweken? Is onze aanpak niet een bevestiging van het onvermogen van het kind? 'Ik moet ook altijd extra instructie!' Een opmerking van een kind. Hoe zou ik het vinden als ik altijd maar extra instructie zou krijgen? Die ervaring heb ik niet, gelukkig. Het lijkt mij namelijk een enorm stempel drukken op mijn gevoel van eigenwaarde. Telkens weer die bevestiging dat ik het niet goed doe. En helpt het? Er zijn kinderen die nooit hoger dan een vijf zullen halen voor een bepaald vak. Is het voor hun idee zinvol, al die extra uitleg? Als iets zichtbaar helpt, wil ik misschien wel extra geholpen worden. Maar als ik niet het idee heb, dat ik vooruit ga, wat moet ik er dan mee? Wat denk ik dan over mijzelf? En waaro zou ik dan nog mijn best doen?
Ik vraag me af op welke wijze wij ons onderwijs kunnen verbeteren zonder het zelfvertrouwen te ondermijnen van kinderen die de leerstof moeilijker vinden dan gemiddeld. Wat doen wij eigenlijk fout? Waarin moeten wij extra instructie krijgen of een handelingsplan?
Labels:
'beter onderwijs',
'effectief onderwijs',
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
faalangst,
kwaliteit
zondag 15 mei 2011
droomstad
In het kader van de Flevolandse pioniersgedachte wil een projectontwikkelaar samen met kinderen een droomstad ontwikkelen. Leuke gedachte. Of ik mee wilde doen met mijn groep. 'Ja, natuurlijk!' Voor zoiets leuks wil ik in mijn vrije tijd wel extra investeren. Dus doen we mee aan een wedstrijd, samen met drie andere scholen. Wie het mooiste ontwerp maakt, ziet later dit ontwerp terug in de echte stad. De kinderen zijn bijzonder enthousiast. Wat moet er in een stad komen, gericht op het jaar 2030? Duurzaamheid, innovatie, groen en recreatie zijn sleutelwoorden. Creatieve ideeen worden geopperd. Een robotfabriek, zuiveringsinstallatie om afvalwater te herproduceren, een waterdichte glijbaan door een visvijver enz. Ook een standbeeld van een zeearend en stadsrondritten mochten volgens de kinderen niet ontbreken. De zonnepanelen waren ook in de aanbieding. Leuk, erg leuk. Juf geniet, want de kinderen genieten!
Labels:
'Airport Garden City',
'beter onderwijs',
'goed onderwijs',
'ingrid overeem',
basisonderwijs,
Omala
analyses
Bah, de analyses en handelingsplannen komen mij de oren uit. Ik kom werkelijk nauwelijks aan andere dingen toe. De hoogstnoodzakelijke lesvoorbereidingen en het nakijken van toetsen en werkstukken behoren tot de weinige dingen die wel lukken. Daarnaast rol ik van het ene overleg in het andere en van de ene analyse naar de andere. Iets leuks voorbereiden, dingen eens anders doen... Geen tijd. Ja, in mijn eigen tijd. Is dit nog leuk?
De inspecteur is geweest. Gelukkig. We kunnen weer even ademhalen. Dat wel, maar toch...
De inspecteur is geweest. Gelukkig. We kunnen weer even ademhalen. Dat wel, maar toch...
Labels:
'ingrid overeem',
basisonderwijs,
basisschool,
bureaucratie,
goed onderwijs,
handelingsplannen,
inspectie,
werdruk
dinsdag 26 april 2011
afstemmen en Human Dynamics
In het kader van het verbeteren van onze Directe Instructie kreeg het hele team de opdracht een instructie te verzorgen voor drie teamgenoten, onderwerp: iets dat je interesseert. Mijn keuze was snel gemaakt. Ik ben verzot op de theorie van Human Dynamics. Nadat ik de schok had verwerkt tijdens de module HD dat deze theorie nauwelijks evidence based is, heb ik intens genoten van het herkennen en erkennen van mijzelf en mijn zijn en het accepteren en waarderen van het zijn van anderen. Of de theorie nou echt onderbouwd is of niet, maakt mij niet meer uit. Voor mij werkt het! Dus heb ik afgelopen donderdag in tien minuten kwaliteiten op laten schrijven (activerende startopdracht) doelen benoemd, de basisgedachten van HD uitgelegd, linken gelegd naar The Social Styles (ja, ik moest voorkennis activeren natuurlijk) en drie collega's aan het werk gezet om hun eigen manier van zijn te ontdekken. Natuurlijk kon dat niet in tien minuten. Maar het leuke was, dat de collega's unaniem meer wilden weten over HD. Mijn hele dag was al goed, maar toen niet meer stuk te krijgen. Gelijk bij de directeur neergelegd dat men meer over HD wilde weten. En zij, ook bekend met HD, stemde daarin toe. Helemaal top!
Waarom HD zo leuk is? Omdat HD handvatten geeft om een ander met bijvoorbeeld een ander denk- of werktempo beter te begrijpen. Maar ook omdat je door het kennen van je eigen zijn en dat van anderen beter kunt afstemmen, waardoor je de dingen die je doet krachtiger neer kunt zetten. Goed voor de organisatie. Goed voor de mens!
Waarom HD zo leuk is? Omdat HD handvatten geeft om een ander met bijvoorbeeld een ander denk- of werktempo beter te begrijpen. Maar ook omdat je door het kennen van je eigen zijn en dat van anderen beter kunt afstemmen, waardoor je de dingen die je doet krachtiger neer kunt zetten. Goed voor de organisatie. Goed voor de mens!
zondag 17 april 2011
talenten
Vrijdag opnieuw de kracht ontdekt van het kinderen aanspreken op hun talenten. Al een tijdje geleden werd aan mij gevraagd: 'Juf gaan we weer een school-factor doen? Net als X-factor?' Deze vraag verraste mij positief. Blijkbaar was dat element vorig schooljaar goed bij de kinderen ontvangen. Om tegemoet te komen aan hun vraag, overlegde ik met de directeur. Deze gaf mij de vrijheid om iets dergelijks met de kinderen te gaan regelen. Dit bracht, al weer een paar weken geleden, een enorm gejuich tot stand. In de tussentijd hebben de kinderen posters gemaakt om de andere leerkrachten en kinderen ervan te overtuigen. Dat is gelukt. En vrijdag was dan het moment waarop de intekenlijsten gemaakt konden worden en de reclameposters voor in de school. Bij de aankondiging daarvan ging direct een enorme flow door de groep. Er werden groepjes gemaakt, waarbij ik verrassend leuke initiatieven ontdekte. Kinderen die normaal gesproken moeite hebben om zelf actief een groepje te zoeken, deden dit nu wel. Er werd overlegd en samengewerkt. Onze missieverklaring in de praktijk, om het maar zo te zeggen. (Acceptatie, vriendschap en plezier, ja dat hebben wij hier.) Als rekenen af was, mochten de kinderen aan die opdracht gaan werken. Indrukwekkend om te zien hoe hard, serieus en gezellig er werd gewerkt. In de pauze kwamen twee jongens naar me toe: 'Juf, hebben wij een goede versterker op school voor onze gitaar?' Ik legde uit wat we hadden, waarop zij vroegen of ze dan 's middags hun gitaar mee konden nemen om te proberen. Dat vond ik natuurlijk prima. En ja hoor, ze hadden die bij zich. Terwijl de rest zich even buiten vermaakte (verdiende vrijetijdspunten) probeerden zij de versterker uit. Ik heb hier van genoten. Van dit enthousiasme, deze motivatie en de energie die dit alles gaf. Dit deed mij er opnieuw bij stilstaan dat deze manier van leren zo krachtig is. Daar nog meer gebruik van maken zou geweldig zijn.
Labels:
'ingrid overeem',
basisonderwijs,
missieverklaring,
talenten
Abonneren op:
Posts (Atom)